In dit verslag wordt 'Luxemburg' voor het Groothertogdom Luxemburg gebruikt. Voor de
hoofdstad gebruik ik Luxembourg, de plaatselijke schrijfwijze. Dit onderscheid moet het
verschil duidelijk maken.
Maandag 21 juli 2003 ga ik vanuit Luxembourg stad een uitje maken naar de Duitse plaats
Saarbrücken. Daar bezoek ik de Saarbahn en het busnet. De terugreis zal via Frankrijk
geschieden. Een verslag.
De reis is als volgt. Bij de genoemde haltes/stations ben ik in-, uit- of overgestapt. De
treintijden zijn die volgens de dienstregeling, niet de werkelijke.
08:50. Ik loop naar het Luxembourgse station. Er is een loket vrij en ik bestel een enkeltje
Saarbrücken. "Mit Railplus" voeg ik er aan toe, want ik ben in het bezit van een dergelijke
kortingskaart die recht geeft op 25% korting op elke grensoverschrijdende reis in Euroland. Net
voordat de betaling gereed is (twaalf euro zoveel), zie ik dat ze het blijkbaar verstaan heeft
als "Railbus", want ik krijg een kaartje voor de speciale non-stop CFL-bus naar Saarbrücken van
09:00. De omissie kan gelukkig nog rechtgetrokken worden, en ik krijg mijn treinenkeltje voor
het aanzienlijk hogere € 20,40.
Ik neem plaats in het dieselstel naar Trier. Als ik zit, bedenk ik dat ik geen trajectfolder
heb van het traject dat ik straks op de terugreis zal doen: Metz - Luxembourg. Er is nog
voldoende tijd voor vertrek, dus ik loop terug naar het loket om er een te pakken.
De trein vertrekt mooi op tijd. We nemen de omleidingsroute
via een zuidelijke goederenlijn. Vlak na de grens wordt de brug over de brede Moezel gepasseerd.
In de verte is het punt te zien waar de Saar in de Moezel stroomt.
Aan de overkant ligt halte Kreuz Konz. Vreemde naam, maar het betekent niks anders dan
kruispunt Konz. Inderdaad splitst het spoor van de westoever zich in drieën. Twee sporen voeren
rechtstreeks naar de lijnen naar Perl en naar Saarbrücken. Het andere spoor gaat naar Trier,
heeft een perron, en wordt dus gebruikt door de reizigerstreinen van/naar Luxemburg.
Dat perron rijden we enkele meters voorbij. De machinist roept iets om van 'Moment, bitte' en
steekt terug. Bij vertrek wordt gewaarschuwd voor het sluiten van de deuren.
Het overstappen van de diesel uit Luxembourg op de stoptrein naar Saarbrücken zal gebeuren in
Karthaus. Hoe je het uitspreekt: Kart-haus of Kar-thaus, is bij mij nog een vraag. De omroep
verraadt door zijn afwezigheid niets. Er is nauwelijks vertraging bij aankomst op het Duitse
Karthaus, hoewel we gedurende de rit af-en-toe wat minder hard reden, ondanks de omleiding, en
ondanks het achteruit rijden.
Karthaus is een grauwe 4-sporige halte aan de sporen uit Luxembourg, Saarbrücken en Perl
enerzijds, en de sporen naar Trier anderzijds. Het stationsgebouw doet inderdaad aan als een
gammel kaartenhuis. De aansluiting is tien minuten dus ik hoef er niet lang te blijven.
Het materieel dat aangestormd komt is er een uit de 423 - 426 serie. Vier rode bakken. Lage
instap en vloer, maximum snelheid 140 km/h. Het interieur is simpel: dunne stoeltjes en een
beetje rommelig door de vele opstapjes waar de stoelen op staan. Men kan echter wel alle vier
de bakken doorkijken, want de harmonica-overgangen zijn zo breed als de rest van de trein en
maken geen herrie. Prettig.
En het leukste van dit materieel komt bij het wegrijden. De acceleratie is fenomenaal. Met veel
piep- en fluittoontjes en gezoem snellen we het station uit op weg naar de volgende halte, die
direct automatisch wordt omgeroepen en op een display verschijnt.
