Maarten.OVcentraal » Reisverslag buitenlanddoor Maarten Batenburg
Locatie:Luxemburg,Saarbrücken,SarregueminesDatum:21-07-2003
Vervoersmiddelen:trein,bus,tramFoto's:ja
Menu
Hoofdmenu
Mail
printer-versie v/d pagina
  (ook geschikt voor opslaan)

Reisverslagen Nederland
Busbaan N218 Spijkenisse - Zwartewaal
Rondje IJsselmeer
Bussen op Schiphol
HTM-lijn 4 & 23
Pijnacker onder stoom
Parkshuttle Kralingse Zoom - Rivium
HTM-lijn 17 & 56
Twee maal één
ICE & lijn 43
De LINT in de Achterhoek
Bus 60; 44 seconden
De eerste op de Hemboog Zaandam - Lelylaan
De gratis bus over de N44
Rondreis door de Hollanden, Flevoland en Utrecht
Verlenging RET-lijn 23 "IJsselmondelijn"
De plaatsing van de Nootdorpboog
De 'beruchtste' trein van Nederland
Met een boog om de Utrechtboog
De laatste Sprinter door Zoetermeer
Afscheid gele Sprinter-tweetje

Reisverslagen OV te water
Flevoferries
Flevoferries & Aquanet
Fast Flying Ferries
Fast Ferry & Waterbus
RET-Ferry Hoek van Holland

Reisverslagen buitenland
De Belgische kusttram
OV in Oostenrijk
Luxemburg: het busnet
Luxemburg: het spoorwegnet
Luxemburg - Saarbrücken
Scandinavië intro
Scandinavië naar Mora
Scandinavië Inlandsbanan 1
Scandinavië Inlandsbanan 2
Scandinavië Inlandsbanan 3
Scandinavië Mittnabotåget
Scandinavië Gråkallbanen
Scandinavië X2000

Verhalen
Eurostar 04346
Ultimate destination: Paris
Oneliner
Hansje

Schoolopdrachten
Beweging: Boom
Comenius Project (ned)
Comenius Project (eng)
Rozenburgse Sluis

Overige
Terragen
Recensie 'Lola Rennt'
Diversen

Luxemburg - Saarbrücken

Treinen, tram en bus
[printer-versie]

In dit verslag wordt 'Luxemburg' voor het Groothertogdom Luxemburg gebruikt. Voor de hoofdstad
gebruik ik Luxembourg, de plaatselijke schrijfwijze. Dit onderscheid moet het verschil duidelijk maken.

Verder in deze serie: Luxemburg: het spoorwegnet en Luxemburg: het busnet

Maandag 21 juli 2003 ga ik vanuit Luxembourg stad een uitje maken naar de Duitse plaats Saarbrücken. Daar bezoek ik de Saarbahn en het busnet. De terugreis zal via Frankrijk geschieden. Een verslag.

De reis is als volgt. Bij de genoemde haltes/stations ben ik in-, uit- of overgestapt. De treintijden zijn die volgens de dienstregeling, niet de werkelijke.
Reisschema
TreinLuxembourg 09:17 - 09:58 Karthaus 10:08 - 11:27 Saarbrücken Hbf
TramSaarbrücken Hbf - Riegelsberg Süd - Cottbuser platz - (lopen) - Ludwigstrasse - Saarbrücken Hbf - Sarreguemines - Brebach - Römerkastell
BusRömerkastell - Dudweiler Dudoplatz - Johanneskirche
TramJohanneskirche - Saarbrücken Hbf
TreinSaarbrücken Hbf 17:32 - 18:33 Metz Ville 18:46 - 19:35 Luxembourg

Luxembourg - Karthaus

08:50. Ik loop naar het Luxembourgse station. Er is een loket vrij en ik bestel een enkeltje Saarbrücken. "Mit Railplus" voeg ik er aan toe, want ik ben in het bezit van een dergelijke kortingskaart die recht geeft op 25% korting op elke grensoverschrijdende reis in Euroland. Net voordat de betaling gereed is (twaalf euro zoveel), zie ik dat ze het blijkbaar verstaan heeft als "Railbus", want ik krijg een kaartje voor de speciale non-stop CFL-bus naar Saarbrücken van 09:00. De omissie kan gelukkig nog rechtgetrokken worden, en ik krijg mijn treinenkeltje voor het aanzienlijk hogere € 20,40.

* Open alle stations-foto's
» Spoorkaart van Luxemburg (bron: CFL)
» Station Luxembourg voorplein
» Station Luxembourg dakbeschilderingen richting stad
» Station Luxembourg dakbeschilderingen richting perrons
» Station Luxembourg aan de achterzijde met de loods. Links zijn draaischijven
» Wazige foto van Station Luxembourg bij nacht
» De bijgebouwen bij nacht

Ik neem plaats in het dieselstel naar Trier. Als ik zit, bedenk ik dat ik geen trajectfolder heb van het traject dat ik straks op de terugreis zal doen: Metz - Luxembourg. Er is nog voldoende tijd voor vertrek, dus ik loop terug naar het loket om er een te pakken.
De trein vertrekt mooi op tijd. We nemen de omleidingsroute via een zuidelijke goederenlijn. Vlak na de grens wordt de brug over de brede Moezel gepasseerd. In de verte is het punt te zien waar de Saar in de Moezel stroomt.
Aan de overkant ligt halte Kreuz Konz. Vreemde naam, maar het betekent niks anders dan kruispunt Konz. Inderdaad splitst het spoor van de westoever zich in drieën. Twee sporen voeren rechtstreeks naar de lijnen naar Perl en naar Saarbrücken. Het andere spoor gaat naar Trier, heeft een perron, en wordt dus gebruikt door de reizigerstreinen van/naar Luxemburg.
Dat perron rijden we enkele meters voorbij. De machinist roept iets om van 'Moment, bitte' en steekt terug. Bij vertrek wordt gewaarschuwd voor het sluiten van de deuren.

Het overstappen van de diesel uit Luxembourg op de stoptrein naar Saarbrücken zal gebeuren in Karthaus. Hoe je het uitspreekt: Kart-haus of Kar-thaus, is bij mij nog een vraag. De omroep verraadt door zijn afwezigheid niets. Er is nauwelijks vertraging bij aankomst op het Duitse Karthaus, hoewel we gedurende de rit af-en-toe wat minder hard reden, ondanks de omleiding, en ondanks het achteruit rijden.

