Luxemburg: Het spoorwegnet
Een beschrijving van een klein land met veel lijnen
In dit verslag wordt 'Luxemburg' voor het Groothertogdom Luxemburg gebruikt. Voor de
hoofdstad gebruik ik Luxembourg, de plaatselijke schrijfwijze. Dit onderscheid moet het
verschil duidelijk maken.
Er zijn niet veel lijnen in een klein landje als Luxemburg. Vijf welgeteld. Je ziet ze op
de kaart
die hieronder beschikbaar is. Wie dacht dat Frankrijk een gecentraliseerd land is, komt na
het zien van de spoorkaart van Luxemburg misschien op andere gedachten. Alles leidt naar
de hoofdstad.
Alle lijnen worden door de nationale maatschappij CFL (Société Nationale des Chemins de Fer Luxembourgeois) geëxploiteerd, al
dan niet in samenwerking met de maatschappijen uit de omringende landen. In totaal is het
lijnennet 270 kilometer lang, waarvan 95% voorzien is van bovenleiding (meestal met 25.000 volt),
maar soms wordt er met diesel gereden.
- * Open alle stations-foto's
-
» Spoorkaart van Luxemburg (bron: CFL)
» Station Luxembourg voorplein
» Station Luxembourg dakbeschilderingen richting stad
» Station Luxembourg dakbeschilderingen richting perrons
» Station Luxembourg aan de achterzijde met de loods. Links zijn draaischijven
» Wazige foto van Station Luxembourg bij nacht
» De bijgebouwen bij nacht
Noord
De noordelijke lijn is meteen ook de mooiste. Het is het Luxemburgse deel van de bekende
Ardennen-lijn vanuit Luik. Bochtig, soms in een dal met aan weerszijden groene heuvels, soms
in een tunnel door een heuvel. Het hoogtepunt van de lijn is het tweetal hoge viaducten over de
'benedenstad' van Luxembourg-Stad. Vanaf hier heeft de treinreiziger een overweldigende blik
over de stad en haar verdedigingswerken.
Over de gehele lijn rijdt elk uur een Interregio (sneltrein) welke na Kautenbach als stoptrein
doorrijdt naar Troisvierges. Elke twee uur rijdt deze trein door naar Belgisch Luik. Vroeger op
zaterdag reed één trein door naar Maastricht, waar het de Intercity naar Haarlem werd. Deze
directe verbinding Amsterdam - Luxembourg -de Ardennen Express- is een betreurd slachtoffer van de uitholling van het
internationale treinverkeer. Zeker onder spoorhobbyisten, want wat was het gaaf om Nederlandse
IC-rijtuigen te spotten tussen de beboste Luxemburgse heuvels.
Er rijden 2x/uur stoptreinen Luxembourg - Ettelbrück. De lijn kent splitsingen bij Ettelbrück
en Kautenbach. Eens per uur een stoptrein Ettelbrück - Wiltz. Op deze lijn zijn twee haltes
waar slechts op verzoek wordt gestopt. Tussen Ettelbrück en Diekirch rijdt een pendeltrein
aansluitend op een van de stoptreinen en aansluitend op de IR, twee keer per uur dus.
-
» Zomaar een foto van de groene Ardennen 1
» Zomaar een foto van de groene Ardennen 2
» Zomaar een foto van de groene Ardennen 3
» Station Dommeldange bij avondlicht
» Station Clervaux niet ver van de grens
» De inrit van de tunnel onder Clervaux met staaltrein
» Station Diekirch met stootblok
» Op weg naar Diekirch / Interieur Walvisje
» Walvisje op eindpunt Diekirch
» Het voorplein van Diekirch met treintje
Materieel
De IR wordt gereden met getrokken materieel, zo'n vijf rijtuigen met elektrische locomotief
ervoor. De stoptreinen rijden met tweedelige treinstellen, die vlot optrekken en er van buiten
wat Spartaanser uitzien dan van binnen, maar da's een kwestie van smaak natuurlijk. De maximum
snelheid is 120 km/h als ik mij niet vergis.
