| Maarten.OVcentraal » Reisverslag buitenland | door Maarten Batenburg | ||
| Locatie: | Zweden | Datum: | 2009-06-10 |
| Vervoersmiddelen: | trein | Foto's: | ja |
Scandinavië 2009 - InlandsbananMora - Östersund
Introducing: de InlandsbananVandaag, 10 juni, de eerste rit met de hoofdattractie van deze vakantie: de vermaarde Inlandsbanan. Deze 'binnenlandlijn', loopt van Kristinehamn naar Mora, van Mora naar Östersund, van Östersund naar Gällivare. Een heel lange lijn van midden-Zweden naar het hoge noorden dus.
Tot in de jaren '90 was de Inlandsbanan een normale spoorlijn, geëxploiteerd door de SJ. Maar de lijn was al jaren onrendabel. Tot de aanleg van de spoorlijn werd redelijk laat besloten, begin twintigste eeuw, en al tijdens de bouw werden de nut en de noodzaak steeds meer in twijfel getrokken. In die periode begon de wereldwijde teruggang van het spoor als ontsluiter van gebieden. De lijn heeft
dan ook nooit echt hoogtij dagen gekend.
De Inlandsbanan wordt als drie aparte lijnen gereden. Het zuidelijke deel is hoofdzakelijk een bustraject; het spoor is in te slechte staat. Omdat we geen zin hebben in bus, slaan we dat gedeelte over. Mora - Östersund wordt gereden met een enkele motorwagen als een slag heen-terug vanuit Östersund. Let wel, dat is een dagreis voor het personeel (07:10 - 20:40). Het noordelijkste deel tenslotte is zo lang dat er twee koppelstellen vanuit noord en zuid elk per dag een enkele reis maken. Ongeveer een ritje van veertien uur.
MoraWe staan halverwege de middag bij een regenachtige halte Mora Västra. Eerder vandaag hebben we de bagage opzettelijk door het dorp gesleept om hier in te stappen opdat we echt de héle rit konden mee maken, dus ook het eerste stukje Västra - Centralen.De Inlandsbanan staat in de verte al klaar op een opstelspoor nabij Mora C., maar een Reginastel van Tågkompaniet houdt het spoor nog bezet. Zodra deze vertrokken is naar Borlänge komt ons treintje voorrijden. We hijsen ons en onze bagage in het «wit-rode rijtuig» en nemen plaats op comfortabele stoelen bij een raam. Het enkele motorrijtuig, toch al niet erg lang, wordt in tweeën gedeeld door een schuifdeur en een toiletblok. Zo ontstaat een onder-ons sfeertje. Zeker omdat het niet al te druk is en iedereen op vakantie is. De komende uren gaan we met z’n allen op reis.
Etappe 1: Op wegEn dan vertrekken we. De motor onder het rijtuig verhoogt zijn stemvolume en rustig hobbelen we naar het hoofdstation. Daarna over de spoorbrug en dan volgt de splitsing waar het spoor van de Inlandsbanan toch echt begint. Nog 1.100 kilometer te gaan.We worden welkom geheten door een jonge hostess, die even later onze kaartjes zal controleren. De machinist laat tijdens de hele rit de deur open, meekijken naar voren is mogelijk en wordt zelfs door de hostess aanbevolen. Ook de achterste cabine is vrij toegangelijk. Het landschap is hier en daar nog open, maar het verandert al snel in dichte bossen. Het treintje rijdt precies tachtig kilometer per uur, een maximum snelheid die we nagenoeg overal langs de Inlandsbanan tegenkomen. Noordelijker zijn er enkele stukken van 85 km/h. Er zijn ook enkele snelheidsbeperkingen, maar nergens wordt echt langzaam gereden. Bovendien is 80 een uitstekende snelheid voor deze toeristische ritten. Je ziet alles nog prima en je hebt enigszins de mogelijkheid om foto’s te maken, zonder dat je er een treuzelgevoel aan overhoudt.
De hostess verteld via de microfoon enkele wetenswaardigheden over wat er te zien is, in Zweeds en Engels. Ik ga even naar voren en maak een praatje. Ze legt me uit dat er lichtseinen zijn voor de beveiligde overwegen (drie knipperende gele lampen die constant gaan branden zodat de overweginstallatie is geactiveerd), en borden die de machinist er toe aanzetten te toeteren bij onbeveiligde overwegen. Dat laatste gebeurt dan ook regelmatig want veruit de meeste kruisingen zijn niet meer dan zandpaadjes zonder waarschuwingslichten of spoorbomen.