Zomaar wat foto's van de lijn

* Open alle Oost-foto's, behalve de laatste vier
» De grens tussen Luxemburg (rechts) en Duitsland (links): De Moezel. Bij brug links is het einde van de rivier de Saar
» Grensstation Wasserbillig
» Iets voor Wasserbillig, het spoortje gaat naar een fabriek
» Dreigende lucht
» Glooiend landschap met dorpje
» "...tingtingting..."
» "Kedenkedeng": overloopwissel
» De wolken komen dichterbij, de struiken ook
» De zon komt door achter deze mooie boog
» Woningen op een helling net buiten Luxembourg
» Het is mooi binnenrijden vanuit Trier: het beroemde viaduct
» Interieur dieselstoptrein
» De diesel naar Luxemburg op station Trier
» Station Karthaus

Karthaus - Saarbrücken

Karthaus is een grauwe 4-sporige halte aan de sporen uit Luxembourg, Saarbrücken en Perl enerzijds, en de sporen naar Trier anderzijds. Het stationsgebouw doet inderdaad aan als een gammel kaartenhuis. De aansluiting is tien minuten dus ik hoef er niet lang te blijven.
Het materieel dat aangestormd komt is er een uit de 423 - 426 serie. Vier rode bakken. Lage instap en vloer, maximum snelheid 140 km/h. Het interieur is simpel: dunne stoeltjes en een beetje rommelig door de vele opstapjes waar de stoelen op staan. Men kan echter wel alle vier de bakken doorkijken, want de harmonica-overgangen zijn zo breed als de rest van de trein en maken geen herrie. Prettig.
En het leukste van dit materieel komt bij het wegrijden. De acceleratie is fenomenaal. Met veel piep- en fluittoontjes en gezoem snellen we het station uit op weg naar de volgende halte, die direct automatisch wordt omgeroepen en op een display verschijnt.
De reis naar Saarbrücken is lang (80 minuten), maar de moeite waard. Met name de eerste helft leidt door het Saardal. Soms smal, soms breed. Soms hoge heuvels, later minder. Een aantal keer voert het spoor vlak langs het water, wat leuk is.
Halverwege ligt het dorp Merzig, welke twee haltes heeft: Merzig (Saar) Stadtmitte en Merzig (Saar). Merzig zondermeer - maar met busstation- ligt nogal buiten het dorp. Er zijn dan ook veel reizigers die vanuit het centrum even met de trein meeliften, waarschijnlijk om verder te reizen met de bus.

» Interieur van de 425'er harmonica
» Interieur van de 425'er door de vier bakken
» Uitzicht vanuit de trein op de Saar; bocht in de rivier 1
» Uitzicht vanuit de trein op de Saar; bocht in de rivier 2
» Uitzicht vanuit de trein op de Saar; smal
» Uitzicht vanuit de trein op de Saar; breed
» Uitzicht vanuit de trein op de Saar; dorpje
» Een afgraving en een stoffige (geen mist) berg

In de buurt van de stad Völklingen wordt het drukker in de trein. De RE stopt in deze omgeving vaker, waardoor op dit traject de RB en de RE een gezamelijke halfuursdienst bieden. Er verschijnen uitgestrekte verlaten industriecomplexen langs de lijn. Toch is er nog steeds staalindustrie in deze omgeving.

En dan rijden we deelstaat-hoofdstad Saarbrücken binnen. Even vang ik een glimp op van een Saarbahn-tram die langs het spoor rijdt. Aan de andere kant van het spoor dan ik hem eigenlijk verwachtte, dat wel.

Saarbrücken

Saarbrücken Hauptbahnhof is groot. Er staat divers materieel te ronken of te zoemen. Ik loop door de tunnel naar de loketten. Daar staat een aardige rij. Klanten moeten in de rij staan om vervolgens geholpen te worden aan het eerst beschikbare loket. Het duurt zo'n kwartier, knap lang. In de rij oefen ik eindeloos mijn bestelling: "Ein Einzelticket nach Luxembourg via Metz, mit Railplus bitte". Grammaticaal zal er wel helemaal niks van kloppen (ein, nach), maar als ik eenmaal aan de beurt ben gaat het goed genoeg. Voor het omreiskaartje inclusief gratis reisschema en een mooi mapje betaal ik minder dan zojuist in Luxemburg.
Eenmaal buiten overzie ik het voorplein met de bus- en tramhalte. Op de voorgrond is een afzichtelijk parkeerterrein: wie verzint nou zoiets midden op een stationsvoorplein? En de regen. Daar had ik niet opgerekend.
Ik loop naar de Saarbahn-kaartautomaat en bestudeer de mogelijkheden. Ik had echter al de diverse kaartjes uitgezocht op de website van de Saarbahn, en mijn keus staat eigenlijk al vast. Een "9-Uhrticket Stadt + U1+U2+U3". Een dagkaart dus, geldig na 09:00 in de centrumzone en alle drie de zones daar omheen. Het begrip 'centrum' moet je erg ruim nemen, dat doet de Saarbahn ook. Het is zowat deze hele stad plus een aantal voorsteden- en dorpen. U1 is de zone die daar omheen ligt, welke weer omringd wordt door U2, welke Verwegistan en omstreken omhelst. U3 bestaat enkel uit de tram in de Franse plaats Sarreguemines. Er is nog een toeslag mogelijk van 25 cent om in Sarreguemines ook de bus te mogen gebruiken, maar dat laat ik schieten. Ik betaal 5,00 euro, en ontvang een piepklein kaartje. Nu ben ik klaar om de in OV-land bekende Saarbahn te ontdekken.

» De lijnennetkaart van de Saarbahn- en bus (bron: Saarbahn)
» Het bus- en tramperron van Saarbrücken Hauptbahnhof
» Overzicht haltes; links het treinstation
» Een tram halteert

De Saarbahn

Lang lang geleden, zo'n 38 jaar her, werd de tram in Saarbrücken opgeheven. Minder lang geleden, zo ongeveer begin jaren '90 van de twintigste eeuw, moet in Saarbrücken het idee van de herinvoering van de tram zijn ontstaan. Misschien bestond het idee al langer, dat kan ook. Feit is dat de eerste fase van de tramlijn Sarreguemines - Ludwigstrasse werd geopend op 24 oktober 1997. Een tramnet van één tramlijn. Het 'bijzondere' aan deze lijn is dat 'ie verbonden is met een spoorlijn naar Frankrijk. Een deel van de trams rijdt door over deze lijn.

Lightrail
Trams op treinspoor dus. 'Lightrail' heet dat in Nederland. Vaak gewild door politici die afwillen van "die zware NS-treintoestellen." Alsof het gewicht van belang is voor reizigers. Het gaat er met name om dat er overstaploze verbindingen tussen omliggende dorpen en de binnenstad ontstaan. Bovendien krijgen die dorpen vaak een hogere frequentie. In Nederland zijn er -min of meer vage- plannen in Groningen, Maastricht, Leiden, Den Haag, Rotterdam en Ede.
In Duitsland rijdt het gewoon. Naast Saarbrücken gebeurt het in Karlsruhe, binnenkort ook in Kassel. In Zwickau gebeurt het tegenovergestelde, daar rijdt een trein van de Vogtlandlinie via de trambaan naar het centrum.
Er zijn natuurlijk ook nadelen. De spoorlijnen-met-tramverkeer kennen geen conducteur meer op de trein, de trams hebben geen toilet, en in stations wordt bij de invoer nauwelijks geïnvesteerd zodat deze weinig meer voorstellen dan… inderdaad, een tramhalte. Deze nadelen worden vaak echter achteloos weggewimpeld.