De pendel naar Diekirch wordt gereden door een enkel dieselmotorrijtuig van een type dat in
Duitsland maar met name in Frankrijk gebruikt wordt. Door de hoge neus en groeven in de
onderkin die iets weg hebben van baleinen hebben deze treintjes de bijnaam 'Walvisje'. Ondanks
het erg lokale karakter van de lijn (rijtijd: vijf minuten) en de wat goedkope inrichting
(maar mét groot en schoon invalidentoilet; Bravo!) kan het schattige bakje volgens de technische
opschriften een topsnelheid van 140 km/h halen. Meer hierover in het
verslag Saarbrücken - Metz.
Oost
In het oosten ligt de lijn naar de grensplaats Wasserbillig, en verder naar de Duitse plaats
Trier. De lijn gaat over een van de twee spoorviaducten in de hoofdstad. De lijn voert door een
glooiend landschap. Bij Wasserbillig komt de Moezel in beeld, waarna de snelheid uit de
treinrit gaat, en talloze wissels en verbindingsbogen naar Trier leiden.
Materieel / dienstregeling
Op de lijn rijdt eens per uur een elektrische of dieselstoptrein tot Wasserbillig. Verder rijdt
er eens in de twee uur een diesel-RE naar Trier, welke op Luxemburgs grondgebied alleen in
Wasserbillig stopt. De dieseltrein is van de CFL of van de DB.
Het andere uur rijdt er een Duitse IC op het ellenlange traject Emden Aussenhafen - Luxembourg
met elektrisch getrokken materieel, tussen Trier en Luxembourg alleen stoppend in Wasserbillig.
De reistijd van Noord-Duitsland tot het Groothertogdom is zeven-en-een-half uur, waarbij
overigens opvalt dat de trein in Emden al na zeven minuten rijden 28 minuten stilstaat in het
hoofdstation. De lengte van de trein (zo'n 11 rijtuigen) staat in schril contrast tot de lengte
van de RE (2 bakken), en dat is te merken aan de lage bezettingsgraad in Luxemburg.
- * Open alle Oost-foto's, behalve de laatste vier
-
» De grens tussen Luxemburg (rechts) en Duitsland (links): De Moezel. Bij brug links is het einde van de rivier de Saar
» Station Wasserbillig
» Voorbij Wasserbillig, het spoortje gaat naar een fabriek
» Dreigende lucht
» Glooiend landschap met dorpje
» "...tingtingting..."
» "Kedenkedeng": overloopwissel
» De wolken komen dichterbij, de struiken ook
» De zon komt door achter deze mooie boog
» Woningen op een helling net buiten Luxembourg
» Het is mooi binnenrijden vanuit Trier: het beroemde viaduct
» Mijn vriendin in de Duitse IC
» Ik hangend uit het raam
» Interieur dieselstoptrein
» Station Karthaus in Duitsland vlakbij Trier
» De diesel naar Luxemburg op station Trier
» Het emplacement van Trier met treinstellen uit de serie 423-426
Het viaduct
Zoals gezegd is het spoorviaduct in de hoofdstad een absolute must voor spoorgeïnteresseerden.
Op het moment van schrijven zijn er werkzaamheden aan het Luxembourgse spoorviaduct. Het
westelijke spoor is opgebroken. Door de afgenomen capaciteit rijden enkele treinen tussen
Luxembourg en Wasserbillig om via een zuidelijk gelegen goederenspoor Berchem - Oetrange dat
halverwege weer aantakt op de hoofdlijn.
- * Open alle viaductfoto's
-
» Werkzaamheden aan het Luxembourge spoorviaduct 1; is dat een Jeep die opgetakeld wordt?
» Werkzaamheden aan het Luxembourge spoorviaduct 2
» Werkzaamheden aan het Luxembourge spoorviaduct 3
» Werkzaamheden aan het Luxembourge spoorviaduct 4
» Het spoorviaduct met ruïnes; linksboven ligt de weg op de kazematten waarop twee buslijnen rijden (zie hier)
» Een heuze krokodil voor de trein
» Het spoorviaduct en de omgeving 1
» Het spoorviaduct en de omgeving 2
» Het spoorviaduct en de omgeving 3
» Het spoorviaduct en de omgeving 4
» Het spoorviaduct en de omgeving 5
» Het spoorviaduct en de omgeving 6
» De Alzette stroomt onder het viaduct door
» Een stoptrein aan het einde van het viaduct
» Het uitzicht vanaf het spoorviaduct 1
» Het uitzicht vanaf het spoorviaduct 2
» Het uitzicht vanaf het spoorviaduct 3
Zuidwest
Het meeste spoor van Luxemburg is het in zuidwesten te vinden. Hier ligt een ring van spoor
langs de plaatsen Bettembourg, Noertzange, Esch sur Alzette en Pétange. Er zijn vele
aftakkingen: Dudelange, Rumelange en Audun-le-Tiche. In Pétange kan worden doorgereden naar het
Belgische Athus en het Franse Longwy, in Bettembourg naar het Franse Thionville.
