| Maarten.OVcentraal » Reisverslag Nederland | door Maarten Batenburg | ||
| Locatie: | Pijnacker,Rotterdam,Leidschenveen | Datum: | 30-04-???? |
| Vervoersmiddelen: | fiets,stoomtrein | Foto's: | nee |
Pijnacker onder stoomMet de SSN over de Oude Lijn en de HofpleinlijnStoomritten op de Hofpleinlijn, wat moet je je daar nou weer bij voorstellen? Een verslag van een geslaagde dag. Op de verjaardag van de Koninginnemoeder stap ik op de fiets op weg naar het centraal station van Pijkacker Stad. Ik ben pas Zoetermeer uit als ik iets hoor fluiten uit de richting van Pijnacker. Die vorige trein had nu moeten vertrekken. Ik zet wat meer snelheid bij, en al spoedig bereik in de suburbs van Pijnacker. Ik zie in de verte, tegen de indrukwekkende skyline van de metropool, een rooksliertje. Aan de stand van de wolk lijkt het of de trein vanuit Rotterdam naar Pijkacher rijdt. Dat zou fout zijn, want men rijdt juist Pijnacker-Rotterdam (-Delft-Den Haag-Pijkacker). Ik kon bij het station, en ik zie net de trein wegtjoeken. Hij is zo'n 12 minuten overtijd. Wel zie massa's mannen van middelbare leeftijd met camera's, fototoestelen, fotocamera's, videocamera's, camcorders en weet ik al niet wat. Ook het huisvader-met-dochter-gehalte is weer hoog. Bij het station is net de Spoor-wegpolitie aangekomen. Blijkbaar wordt het niet door ieder op prijsgesteld dat camera's met bijhorende eigenaren van het schouwpad gebruik maken. Ik stal m'n fiets (ter verduidelijking: stal (ott) van stallen) en neem eens een kijkje op het gigantische stationsplein. Een keur aan stentjes (wel vier) biedt de mogelijkheid om verschillende promodingetjes te kopen van de SSN, en lokale prullaria. Ik sluit me maar aan bij de rij voor de rij loketten van de SSN. Een wat oudere man biedt mij na enig zoeken een groen kaartje aan. In ruil voor 25 gulden is het de mijne. Het groene kaartje biedt informatie over het goede doel, waar een niet nader genoemd precentage van de opbrengst heen gaat, de locs in eigendom van de SSN. Tevens bevindt zich geniet ook nog een NS-kaart die "alleen geldig in museumtrein" is. Jottum, nu nog een drie kwartier wachten. De mcn van de aanrijdende CityPendel moet raar hebben opgekeken. Een bende fotografen en cameraploegen staan op het perron z'n binnenkomst te filmen. "Waar heb ik dit aan te danken? Is m'n trein oranje ofzo vandaag?" moetie gedacht hebben. Zeker, maar langzaam stroom het perron vol. Het huisvader-met-dochter-en-zoon-gehalte stijgt enorm, maar opvallend: ook het vrouw-precentage liegt er niet om. Opvallend. Ook erg veel mensen met het begeerde groene vervoersbewijs. Wat me nog meer opvalt is de kennis van de gemiddelde Pijnackenaar (?) over de trein lekker hoog ligt. Men weet bijna allemaal dat eerst nog de "gewone" trein moet komen. Ik heb het idee dat heel Pijacker uit is gelopen. In de suburbs valt nu volgens mij een kanon af te schieten. Aan de overkant rijdt een ambulance. Zou het ...? Tegen de vertrektijd wordt de spanning dan toch echt ondragelijk. Ah, daar gaan de spoorbomen dicht. Ah nee, een Sprinter. De deuren springen open, maar slechts een paar mensen stappen in. Beteuterd rijdt de mcn verder. In de verte horen we dan nu toch echt de fluit. Langzaam maar zeker komt het zwarte gevaarte de hoek om rijden. Camera's klikken. Met piepende remmen komt die tot stilstand. Met het nodige duw en trek werk op het te smalle perron van Pijnacker CS lukt het iedereen om een plaatsje te bemachtigen. Iets overtijd rollen we eindelijk het station uit. Dit is natuurlijk waar jullie opgewacht hebben, en na 11/2 bladzijde is het dan zo ver. Nou hier dan: het REISverslag. Ach ja het was wel grappig. Meteen aan het begin van de rit was het een beetje druk met personeel. Eerst werd ons een ansichtkaarten aangesmeerd, dan dranken, dan de koffie, en dan nog een kaartcontrole. Handig ook dat iedereen vanuit een andere windrichting opereert. Ondertussen lukt me het ook nog om de blik naar buiten te werpen, ook al heb ik geen blikjes gekocht, en kan het raam niet open. Tussen Pijnacker en Berkel is het werkelijk vergeven van de fotografen. Het schijnt dat deze soort het vooral goed doet op plaatsen met voldoende zon (niet te fel) en een goede stevige ondergrond. In het wild komen ze vaak voor in groepjes van twee a drie, maar ook eenlingen zijn geen uitzondering. Zoals deskundig onderzoek heeft uitgewezen hebben ze een hekel aan verwaaiende rookwolken, en aan voorbijrijdende