Karlsruhe
Het trams-op-treinspoor verhaal begon eigenlijk in de al genoemde zuidwestelijke Duitse plaats Karlsruhe. Het succes daar mag niet onvermeld blijven.
Daar in Karlsruhe hadden ze al een stedelijk tramnet. Op een dag hebben ze een verbinding gemaakt met het treinspoor en gingen ze met trams rijden over een zieltogende diesellijn van de Deutsche Bahn. Hogere frequentie en een directe verbinding met het centrum van Karlsruhe. Een succes. Toen werd de volgende spoorlijn ingepikt, en de volgende, en de volgende. Élke keer weer staat in het 'Jaarboek Trams' een nieuwe of verlengde tramlijn. Het totale tramnet beslaat inmiddels meer dan 500 kilometer ('and counting'), de langste lijn is inmiddels een gigantische 127 kilometer (ter vergelijking: de afstand tussen Den Haag en Arnhem is 110 kilometer; HTM-tramlijn 1 Scheveningen - Delft is 20 kilometer lang) en de langste rit duurt naar verluid drie uur en vier minuten.

Verschil Karlsruhe - Saarbrücken
De situaties in Saarbrücken en Karlsruhe, die vaak in een adem worden genoemd (bij deze), zijn dus wel verschillend. In Karlsruhe had men al een tramnet, en ligt de (reizigers)groei in het feit dat men complete spoorlijnen overneemt van de spoorwegen en daar een beter product neerzet.
In Saarbrücken heeft men een compleet nieuwe tramlijn aangelegd, weliswaar inclusief spoortraject. De reizigerswinst ligt hier voornamelijk in het vervangen van stads- en streekbussen door de tram. Bovendien is een tramnet van 500 kilometer sowieso eigenlijk niet te vergelijken met één enkele tramlijn.

Saarbrücken deels succes
In Saarbrücken ging het niet meteen zo succesvol. De frequentie op het kerntraject had in de spits eigenlijk elke vijf minuten moeten zijn, maar doordat de rijtijd veel langer is dan men aanvankelijk had verwacht, werd de omloop niet gehaald. De frequentie op het centrumtraject is nu maandag tot en met zaterdag overdag elke 7,5 minuut (acht trams per uur).
De passagiers komen desondanks. Van 1999 tot 2001 groeide het aantal reizigers van negen tot twaalf miljoen. Wat betreft het traject naar Frankrijk steeg het aantal reizigers van 600.000 in 1998 naar 2.500.000 in 2000.

Toekomst
In Saarbrücken zijn diverse uitbreidingsplannen voor de toekomst. Het oorspronkelijke plan is om de tram in Riegelsberg Süd door te trekken naar het een stuk verderop gelegen Lebach. Dat had al lang klaar moeten zijn. De verlenging zou deels over een verlaten spoorlijn voeren.
De Franse plaats Forbach schijnt een kans te maken. Tekenen hiervoor zijn een aftakking bij de halte Ludwigstrasse nabij het spooremplacement. De aftakking voert naar de Messe, welke ligt aan het spoor naar Forbach. Deze aftakking wordt momenteel alleen bij grote evenementen in de Messe bereden.
Verder is Völklingen aan de spoorlijn naar Trier in beeld, wat dan de verbinding Völklingen - Saarbrücken - Neuscheidt - St. Ingbert zou opleveren. Ook is er een plan voor Saarbrücken - Völklingen - Saarlouis Stadt - Dillingen.
Voorlopig zwalkt het voorkeursplan van de ene naar de andere lijn en gebeurt er in de tussentijd helemaal niks, krijg ik de indruk als ik zo mijn bronnen (Jaarboeken Trams, Het Openbaar Vervoer/Railnieuws) doorblader. Ook het Universitäts-terrein buiten de stad is of was kandidaat.

Saarbrücken - Riegelsberg Süd - Saarbrücken

Saarbrücken Hauptbahnhof dus. Ik kijk op het werkende 'dynamische reisinformatie systeem', een eenvoudig led-paneel met informatie over de komende trams. Het is echter slim opgezet. Niet alleen de eerstvolgende tram staat er op, vaak ook de twee er na. Mocht de eerstvolgende tram niet het hele traject berijden, dan kun je dus ook zien wanneer de tram komt die dat wel doet. Binnen het kwartier staat de wachttijd afgebeeld (5 min), is het langer dan staat de verwachte aankomsttijd (12:34). Het nut daarvan is mij niet helemaal duidelijk.
Vandaag word ik bovendien getrakteerd op de mededeling dat er werkzaamheden zijn, en het daardoor helaas tot vertragingen komt. De dienst op het stadstraject blijkt inderdaad niet volgens de dienstregeling.

De dag voordat ik op vakantie ging, las ik op internet een bericht over uitgeleende Saarbrücker trams die in Kassel proefrijden. Er waren haarscheurtjes in de wielen gevonden, of iets dergelijks. Tot nader order waren ze in Kassel uit de dienst gehaald. Ook in Saarbrücken heeft men meteen alle wielen gecontroleerd, en ook daar mochten een paar trams niet meer de baan op. Het aantal dienstvaardige trams -intotaal zijn er 28- is daardoor tot het absolute minimum gedaald: de dienstregeling kan net-aan gereden worden. Wellicht is dat ook de reden dat ik vandaag geen koppelstellen zal zien, iets dat in de hobbyboekjes soms wel staat afgebeeld.

Ik besluit de eerste de beste tram te nemen naar Riegelsberg Süd, het noord-westelijke eindpunt. Ik hoef niet lang te wachten want de tram rolt binnen. Er zijn vier perrons op het voorplein: de tram stopt aan de middelste twee perrons, bussen stoppen aan de buitenste.

De tram trekt vlot op tot een vaartje van 20 a 30 en we rijden langs de rand van het centrum.
We gaan met een voet- fiets- en trambrug over het treinemplacement. Deze brug is speciaal voor de tram helemaal opnieuw gebouwd. Direct na de brug gaat de tram steil omhoog langs een drukke invalsweg. Deze winkelstraat biedt net genoeg ruimte voor een vrije trambaan. Hier wil ik straks even uitstappen.
Ondanks de helling, komt de tram toch goed weg en we komen op vlakker terrein. We rijden duidelijk de stad uit: het wordt steeds wat rustiger. De trambaan verandert even in een trambusbaan, maar er is momenteel geen bus te zien.
Bij de halte Siedlersheim is het eindpunt voor de helft van de trams. We gaan de stad verlaten en er is daarbuiten geen behoefte aan acht trams per uur.