Tussen Luxembourg en Rodange (op de uitloper naar Athus/Longwy) rijdt elk uur een stoptrein, de
RegionalBunn. Tussen Luxembourg en Rodange via Esch sur Alzette, de lus dus, rijdt elk half uur
een stoptrein. In Pétange is bijna altijd een goede overstap 'de hoek om'. De dienst wordt
uitgevoerd met de bekende elektrische stoptreinen.
Tussen Noertzange en Rumelange rijdt alleen in de spits elk half uur een pendeltreintje,
waarschijnlijk een Walvisje. Buiten de spits kun je het blijkbaar schudden als OV-gebruiker.
Tussen Bettembourg en Dudelange rijdt de trein maandag tot en met zaterdag altijd elk half uur,
daar buiten elk uur.
De takken naar Athus/Longwy wordt onregelmatig bediend door een doorgetrokken stopper van een
van de twee lijnen uit Luxembourg. De lijn naar Audun-le-Tiche wordt eveneens alleen in de
spits bediend, onregelmatig; soms door een stopper naar Luxembourg, soms een snelle trein. Op
de tak naar Thionville rijden internationale sneltreinen, waarover
later meer, maar ook prestigieuze Eurocity's tot in
Basel.
In de spits -en daarbuiten op soms vreemde tijden- rijden op de lijn via Esch extra treinen
rechtstreeks naar Luxembourg. Ook rijdt er van elke pendelaftakking af-en-toe een rechtstreekse
trein. In totaal komt dat in de spits tot een aardig hoge frequentie tussen Bettembourg en
Luxembourg.
De overheid en de CFL willen dan ook investeren
in meer sporen, waaronder een rechtstreekse lijn tussen Luxembourg en Esch-sur-Alzette.
In Esch gaat het spoor over een betonnen viaduct door de stad. De constructie lijkt veel op die
in Delft.
Het landschap is met name langs de lijn via Esch wat anders dan elders in Luxemburg. Hier zijn
de meeste ontwikkelde steden, waaronder de tweede stad van Luxemburg, Esch sur Alzette. De
meeste inwoners verdienen hun brood duidelijk als arbeiders. Langs de zuidelijke lijn
verschijnen constant grote donkere industriecomplexen met hoge constructies van een wirwar aan
leidingen, vaten en torens. Vaak geflankeerd door uitgestrekte rangeerterreinen. Langs het
spoor loopt voor enkele kilometers een gigantische leiding hoog boven het maaiveld. Mooi en
fascinerend voor wie er van houdt, een gruwel voor wie liever groen heeft. Ook buiten de stad
is het niet het groen dat opvalt. De streek is niet voor niets bekend onder de naam 'Rothe
Erde', de rode aarde.
- * Open alle zuidwest-foto's
-
» Station Pétange tegen de avond
» Het avondlicht valt over Luxemburg
» Het glooiende landschap zonder rode aarde
» Zware industrie in de verte tussen het groen
» Industriecomplex: let op de bomen op het emplacement
» Het Eschse spoorviaduct richting station en Luxembourg
» Het Eschse spoorviaduct richting Pétange met stoptrein
West
Er rest nog een lijn in Luxemburg: die tussen Luxembourg en het Belgische Arlon, en verder naar
Brussel. De lijn is kort en wijkt omgevingstechnisch niet veel af van bijvoorbeeld de lijn naar
Trier. De lijn voert in België nog duidelijk door de Ardennen, in Luxemburg is dat snel over.
Luxembourg-Stad toont bij het binnenrijden van het land als een gewone provinciestad, en dat is
het eigenlijk ook met slechts 90.000 inwoners.