De reis naar Saarbrücken is lang (80 minuten), maar de moeite waard. Met name de eerste helft
leidt door het Saardal. Soms smal, soms breed. Soms hoge heuvels, later minder. Een aantal keer
voert het spoor vlak langs het water, wat leuk is.
Halverwege ligt het dorp Merzig, welke twee haltes heeft: Merzig (Saar) Stadtmitte en Merzig
(Saar). Merzig zondermeer - maar met busstation- ligt nogal buiten het dorp. Er zijn dan ook
veel reizigers die vanuit het centrum even met de trein meeliften, waarschijnlijk om verder te
reizen met de bus.
In de buurt van de stad Völklingen wordt het drukker in de trein. De RE stopt in deze omgeving
vaker, waardoor op dit traject de RB en de RE een gezamelijke halfuursdienst bieden. Er
verschijnen uitgestrekte verlaten industriecomplexen langs de lijn. Toch is er nog steeds
staalindustrie in deze omgeving.
En dan rijden we deelstaat-hoofdstad Saarbrücken binnen. Even vang ik een glimp op van een
Saarbahn-tram die langs het spoor rijdt. Aan de andere kant van het spoor dan ik hem eigenlijk
verwachtte, dat wel.
Saarbrücken
Saarbrücken Hauptbahnhof is groot. Er staat divers materieel te ronken of te zoemen. Ik loop
door de tunnel naar de loketten. Daar staat een aardige rij. Klanten moeten in de rij staan om
vervolgens geholpen te worden aan het eerst beschikbare loket. Het duurt zo'n kwartier, knap
lang. In de rij oefen ik eindeloos mijn bestelling: "Ein Einzelticket nach Luxembourg via Metz,
mit Railplus bitte". Grammaticaal zal er wel helemaal niks van kloppen (ein, nach), maar als ik
eenmaal aan de beurt ben gaat het goed genoeg. Voor het omreiskaartje inclusief gratis
reisschema en een mooi mapje betaal ik minder dan zojuist in Luxemburg.
Eenmaal buiten overzie ik het voorplein met de bus- en tramhalte. Op de voorgrond is een
afzichtelijk parkeerterrein: wie verzint nou zoiets midden op een stationsvoorplein? En de
regen. Daar had ik niet opgerekend.
Ik loop naar de Saarbahn-kaartautomaat en bestudeer de mogelijkheden. Ik had echter al de
diverse kaartjes uitgezocht op de website van de
Saarbahn, en mijn keus staat eigenlijk al vast. Een "9-Uhrticket Stadt + U1+U2+U3". Een
dagkaart dus, geldig na 09:00 in de centrumzone en alle drie de zones daar omheen. Het begrip
'centrum' moet je erg ruim nemen, dat doet de Saarbahn ook. Het is zowat deze hele stad plus
een aantal voorsteden- en dorpen. U1 is de zone die daar omheen ligt, welke weer omringd wordt
door U2, welke Verwegistan en omstreken omhelst. U3 bestaat enkel uit de tram in de Franse
plaats Sarreguemines. Er is nog een toeslag mogelijk van 25 cent om in Sarreguemines ook de bus
te mogen gebruiken, maar dat laat ik schieten. Ik betaal 5,00 euro, en ontvang een piepklein
kaartje. Nu ben ik klaar om de in OV-land bekende Saarbahn te ontdekken.
Saarbrücken Hauptbahnhof dus. Ik kijk op het werkende 'dynamische reisinformatie systeem', een
eenvoudig led-paneel met informatie over de komende trams. Het is echter slim opgezet. Niet
alleen de eerstvolgende tram staat er op, vaak ook de twee er na. Mocht de eerstvolgende tram
niet het hele traject berijden, dan kun je dus ook zien wanneer de tram komt die dat wel doet.
Binnen het kwartier staat de wachttijd afgebeeld (5 min), is het langer dan staat de verwachte
aankomsttijd (12:34). Het nut daarvan is mij niet helemaal duidelijk.
Vandaag word ik bovendien getrakteerd op de mededeling dat er werkzaamheden zijn, en het
daardoor helaas tot vertragingen komt. De dienst op het stadstraject blijkt inderdaad niet
volgens de dienstregeling.