Zoals gezegd, we verlaten de stad. We gaan onder een snelweg door waarna het spoor langs deze weg loopt. De snelheid, die tot dusver zeker in de bogen bescheiden is gebleven, gaat omhoog. Een vaartje van 70 km/h, zo schat ik.
De tocht voert langs een bos. Een groot bos. De bovenleidingsmasten zijn tijdens de aanleg met de helikopter geplaatst, een methode die ze in Oost-Duitsland vaak schenen toe te passen. We rijden enkele bochtige en hellingrijke kilometers tot de volgende halte: Heinrichshaus. Afgelegen gelegen aan een overweg. De weg gaat aan de ene zijde onder de snelweg door, en aan de andere zijde steil naar beneden het bos in. De reisinformatie-panelen zijn tegen vandalisme beschermd met een voorgehangen stalen wapeningsnet. Voor één paneel was het tevergeefs.
Zoals te verwachten stappen niet veel mensen uit. De tram rijdt verder, nog steeds langs het bos. De snelweg neemt afscheid en verdwijnt uit beeld, een dubbele afslag die overgaat in een uitvalsweg begeleidt ons naar het eindpunt: Riegelsberg Süd.

Riegelsberg ligt zoals gezegd aan de uitvalsweg. Aan beide zijden van de weg ligt bos. Geen bebouwing, hoewel iets verderop een begraafplaats en de dorpsrand te zien zijn. Naast de tramhalte is een busstation. Riegelsberg Süd is inderdaad het zuiden van Riegelsberg: het meest zuidelijk puntje. Reizigers die verder willen moeten met de bus verder, welke dan ook direct na aankomst van de tram volstroomt met overstappers.
Van een mogelijk verlenging door Riegelsberg naar Lebach is niks te zien. Twee stootblokken blokkeren de doorgang resoluut. Mocht er verlengd worden, dan wordt in de dorpskern enkelspoor toegepast.

» Tram en bus gemoedelijk naast elkaar op Riegelsberg Süd
» Het spoor stopt hier, in het bos langs de weg
» De halte en profile gezien
» Interieur tram 1
» Interieur tram 2

Ik loop wat om het busstation heen, en ga even verderop zitten voor een korte lunch van meegenomen broodjes en knakworsten. Een beginnende regen maakt dat ik me wat haast.
Voldaan loop ik weer na het busstation. Er zijn veel wachtenden uit de nieuwe lichting bussen uit Riegelsberg, waaronder opvallend veel schooljeugd. Hebben ze geen vakantie?

De tram stroomt vol. Ik en velen anderen nemen plaats in de middenbak. Wat opvalt, en het is niet te hopen dat RandstadRail de zelfde fout maakt, is dat de middenbak geen deuren heeft. De middelste deuren in de andere bakken hebben daarom extra veel reizigers te verwerken en dat leidt tot opstoppingen en dus lange stationnementen. Slordig.

Ik verbaas me over het -in mijn ogen- lelijke kapsel van de Duitse schooljongens. Lang sluikhaar. Velen hebben het. Het heeft iets Beatles-achtig, maar dan slordiger en langer.

De tram rijdt zonder opmerkelijkheden richting het centrum. Ik stap uit bij de hellingrijke halte, Cottbuser Platz, en loop over de trambrug naar de halte Ludwigstrasse. Onderweg fotografeer ik het uitzicht, een kerk en wat trams. Bij Ludwigstrasse ligt de aftakking naar de Messe. De tak gaat dubbelsporig naar de spoorkuil, passeert de hoofdtramlijn onderlangs en wordt dan enkelsporig en verdwijnt uit het zicht. Mogelijk wordt deze tak ooit de lijn naar Forbach.

* Open alle foto's genomen rondom de Cottbuser Platz
» Tramhalte Cottbuser Platz met twee trams
» Tramhalte Cottbuser Platz ligt op een helling
» Een tram en profile tijdens het oprijden van de brug over het spooremplacement
» Kerk bij de Cottbuser Platz
» Puzzelstukjes op de grond
» Het emplacement gezien in westelijke richting
» Het emplacement en de stad gezien richting centrum

Op de Ludwigstrasse heb ik even de tijd om het informatiepaneel goed te bestuderen. Het werkt uitmuntend. Ook zie ik een alarmzuil; van de juiste werking hiervan heb ik mij maar niet verwittigd.
De dienstregeling is ook analoog te raadplegen, via de welbekende vertrekstaat. Het is een uitgebreide versie. Het is eigenlijk de complete dienstregelingstabel zoals we die gewend zijn uit spoorboekjes, met bovenaan de halte 'waar u zich bevindt'. Bij de talloze overstaphaltes staan ook de vertrektijden van de diverse buslijnen. Heel handig, maar het maakt een-en-ander wel wat onoverzichtelijker.

Bij het Centraal stap ik weer uit. Ik kijk wat rond en maak wat foto's, die u al heeft kunnen aanklikken.

Saarbrücken - Sarreguemines

Ik stap weer in de tram en laat het stadslandschap aan me voorbijtrekken. De tram rijdt door redelijke smalle straten in het winkelcentrum, waar overigens weinig winkels zijn en gewoon auto's rijden. Ik vermoed dat het echte winkelgebied een straatje verderop ligt. Er is file, en de tram moet even stilhouden.
Even verderop wordt het breder en krijgen de auto's meer ruimte. Bij de nogal aanwezige Johanneskirche uit 1898 met gelijknamige halte begint een vrije trambaan en de snelheid gaat omhoog. We rijden het centrum alweer uit en rijden zelfs door enige bedenkelijke buurtjes. De tram volgt een drukke stadsweg waar tot de komst van de tram ongetwijfeld menig stads- en streekbus heeft gereden.
Bij bijna elke halte is een halte van een kruisende buslijn, parallelle en doublerende buslijnen zijn er nauwelijks. Zo wordt de tramlijn natuurlijk wel een succes, ten koste van directe verbindingen tussen buitenwijken en station. Dat probleem is door de Saarbahn echter heel behoorlijk opgelost, er lijken maar weinig bestemmingen te zijn waarvoor meer dan één overstap noodzakelijk is. De halte Römerkastell -waar we inmiddels zijn beland- is zelfs een heus busstation. Mocht Leiden haar Rijn-Gouwelijn krijgen, dan komt er bij station Lammenschans een vergelijkbare situatie. De Breestraat zal dan geen bussen meer zien.