Ongeveer elk half uur rijdt er een stoptrein tot de grensplaats Kleinbettingen, waarvan er een
doorrijdt naar Arlon. Deze internationale dienst naar Arlon wordt aangevuld met de uurlijke
Intercityverbinding Luxembourg - Brussel, die in Luxemburg verder niet stopt. Tot slot rijden
er enkele Eurocity's tussen Brussel, Luxembourg en verder (Frankrijk, Zwitserland). Al met al
een drukke lijn.
Reistijden
Luxemburg is klein. Van de reistijden moet je je dan ook niet te veel voorstellen. Luxembourg -
Arlon is per IC 17 minuten, met de stoptrein 25 minuten. Luxembourg - Pétange - Esch -
Luxembourg is in 70 minuten te doen met de stoptrein. Troisvierges - Luxembourg is precies een
uurtje.
Zoals gebruikelijk in het buitenland gaan de treinen al vroeg rijden. Om 04:21 begint de eerste
stoptrein te rijden in Troisvierges (in Nederland is de ma-vr stoptrein van 04:30 uit Dordrecht
-op het nachtnet na- de eerste, gevolgd door het elke-dag treinenpaar uit Lelystad en Amersfoort
van respectievelijk 04:39 en 04:40, die elkaar in Weesp ontmoeten). Daar staat tegenover dat de
Luxemburgers vroeg in de veren gaan en dus ook de treindienst.
Tarieven
Het tariefsysteem is heel eenvoudig: Er zijn eigenlijk maar twee kaartjes in Luxemburg. Enkele
reizen en dagkaarten.
Een enkele reis ("Courte Distance" in het Frans of "Kuurzstreckebilljee" in het Letzebourgs)
kost maar € 1,20, en is één uur geldig (langer reizen in Luxemburg is trouwens lastig). Per
pakketje van tien ("Carnet") kosten ze € 9,20.
Een dagkaart ("Réseau" of "Oekobilljee") kost € 4,60 (geldig vanaf 08:00), per pakketje van
vijf kosten ze € 18,50. Vooraf even stempelen in de automaat, net als in Nederland. Voor eerste
klas kun je bijbetalen.
Kaartjes zijn niet alleen geldig in de trein, maar ook in de stads- en streekbus. Het openbaar
vervoer is dus spotgoedkoop in Luxemburg. De kaartjes zijn bij het loket, automaat of bij de
conducteur/buschauffeur te koop. Naar de toeristische Duitse plaats Trier is er nog een aparte
aanbieding voor een retourtje voor 7,40, ook geldig in de Duitse IC waar normaal gesproken een
hoger tarief voor geldt. Verder zijn er natuurlijk nog abonnementen (maandkaart voor het hele
net: 41 euro).
Voor € 0,50 is het spoorboekje te verkrijgen. Zeker niet duur voor de 249 pagina's, exclusief
de notitie-pagina's achterin, die je er voor krijgt.
Oude lijnen
Er zijn ook in Luxemburg lijnen opgeheven. De lijn Kautenbach - Wiltz in het noorden ging
vroeger verder naar het Belgische Bastogne (Bastenaken in het Nederlands). In deze plaats kon
men overstappen op de trein naar Libramont (aan de lijn Brussel - Luxembourg) enerzijds, en
Gouvy (aan de lijn Luik - Luxembourg) anderzijds. De lijn vanuit Bastogne naar Gouvy is
verdwenen, al ligt er volgens mij (gedeeltelijk) nog wel spoor. De lijn naar Libramont ligt er
nog wel, maar is in zo'n slechte staat dat enige jaren geleden bussen de dienst hebben
overgenomen.
Verder had Luxembourg Stad vroeger een tramnet, getuige een tram- en busmuseum, maar daar is
weinig meer van over. Verdere informatie over Luxemburg en haar spoornet, is te vinden op de
site van de Luxemburgse spoorhobbyisten-vereniging: http://www.rail.lu. Blijkbaar zijn er in een klein land als Luxemburg genoeg
hobbyisten om zo'n vereniging op te richten cq te rechtvaardigen.
Ook Nederlanders zijn gek op Luxemburg, zo blijft uit het bestaan van
Spoorgroep Luxemburg. Deze hebben op
de site ook foto's van bussen. Een andere goede site is die van Wim Kusee, met onder andere spoorplannen en foto's van het tramnet.
Maarten Batenburg, juli & augustus 2003
|