De dag voordat ik op vakantie ging, las ik op internet een bericht over uitgeleende Saarbrücker
trams die in Kassel proefrijden. Er waren haarscheurtjes in de wielen gevonden, of iets
dergelijks. Tot nader order waren ze in Kassel uit de dienst gehaald. Ook in Saarbrücken heeft
men meteen alle wielen gecontroleerd, en ook daar mochten een paar trams niet meer de baan op.
Het aantal dienstvaardige trams -intotaal zijn er 28- is daardoor tot het absolute minimum
gedaald: de dienstregeling kan net-aan gereden worden. Wellicht is dat ook de reden dat ik
vandaag geen koppelstellen zal zien, iets dat in de hobbyboekjes soms wel staat afgebeeld.
Ik besluit de eerste de beste tram te nemen naar Riegelsberg Süd, het noord-westelijke
eindpunt. Ik hoef niet lang te wachten want de tram rolt binnen. Er zijn vier perrons op het
voorplein: de tram stopt aan de middelste twee perrons, bussen stoppen aan de buitenste.
De tram trekt vlot op tot een vaartje van 20 a 30 en we rijden langs de rand van het
centrum.
We gaan met een voet- fiets- en trambrug over het treinemplacement. Deze brug is speciaal voor
de tram helemaal opnieuw gebouwd. Direct na de brug gaat de tram steil omhoog langs een drukke
invalsweg. Deze winkelstraat biedt net genoeg ruimte voor een vrije trambaan. Hier wil ik straks
even uitstappen.
Ondanks de helling, komt de tram toch goed weg en we komen op vlakker terrein. We rijden
duidelijk de stad uit: het wordt steeds wat rustiger. De trambaan verandert even in een
trambusbaan, maar er is momenteel geen bus te zien.
Bij de halte Siedlersheim is het eindpunt voor de helft van de trams. We gaan de stad verlaten
en er is daarbuiten geen behoefte aan acht trams per uur.
Zoals gezegd, we verlaten de stad. We gaan onder een snelweg door waarna het spoor langs deze
weg loopt. De snelheid, die tot dusver zeker in de bogen bescheiden is gebleven, gaat omhoog.
Een vaartje van 70 km/h, zo schat ik.
De tocht voert langs een bos. Een groot bos. De bovenleidingsmasten zijn tijdens de aanleg met
de helikopter geplaatst, een methode die ze in Oost-Duitsland vaak schenen toe te passen. We
rijden enkele bochtige en hellingrijke kilometers tot de volgende halte: Heinrichshaus.
Afgelegen gelegen aan een overweg. De weg gaat aan de ene zijde onder de snelweg door, en aan
de andere zijde steil naar beneden het bos in. De reisinformatie-panelen zijn tegen vandalisme
beschermd met een voorgehangen stalen wapeningsnet. Voor één paneel was het tevergeefs.
Zoals te verwachten stappen niet veel mensen uit. De tram rijdt verder, nog steeds langs het
bos. De snelweg neemt afscheid en verdwijnt uit beeld, een dubbele afslag die overgaat in een
uitvalsweg begeleidt ons naar het eindpunt: Riegelsberg Süd.
Riegelsberg ligt zoals gezegd aan de uitvalsweg. Aan beide zijden van de weg ligt bos. Geen
bebouwing, hoewel iets verderop een begraafplaats en de dorpsrand te zien zijn. Naast de
tramhalte is een busstation. Riegelsberg Süd is inderdaad het zuiden van Riegelsberg: het meest
zuidelijk puntje. Reizigers die verder willen moeten met de bus verder, welke dan ook direct na
aankomst van de tram volstroomt met overstappers.
Van een mogelijk verlenging door Riegelsberg naar Lebach is niks te zien. Twee stootblokken
blokkeren de doorgang resoluut. Mocht er verlengd worden, dan wordt in de dorpskern enkelspoor
toegepast.
Ik loop wat om het busstation heen, en ga even verderop zitten voor een korte lunch van
meegenomen broodjes en knakworsten. Een beginnende regen maakt dat ik me wat haast.
Voldaan loop ik weer na het busstation. Er zijn veel wachtenden uit de nieuwe lichting bussen
uit Riegelsberg, waaronder opvallend veel schooljeugd. Hebben ze geen vakantie?