Als we weer verder rijden gaat het tramspoor vlak voor een oud treinviaduct rechtsaf. Een aftakking van het tramspoor loopt wel onder het viaduct door en loopt dood. Een keerspoor. Pas als we met de tram de spoordijk oprijden, valt het eurokwartje. Dit is de aansluiting van de tram op het treinspoor! Ik zat zo geboeid naar buiten te kijken en van het trambedrijf te genieten, dat ik straal was vergeten dat deze tram ook nog 'even' gaat doorrijden als trein naar Frankrijk.
Inderdaad zie ik -achteromkijkend- een spanningssluis in de bovenleiding om van 750 volt gelijkstroom (tram) over te schakelen naar 15.000 volt wisselstroom (trein). Deze spanningssluis ligt overigens in een helling, waardoor een defecte tram die precies in het 80 meter lange stroomloze stuk stilvalt, vanzelf kan terugrollen naar het tramtraject.
Meteen nadat de tram het spoor opgereden is, verschijnt een rangeerterrein met een aantal opgestelde Saarbahn-trams, en een enkele treinwagon. Het opstelterrein. Onderhoud vindt elders plaats, zoals het treindeel van het Hauptbahnhof. Ook verderop in Burbach is een werkplaats, deze wordt bereikt door de trams te slepen over een verder verlaten spoortje.

De eerste spoorhalte is Brebach. Van de acht trams die per uur op het stadstraject rijden, keert de helft hier vlak achter het station. De andere vier rijden door. De halte is simpel. Eilandperron, zojuist opgeknapte stationstunnel en busstationnetje.
De tram stopt als bij de andere haltes, de deuren openen als bij de andere haltes. Eigenlijk niks bijzonders, hoewel er nu wel een treeplankje uitschuift om de grotere spleet tussen trein en perron te overbruggen.
De tram trekt vlot op; het lijkt haast wel vlotter dan op het stadstraject, maar dit kan natuurlijk komen omdat de bestuurder de 'gashandel' nu lekker voluit kan openzetten. En inderdaad, de topsnelheid van de tram: 100 km/h, wordt binnen luttele seconden bereikt. Toch een aardige snelheid, het geeft een sneller gevoel dan ik had verwacht.

De internationale verbinding tussen Saarbrücken en Sarreguemines werd vroeger gereden door normale treinen. Waarschijnlijk was de frequentie niet al te hoog. Die treinen rijden overigens nog steeds -zo zie ik-, het zij nu non-stop op het deel waar de Saarbahn ook rijdt. De Deutsche Bahn en de SNCF maken nogal wat reclame voor de directe verbinding tussen Saarbrücken en Straatsburg. Deze dienst -wel 5x/dag! 't is geweldig, niet?- wordt gereden met Franse walvissen. Eén bak als internationale sneltrein.

Langs de lijn ligt aan de ene kant wat bebouwing in de vorm van dorpjes, en aan de andere kant wat bossage waarachter soms de Saar te voorschijn komt. De Saar is duidelijk smaller hier. Of moet ik de Franse naam gebruiken, de Sarre, want de rivier is de grens tussen Duitsland hier en Frankrijk daar.
Langs de lijn is enige vorm van industriële activiteiten in de vorm van spooraftakkingen naar duistere terreintjes en raccordementen (kleine rangeerterreinen). Er rijden goederentreinen: kleintjes die treinspotters vaak 'de buurtsuper' noemen, maar ook lange rijen wagons voor bulkgoederen als erts of steenkool.

De haltes langs de lijn stellen niet veel voor. De perrons zien er even schattig, begroeid en verzakt uit als ze waarschijnlijk enige jaren geleden deden. Het past overigens prima bij de sfeer van de hele lijn en de kleine dorpjes erlangs. Die lieflijke sfeer wordt overigens dan wel weer verpest door de kwartierdienst van de glimmende en strakwitte Saarbahn-trams.

Halte Kleinblitterdorf. Mooie naam toch? Ook hier wordt de tramdienst uitgedund. Eén tram per uur rijdt door naar Gare Sarreguemines, in de spits twee. Die spits duurt trouwens bijna de hele dag, waardoor je dus elke 30 minuten een internationale tram hebt.

De snelheid gaat er weer in. Na twee haltes wordt de lijn wordt wat bochtiger. Via een ingraving met bebouwde taluds en een kort tunneltje komen we op het emplacement van Gare Sarreguemines.

Sarreguemines

Op het spoor voor het stationsgebouw leggen we aan en iedereen stapt uit. Over enkele minuten vertrekt de tram weer terug naar Riegelsberg Süd. De warmte hier in het zuiden overvalt me: blijkbaar is de tram beter geäirco't dan ik verwachtte.
Sarreguemines, in het Duits gewoon Saargemünd geheten, blijkt een doods stadje te zijn. Zo ook het station en zijn omgeving. In de stationsstraat dwars op het station huist een Kebab-zaakje, zoals in veel Duitse en Duits-georiënteerde steden. Door de straat rijdt een autobus van de SNCF; er rijden veel treinvervangende bussen in deze uithoek van Frankrijk. Verder is er weinig wegverkeer.

Wat drukker is het bij de Sarre, die hier nog wat smaller is. Een drukke autoweg belemmert enigszins het zicht op de hier rustig stromende stadsrivier. Even verderop, bij een kruispunt, staan jongens bij het stoplicht. Meteen als 'ie op rood springt, komen ze met zeem, spons en zeepwater op de auto's af en beginnen de ruit schoon te maken. Een agressieve verkoopmethode. Veel automobilisten wijzen het 'voorstel' vergeefs af, maar betalen achteraf toch. Het is trouwens opvallend hoe lang het verkeerslicht op rood staat, hoewel het een simpele kruising is: een ideale situatie dus voor het overmatig hygiënische duo.

» Hygiënisch duo lapt ramen

Ik zet een paar stappen op een mooi aangeklede de brug over de Sarre. De stad mag voor de rest saai zijn, rond de rivier is het groen en staan een aantal mooie gebouwen.
Ik zie dat het centrum dat ik aan de overkant had verwacht zich daar niet bevindt, en loop terug naar het station via -inderdaad- het centrum. Over de winkels aldaar is weinig te vertellen, evenals de outillage van de straat. Ik hoop dat de foto voor zich spreekt.
Ik wil de volgende tram halen, en loop vlug richting het treinstation. Weer word ik overvallen door de leegheid en de stilte van het station. Twee mensen, waarschijnlijk een echtpaar, staan aan het loket; stonden ze er daarnet niet ook al? Ik gris een paar routefoldertjes mee, en stap in de tram die al klaarstaat naast het stationsgebouw.

* Open alle Sarreguemines-foto's
» Een voetgangersbrug over de Sarre
» De voetgangersbrug van opzij
» Schattig poortgebouwtje naast...
» ...een mooi restaurant. Let op de schildering
» De autobrug die dus niet naar het centrum gaat
» Paul was here
» Een mooie lucht boven de Sarre. Let op de sterrekoepel rechts
» De foto van de winkelstraat die voor zich spreekt
» Het stationsgebouw van Sarreguemines

Sarreguemines - Brebach

Een aantal jongelui heeft de fietsen mee in de tram: blijkbaar mag dat. De tram heeft duidelijk airco. Het is lekker koel in de tram, en samen met het stralende weer en het frisse interieur geeft het een lekker zomers gevoel.