treinen. Nou even echt serieus: we karren stevig door (90/100), en zonder afremmen passeren we Blerkel en Rood en Rijs. Wilgenplas merk ik niet eens. Bij Kleiweg schieten we in de remmen, omdat we hier de wissel nemen. Tegen m'n verwachting in gaan we niet naar links, waar hun depot is, maar naar rechts is. Even nadenken leert me dat waarschijnelijk de boog te scherp is voor zo'n zware (en vooral lange) loc. Tegenover de Blijdorp-boog, dus tussen Noord en Schiedam Centrum, stoppen we. Enige verwarring doet zich voor. We worden van achter gepakt door een andere loc, en het gaat achteruitwaarts naar Rotterdam Goedele. Nogmaals zaagtanden we weer vooruit, en eindelijk komen we tot stilstand langs het perron van de SSN. We stappen uit en iedereen mag fijn verdwalen in het depot van de Stoom Stichting Nederland. Kinderen rennen huilend naar hun moeder als verschillende locs de luide fluit gebruiken. Verschillende mensen durven niet meer naar beneden als ze eenmaal een loc opgeklommen zijn. Cameramensen zijn geirriteerd door mensen die in hun beeld lopen. Maar toch, toch heeft het meerendeel van de bezoekers cq reizigers het enorm naar hun zin. Zo doe ik. Nogmaals: Het is erg leuk, maar verder niet de moeite waard om te vertellen. Dan zou het helemaal langdradig worden. Een beetje te vroeg stap ik in. Een ik wordt, samen met de trein, heen en weer gereden om de loc te laten bijvullen. Er passeert een vrouw wiens hand klem heeft gezeten tussen een deur (geloof ik). Er zijn (minstens) twee ambulancemensen aanboord, zag ik, dus dat zit gelukkig wel snor. Ik zit, maar sta meer, deze keer bij een raam dat open kan/staat. Enthousiast zwaait iedereen naar iedereen als we vertrekken. De loc maakt flink vaart en de rook slaat me om de oren. Ik zie allemaal zwarte puntjes van de roet op m'n bril verschijnen. Hindert niet, leuk genoeg zo. Bij Blijdorp minderen we vaart, en stoppen we tenslotte om een stam ICRen voor te laten. Als dat karwei geklaard is, rijden we de brug over en zetten de snelheid er in. Met baanvaksnelheid rijden we door Schiedam Centrum alwaar de tegenliggende DDAR effe toetert, in reactie op de weldig fluitende stoomloc. Ook tussen Schiedam en Delft passeren we vele treinen, waarvan alle de tyfoon gebruiken als groet. De Thalys echter toetert wel erg lang, waarschijnelijk nav een stoomreiziger die een beetje te veel naar buiten hing. Wie een foto heeft van de Thalys en onze trein, mag blij wezen: oud en nieuw verenigt. Bij HS gaan we naar spoor 2. Daar blijven zo'n 8 minuten staan, waarschijnelijk omdat we de Sprinter voor moeten laten. Dat gaat natuurlijk voor alles. Daarna rijden we naar De Laan. Met 60 stomen we door het station. Vreemd hoor, om hier met een stoomloc te rijden ipv een normaal 2000-tje. 't Loo en Leidschendam-Voorburg passeren we met 80 resp. 60. Worden mensen juist aangetrokken door stoomtreinen, dieren zijn er juist banger voor. Vlak voor Pijkacker CS beland een bokje met z'n hoorns in een neefje/nichtje. Paarden, koeien en weet ik al niet wat rennen allemaal naar de andere kant van hun veld. Wat zou het zijn van zo'n trein dat ze bang maakt? De roompluim? De kleur? Het geluid? Bij Pijnacker stroomt de trein leeg, en zwaait iedereen de trein uit. Weer staat heel Pijnacker op de parkeerplaats. Na afloop fiets ik via Nootdorp naar Ldva. Daar tref ik een paar fototoestellen. Ze wachten op de stoomtrein. Eentje heeft in de RM een verkeerd schema gelezen. Ergens uit de richting van Pijacker is een rookwolk te zien, waarschijnelijk een autobrand ofzo? Meneer denkt dat daar de trein aankomt. Na een paar minuten komt die langs razen, uit de goeie richting. Een vrouw merkt op dat die ook hier weer snel rijdt. Ze zat ook in de vorige rit. Van het tuincentrum (wat had die man een toekomstvisie met dat Leidschenveen) bij het onderstation komt een paar aangelopen, die vraagt of die nog een keer langs komt. "Wel romantisch zo, zo'n stoomtrein". Ze besluiten het ding op 't Loo te gaan bekijken. Janee, da's romantisch. Ik fiets, eindelijk verlost van die duizenden mensen die het allemaal weten van de stoomtrein, door de polder naar Zoetermeer. Ik ga over de in aanbouw zijnde N496. Wie hier nog een Sprinter wil fotograferen, moet dat snel doen. Over enkele maanden wordt de polder helemaal opgeslokt door de woonwijk. Geluid draagt ver: ergens in de verte hoor ik nog drie maal de trein fluiten. Geschreven door Maarten Batenburg. April/Mei 1999. |