En dat is het dan. Kilometer na kilometer: bos. Eindeloze uitgestrekte bossen. Bocht links, bocht rechts. Naaldbomen, later ook loofbomen (je zou richting het noorden andersom verwachten). Urenlang. Uiteraard zijn aspecten van de beleving moeilijk in een reisverslag te beschrijven: de vriendelijkheid van de mensen om je heen, het gebrom van het treintje, de altijd aanwezige dieselgeur, het zicht op kleine bosbeekjes tussen de bomen door, etc.
Een uitstapjeWe remmen af. De hostess nodigt ons uit voor een bezoek aan een berenhol. De trein stopt midden in het bos. Het trappetje dat als perron moet dienen staat niet helemaal gelijk aan de voordeur van de trein, dus de machinist rijdt een stukje achteruit. Afijn, we zijn er. We stappen uit en we zijn werkelijk midden in het bos. Een smal bospaadje leidt de groep naar het berenhol. Een voormalige uitgeholde mierenhoop, die enkele jaren geleden door de beer is verlaten. Thinkie en ik blijven even hangen terwijl de groep al weer teruggaat naar de trein. Omdat de trein buiten gehoorafstand ligt, is hier geen bron van geluid. De stilte is werkelijk oorverdovend. Een vreemde gewaarwording. De stilte vult alles op. Thinkie en ik hebben dat slechts eenmaal eerder mogen ervaren, toevalligerwijs ook dit jaar, tussen de heuvels nabij een stuwdam in Zuid-Portugal.De trein stopte dus speciaal voor dit uitje van ongeveer twintig minuten. Dit, en de latere stops onderweg, geven echt het gevoel van een uitje, een excursie. Dit is reizen om het reizen, reizen om het ontdekken en ervaringen op te doen. Zoals de slogan van de Inlandsbanan luidt: The journey is the destination. Verderop naderen we een spoorbrug. Er wordt uitgelegd dat het een gecombineerde spoor- en autobrug is. De spoorrails liggen als bij de tram in het (houten) wegdek. Alvorens voor ons het sein op groen gaat, moeten eerst de slagbomen voor het autoverkeer omlaag. In het magazine van de Inlandsbanan staat een foto dat passagiers voor de trein uit over de brug lopen, maar dat is ons helaas niet gegund. Onderweg wordt de aandacht nog gevestigd op allerlei beeldjes en tuinkabouters langs het spoor. Ze zijn neergezet door een bewoonster even verderop om het pad naar haar huis te markeren, om aan te geven waar haar bezoekers uit de trein moeten stappen. Ook is daar in de buurt het gedenkteken waar destijds de spoorbouwers vanuit noord en zuid elkaar ontmoetten: het sluitstuk dus van de Inlandsbanan. Tot slot worden we gewezen op de woning van de vrouw die de grondlegger is van de huidige touristische Inlandsbanan. Ze verzamelde begin jaren ’90 handtekeningen om sluiting van de spoorlijn te voorkomen. Rond etenstijd stoppen we op de vrije baan bij een wegrestaurant, de weg ligt hier niet ver van het spoor. Er ligt een minuscuul perron dat echter genoeg is om via een deur uit te stappen. Iedereen stapt uit om te gaan eten, het treintje blijft brommend achter op het doorgaande spoor. De bestelling was al eerder via de hostess doorgegeven. De maaltijd is op zich niet heel bijzonder maar iets warms is best lekker. We bestellen rendiervlees. Drinken is inclusief. Na veertig minuten zijn we volgegeten en vervolgen we de reis. In de bossen zien we af en toe een enkele eland. Vaak zie je ze nog net wegrennen voor de trein. Het is de eerste week van het Inlandsbanan-seizoen, dus een trein is nog niet een erg bekend fenomeen voor de dieren.
De laatste kilometers voor het eindstation Östersund gaan over het hoofdspoor vanuit Sundsvall en Stockholm. Het boemeltje krijgt hier het laatste kwartier de kans om nog even voluit de wielen te strekken. Met een snelheid die dicht bij het toppunt van 130 km/h ligt, naderen we Östersund, een middelgrote stad aan een groot water. Omdat van te voren door de hostess al is geïnformeerd of iedereen een slaapplaats voor de nacht heeft, en uitgelegd heeft bij welk station dan het beste uitgestapt kan worden, weet het treinpersoneel dat er niet hoeft worden doorgereden naar Östersund Västra. De trein keert vlot na aankomst om en rijdt naar het opstelterrein dat even voor het station lag: de thuisbasis van de Inlandsbanan. Later begrijp ik uit «een weblog van een van de stewards» dat het een soort vakantiebaantjes zijn.
|