De kleine houten haltes onderweg blijken behalve een wachtgelegenheid ook de plek van de treindienstleiding danwel seinwachter. Blijkbaar worden seinen en wissels hier nog per station geregeld. In Nederland is dat allang sterk gecentraliseerd, en dan nog gebeurt het meeste met de computer ARI. De mensen achter de knoppen aan de lijn Saarbrücken - Sarreguemines kunnen waarschijnlijk hun lol niet op. Van een matige lijn met weinig verkeer eerst, tot vier trams per uur per richting nu.

» Een houten halte onderweg; proef de ambiance

Veiligheidsregels

Voor het rijden over treinspoor gelden strenge veiligheidsregels. De trams voldoen aan alle regels waaraan treinen ook moeten voldoen. De Duitse spoorwaakhond BundeseisenbahnAmt staat in Europa bekend als een van de strengste. Zo kan de voorruit van de Saarbahn-trams een frontale botsing weerstaan met een projectiel van 1 kilo met een snelheid van 260 km/h. Deze enigszins opmerkelijke eis is simpel te verklaren: in Duitsland rijden veel goederentreinen, waaronder die steen- of bruinkool of erts vervoeren. Zo'n klomp kan best van een wagon vallen op het moment dat een reizigerstrein of locomotief passeert. De snelheid van 260 km/h is natuurlijk gebaseerd op het snelheidsverschil tussen beide treinen. Reken maar dat zo'n steen hard aankomt dan. De zijruiten zijn overigens van 5 mm dik enkellaags veiligheidsglas.
Verder kan de bakconstructie van de Saarbahn een drukkracht 60 ton verdragen, wat meer is dan de 55 ton die een lege tram weegt. De tram zou dus volgens mij in theorie verticaal op zijn neus kunnen staan zonder plastische vervorming.
In het heuvelige Saarbrücken is het verder goed om te weten dat een lege Saarbahn-tram een andere lege vanuit stilstand kan slepen op een helling van maarliefst 7% (zeven meter stijgen bij 100 meter horizontale verplaatsing). De steilste helling in het traject is overigens 8% (één meter per 12,50 meter). Het vermogen dat daarvoor nodig is (maarliefst 960 kWh) zit halverwege dat van een Nederlandse Mat'54-tweetje en een Sprinter-tweetje. Daarmee is een Saarbahn-tram meer dan twee keer zo sterk als de Haagse TW6000 en de Rotterdamse Citadis.

Brebach - Römerkastell - Dudweiler - Johanneskirche

Bij Brebach stap ik uit. Ik fotografeer wat trams en kijk op het voorplein. Een zware goederentrein dendert voorbij. Het busstationnetje is precies wat het zou moeten zijn. Ik loop weer terug en heb de tram van 7,5 minuut later naar het centrum. De volgende halte stap ik alweer uit, bij het busstation Römerskastell.

» Brebach gezien richting centrum
» Brebach gezien richting Frankrijk
» Brebach breed gezien

Ik heb de bustijden goed onthouden sinds ik op Ludwigstrasse stond, en hoef maar een paar minuten te wachten op de (vertraagde) bus. De chauffeur van de O405 vind mijn kaartje allang best; de meeste instappers laten niks zien en stempelen zelf af bij de automaat.

Mijn medereizigers en ik zitten in lijnbus 12 van de 'Saarbahn und -bus' naar Dudweiler Dudoplatz (elk half uur). Dudweiler is een dorp ten noordoosten van Saarbrücken. Wij rijden vlot over een uitvalsweg, die op een gegeven moment langs het spoor naar Homburg en Mannheim voert. Aan de rechterzijde is een bosrand. Ook hier in Duitsland zijn busreizigers die hun hand niet opsteken als ze meewillen, wij rijden bijna iemand voorbij, maar vaker remmen we af bij de halte als het juist niet nodig is. Irritant. Onderweg ergens passeren we de halte Bartenberg, familie van mij?

Als snel belanden we bij de Universität, midden in het bos. Moderne gebouwen, andere in aanbouw. Dit is duidelijk het nieuwere deel. Inderdaad staan verderop op de campus oudere gebouwen. Zou dit geen mooie bestemming zijn van de Saarbahn? Zo'n universiteitsterrein moet toch veel reizigers trekken? Er komen hier acht buslijnen, waarvan zes naar de binnenstad. Van mij mogen ze het tramplan weer boven water halen.
De vakantie heeft ook hier toegeslagen en het aantal instappers vandaag is dus laag. We rijden langs wat wegwerkzaamheden en rijden dan onverwacht de snelweg op. Leuk, met de bus de Duitse Autobahn op. Ook hier veel bos; de snelweg is hellingrijk en bochtig.
De pret is van korte duur, want de volgende afslag gaan we er alweer vanaf en zijn we in Dudweiler. De halteafstanden zijn kort, zodat we in een zucht door het dorp heen zijn. Na vijf haltes bereiken we al de Dudoplatz. Eindpunt.

De Dudoplatz blijkt niet echt een plein als zodanig. Het is een driehoekige weg rondom een gebouw, in de hoek van een druk kruispunt. Aan alle drie de zijdes zijn bushaltes (is dat even een mooie zin vol alliteraties!).

Ik loop door het dorp. Ik schiet wat foto's, onder andere van een blinde muur van een gebouw, waarop een levensgrote perspectieftekening is gemaakt. In de verte staat een kerktoren: hop, een foto. Op een rommelige parkeerplaats achter de winkelstraat bezoek ik een openbaar toilet; gratis, onbemenst, maar schoon en volautomatisch. Bij de wasbak moet je je handen links houden voor zeep, dan in het midden voor het water, en rechts voor de warme luchtdroger. Niks aanraken wegens de hygiëne.

* Open alle Dudweiler-foto's
» Uitzicht op kerkje en kassen
» Het centrum van Dudweiler
» De perspectieftekening op de blinde muur
» De hellende straat tussen foto 1 enerzijds en 2 en 3 anderzijds

Voor de bus naar de binnenstad kan men kiezen uit de lijnen 10, 15 en 16. Er is een gecombineerde kwartiersdienst: twee lijnen rijden elk uur, de andere elk half uur, gelovik. Niet dat ik er veel aan heb: er valt een bus uit zodat ik alsnog twintig minuten moet wachten op de volgende. Het is dan ook druk als we alsnog kunnen instappen. In de tussentijd bekijk ik de aanbiedingen van het cafeetje in het Dudoplatz-gebouw: voor een spotprijs koffie met gebak. In het gebouw huist verder een logopedist, diverse duistere artsen, een psychiater en een revalidatie-iets. Je ziet zulke naambordjes veel meer dan in Nederland. Zou dat dan allemaal wel te vertrouwen zijn; krijgt iedereen in Duitsland zo'n vergunning bij een braadworst? Of valt er in Duitsland gewoon veel te genezen, en is het een florerende bezigheid?

De bus dus. Net nadat ik staand heb plaats genomen in de volle gelede O405, zie ik de volgende binnenkomen. We rijden weg nog voordat ik kan overwegen uit te stappen.
Onderweg wordt het natuurlijk nog drukker, maar het past allemaal. Ik sta naast een zittende oude hippie met Sinterklaasbaard. Zou me niks verbazen als hij ook nog een Harley Davidson T-shirt aan had. Hij maakt in elk geval bedenkelijke gorgelgeluiden die als zo'n tweewielige bolide klinken. De geur is beter, een indringende aftershave-lucht verspreidt zich door de bus.
De rit voert wederom over een invalsweg. Ik vang tussen de huizen en bomen door soms een glimp op van een rangeerterrein in het flauwe dal naast ons. Het is het spoor naar Neunkirchen en Mainz. De Regional Express naar Mainz rijdt met dieselkantelbakstellen van de serie 612. De diesels, maximum snelheid 160 km/h, gaan in de bochten schuin waardoor de snelheid op bochtige stukken hoger kan zijn zonder dat reizigers van links naar rechts worden geslingerd.

» Een 612 op Saarbrücken Hbf

Plotseling zijn we bij de Johanneskirche, dat zie ik aan de tramdraden. Ik schuifel naar de deur maar dat blijkt niet nodig. De bus stroomt leeg, en ik kan in die mensenmassa meestromen, want iedereen loopt naar de tramhalte.

» Halte Johanneskirche past in het straatbeeld
» Vanaf de andere kant; links de Johanneskirche
» Files naast de tramhalte

Johanneskirche - Saarbrücken Hbf

Het is inmiddels zo'n tien voor vijf, over veertig minuten gaat mijn trein weg hier vandaan. Ik wil de tram naar het station nemen, maar bedenk dan dat ik nog helemaal niet de Saar heb gezien, en dat hier in Saarbrücken! Dat kan natuurlijk niet.
Het is spits, zoveel is duidelijk. Het is druk bij de tram, op de weg en op het voetpad. En laat me het winkelgebied niet vergeten. Desondanks red ik het naar een Saarbrücke, en schiet wat foto's in het rond. Zonder commentaar worden ze hier ten toongesteld. Eén opmerking dan: die 'afgeknotte molen met vishengel' is een oude hijskraan uit de tijd er nog een haven was.

* Open alle Saar-uitzichten
» Uitzicht over de Sarre richting het oosten
» Uitzicht over de Sarre richting het oosten; hijskraan
» Uitzicht over de Sarre richting het westen 1
» Uitzicht over de Sarre richting het westen 2

Op de terugweg wordt ik ingehaald door een zojuist uit haar auto gestapte vrouw in mantelpak. Ze haalt al lopende een papieren zak uit haar tas en strooit daaruit een handvol spul op de grond. Dat blijkt vogelvoer te zijn, want direct komen er van alle kanten duiven aangevlogen. Deze bliksemactie van de vrouw lijkt niemand behalve mij te verbazen.
Bijna terug bij de halte komt er een tram aanrijden, maar het voetgangerslicht over de autoweg dat mij nog scheidt van de trambaan staat op rood. Net op tijd groen, een sprintje en een vriendelijke trambestuurder maken dat ik de tram nog net heb.

» Duiven slaan toe

Saarbrücken Hbf - Metz

Terug op het hoofdstation zoek ik spoor nummer 2 op voor de Regional Express naar Metz van 17:32. Het blijkt een zogenaamd zakspoortje te zijn: een kopspoortje met aan beide zijden een perron, waarvan er natuurlijk maar een gebruikt wordt. Het zakspoor ligt in dit geval in het eind van een breder perron.
Op het perron zijn twee mannen aanwezig; ik loop door op het redelijk lange perron. Ik ga op de grond zitten en kijk naar het treinverkeer op het grote station en het achterliggende rangeerterrein. Even later komt een van de mannen naar me toe. Hij begint een -deels warrig- gesprek. Hij heeft gediend in het Franse leger in donker Afrika en het Midden-Oosten, maar was eigenlijk vrachtwagenchauffeur. Of zo iets. Hij was nu op weg naar Metz om op een duister parkeerterrein een nieuwe truck te kopen. Het gesprek gaat gepaard met het aanbod voor een sigaret, een blikje bier en een foto van mij met een trein. Alle drie sla ik af.
De trein is te laat. Dat baart me zorgen, want de overstap op Metz is niet al te ruim (18:33 / 18:46). De trein komt uiteindelijk zo'n 10 minuten na schema aan uit Frankrijk.
De RE -ik was erg benieuwd welk materieel het zou zijn- bestaat uit één enkele Walvis, in Duitse kleuren. Het grootste deel van de reis gaat over Frans gebied, dus ik vermoed dat het materieel in een pool wordt gerund. Dat vermoeden wordt versterkt door de Franse kleuren van de tegenliggers die we later zullen passeren, en door de gezamenlijke treindienst Saarbrücken - Straatsburg waar de DB en de SNCF zoveel reclame voor maken. Later zal ik in de spoorliteratuur lezen dat ik er niet ver vanaf zat. Het zijn namelijk Franse treinen (serie X73000), waarvan een aantal in Duitse kleuren (gelijk aan de Duitse serie 641). De Duitse deelstaat Saarland heeft meebetaald aan twee van de Walvissen, waarschijnlijk duldde zij geen Franse kleuren op door hun gesubsidieerd materieel. Franse treinen in Duitse kleuren: het toppunt of juist het dieptepunt van Europese samenwerking?

» Saarbrücken Hauptbahnhof overzicht
» Merkwaardig onderstel van stoomloc en tender als aandenken
» Een Walvis in Franse livrei staat klaar naar Sarreguemines
» De -mijn- Walvis uit Metz komt binnen
» De verlichting in de Walvis

We vertrekken gelukkig vlot. De man die me aansprak op het station, schiet een van de twee conducteurs aan, en legt uit dat hij geen kaartje heeft. Of iets van die strekking. Hij praat vlot, vrolijk en overtuigend, waardoor het geen probleem is, zo blijkt uit de lichaamstaal van de conducteur. Ook later tijdens de reis zal de man de conducteur nog vaak raadplegen, onder andere met de vraag of hij even kan roken in de lege eerste klas coupé niet roken. De drank stijgt een beetje naar zijn hoofd. De oplossing zal overigens gevonden worden door een zeer snelle rookpauze buiten bij een stationsstop.
Ik neem plaats op een redelijke afstand van de man. Ik ben moe en wil even rust. Bovendien wil ik van de rit genieten.
De rit voert al snel naar de Franse plaats Forbach, de plek waarnaar de Saarbahn zich wil uitbreiden mocht Lebach in het noorden niet haalbaar zijn. De treinsporen voeren eerst door een ingravinkje, maar komen later in wat meer glooiend terrein. Veel uitgestrekte rangeerterreinen langs de lijn, waarschijnlijk de restanten van de zware industrie in dit gebied.
Het 1-baks boemeltje dat als internationale sneltrein dienst doet, blijkt geen boemeltje. De snelheid wordt al rap opgevoerd tot de topsnelheid van 140 km/h. Dit gaat razendsnel voor zo'n aandoenlijk treintje. Het rijcomfort is echter heel behoorlijk.
Zo af-en-toe wordt er gestopt, maar in de laatste helft van de rit niet. Mijn indruk-en die wordt later op de kaart bevestigd- is dat er deels op een spoorlijn wordt gereden die alleen door deze treinverbinding wordt aangedaan. Aldaar wordt dus overal gestopt; elders rijdt deze trein inderdaad als sneltrein zodat de Walvis met recht het predikaat Regional Express mag voeren. Ik begin ook te begrijpen waarom er slechts één rijtuig wordt ingezet. Het aantal reizigers overschrijdt nergens het dozijn.
De stations zijn zonder uitzondering droevig. Een langharige stationschef gebaart met een spiegelei dat we mogen vertrekken, groet bijna saluerend de conducteur en kijkt strak naar voren als we uiteindelijk wegrijden. Lijken wel Japanse en Chinese praktijken.
Een uur na vertrek uit Saarbrücken zouden we moeten aankomen op Metz Ville (18:33), maar dat zal wel later worden. Toch heb ik heb het idee dat we enige reistijdswinst gemaakt hebben: Franse machinisten schijnen financieel beloond te worden voor het inhalen van vertraging.
Het binnenrijden van Metz is nog een hele tour. Het emplacement is groot en de snelheid klein. Enigszins ongeduldig sta ik uit de grote ramen te kijken of ik al perrons zie.

Metz - Luxembourg

Als we er eenmaal zijn blijkt ook Metz een grauw station te zijn. Massieve overkapping. Ik verlaat de trein, zonder verder op de nu door de drank slapende soldaat/chauffeur te letten. Via de stationstunnel -snel een blik op de vertrekstaat- kom ik op het perron voor de 'RE' naar Luxembourg. Het viel me zojuist bij het uitstappen op dat er bij aankomst van de trein werd omgeroepen waar en wanneer de aansluitende treinen vertrekken. Helaas begon de vrouwenstem iets te vroeg waardoor ik de informatie miste.

De trein uit Nancy die komt voorrijden bestaat uit een wat oude locomotief met drie of vier nog oudere lage roestvrij-stalen rijtuigen. Voor de treinkenners: formaat Talgo, kleur Silberlinge. Het is een trekduwformatie, de locomotief kan dus duwen of trekken. Van binnen is de inrichting iets beter, waarschijnlijk zijn de rijtuigen een aantal jaar geleden opgeknapt. Ik neem plaats in het warme compartiment en schuif het raam open.

Ik ben blij dat ik de trein heb gehaald. Ik blijk met de meegenomen mobiel bij geen enkele Franse provider toegang te krijgen: als ik deze trein gemist had, kon ik mijn vriendin in Luxembourg niet laten weten dat ik een treintje later had. En in een land als Frankrijk betekent dat met die schaarse aanwezigheid van klokvaste verbindingen dat het nog wel eens een latertje kon worden.

Als we gaan rijden (later dan 18:46), is het de andere rijrichting dan ik had verwacht. Ik wissel van zitplaats zodat ik nu weer vooruit rij, en denk diep na. Blijkbaar heb ik mij vergist in de ligging van het station. Op de reusachtige 'General Karte Rheinland-Pfalz / Saarland / Hessen Süd' die ik bij me heb wordt een-en-ander duidelijk.

De trein rijdt vlot. Het gaat over een brug, de Moezel stroomt onder ons door. We rijden een aantal stations voorbij. Maar we stoppen op een aantal fluthaltes waar niet of nauwelijks iemand in- dan wel uitstapt. Zoals Walibi bij Talange. Een grote houten achtbaan staat naast het spoor, maar wordt niet gebruikt. Valt een achtbaan trouwens ook onder de spoorhobby?
Het traject is hier viersporig. Regelmatig passeren dan ook treinen. Opvallend bij het passeren van tegenliggers is het gebruik van de tyfoon (toeteren) van beide treinen. Vaak schrik ik ervan, daarnet in de Walvis ook al.
Langs de baan wederom veel grote zware industrie, waar overigens geen fut meer in lijkt te zitten.

» De Moezel stroomt onder de trein door
» Achtbaan naast het spoor te Walibi Lorraine
» Lelijk 'Cafe de la Gare' met zonder Amstelbier
» Nog zo'n hartverwarmend tafereeltje: silo's
» Charmant station Thionville

Thionville is een grote stad, en de laatste halte voor Luxembourg. Het station is redelijk uitgestrekt, maar veel (reizigers)activiteit is er niet. "Ici Thionville" wordt er omgeroepen. Dan volgt de lijst met de aansluitende treinen. Handig en behulpzaam, maar helaas onverstaanbaar.

Het tempo gaat nu omhoog. Mijn rijtuig maakt specifiek in de bogen naar links fikse bokkensprongen. Voelt niet echt fijn en dus een beetje verontrustend. Maar de andere reizigers kijken net zo neutraal uit hun ogen als anders en lijken zich te schikken in hun lot.
Het landschap wordt weer wat heuveliger. Halverwege staat een grote zendmast op een heuvel. Al-met-al een mooie rit. De conducteur is een jong broekie en rent zenuwachtig door de trein. Geen enkele conducteur heeft vandaag naar mijn Railplus-kaart gevraagd.

Ergens zijn we de Frans-Luxemburgse grens gepasseerd. We takken aan op de lijn uit Pétange en Esch sur Alzette bij het station Bettembourg. Voordat we daar zijn passeren we echter een reusachtig rangeerterrein dat zeker met de Kijfhoek kan wedijveren.
Na Bettembourg -vanuit Esch komt nog een Frans roestvrijstalen treinstel dat ik later niet kan terugvinden in de dienstregeling- gaat de snelheid er meteen uit. We belanden in een soort treinfile aangezien we van sein tot sein rijden. Overigens is deze sneltrein een uitzondering, de meeste treinen uit Metz stoppen tussen Thionville en Bettembourg overal.

Ongeveer tien minuten te laat komen we aan op station Luxembourg. Ik stap uit, maak nog twee foto's van de trein, en loop de stad in richting hotel waar mijn vriendin op me wacht.

» De achterkant van de trein met stuurstandrijtuig...
» ...en de voorkant met de locomotief te Luxembourg

Maarten Batenburg, juli & augustus 2003


Verder in deze serie: Luxemburg: het spoorwegnet en Luxemburg: het busnet

 Maarten.OVcentraal is een site van Maarten Batenburg. Bezoek ook eens OVcentraal en ZoetermeerOV. Copyright 2004 - 2010.