De tram stroomt vol. Ik en velen anderen nemen plaats in de middenbak. Wat opvalt, en het is
niet te hopen dat RandstadRail de zelfde fout maakt, is dat de middenbak geen deuren heeft. De
middelste deuren in de andere bakken hebben daarom extra veel reizigers te verwerken en dat
leidt tot opstoppingen en dus lange stationnementen. Slordig.
Ik verbaas me over het -in mijn ogen- lelijke kapsel van de Duitse schooljongens. Lang
sluikhaar. Velen hebben het. Het heeft iets Beatles-achtig, maar dan slordiger en langer.
De tram rijdt zonder opmerkelijkheden richting het centrum. Ik stap uit bij de hellingrijke
halte, Cottbuser Platz, en loop over de trambrug naar de halte Ludwigstrasse. Onderweg
fotografeer ik het uitzicht, een kerk en wat trams. Bij Ludwigstrasse ligt de aftakking naar de
Messe. De tak gaat dubbelsporig naar de spoorkuil, passeert de hoofdtramlijn onderlangs en
wordt dan enkelsporig en verdwijnt uit het zicht. Mogelijk wordt deze tak ooit de lijn naar
Forbach.
Op de Ludwigstrasse heb ik even de tijd om het informatiepaneel goed te bestuderen. Het werkt
uitmuntend. Ook zie ik een alarmzuil; van de juiste werking hiervan heb ik mij maar niet
verwittigd.
De dienstregeling is ook analoog te raadplegen, via de welbekende vertrekstaat. Het is een
uitgebreide versie. Het is eigenlijk de complete dienstregelingstabel zoals we die gewend zijn
uit spoorboekjes, met bovenaan de halte 'waar u zich bevindt'. Bij de talloze overstaphaltes
staan ook de vertrektijden van de diverse buslijnen. Heel handig, maar het maakt een-en-ander
wel wat onoverzichtelijker.
Bij het Centraal stap ik weer uit. Ik kijk wat rond en maak wat foto's, die u al heeft kunnen aanklikken.
Saarbrücken - Sarreguemines
Ik stap weer in de tram en laat het stadslandschap aan me voorbijtrekken. De tram rijdt door
redelijke smalle straten in het winkelcentrum, waar overigens weinig winkels zijn en gewoon
auto's rijden. Ik vermoed dat het echte winkelgebied een straatje verderop ligt. Er is file, en
de tram moet even stilhouden.
Even verderop wordt het breder en krijgen de auto's meer ruimte. Bij de nogal aanwezige
Johanneskirche uit 1898 met gelijknamige halte begint een vrije trambaan en de snelheid gaat
omhoog. We rijden het centrum alweer uit en rijden zelfs door enige bedenkelijke buurtjes. De
tram volgt een drukke stadsweg waar tot de komst van de tram ongetwijfeld menig stads- en
streekbus heeft gereden.
Bij bijna elke halte is een halte van een kruisende buslijn, parallelle en doublerende
buslijnen zijn er nauwelijks. Zo wordt de tramlijn natuurlijk wel een succes, ten koste van
directe verbindingen tussen buitenwijken en station. Dat probleem is door de Saarbahn echter
heel behoorlijk opgelost, er lijken maar weinig bestemmingen te zijn waarvoor meer dan één
overstap noodzakelijk is. De halte Römerkastell -waar we inmiddels zijn beland- is zelfs een
heus busstation. Mocht Leiden haar Rijn-Gouwelijn krijgen, dan komt er bij station Lammenschans
een vergelijkbare situatie. De Breestraat zal dan geen bussen meer zien.
Als we weer verder rijden gaat het tramspoor vlak voor een oud treinviaduct rechtsaf. Een
aftakking van het tramspoor loopt wel onder het viaduct door en loopt dood. Een keerspoor. Pas
als we met de tram de spoordijk oprijden, valt het eurokwartje. Dit is de aansluiting van de
tram op het treinspoor! Ik zat zo geboeid naar buiten te kijken en van het trambedrijf te
genieten, dat ik straal was vergeten dat deze tram ook nog 'even' gaat doorrijden als trein
naar Frankrijk.
Inderdaad zie ik -achteromkijkend- een spanningssluis in de bovenleiding om van 750 volt
gelijkstroom (tram) over te schakelen naar 15.000 volt wisselstroom (trein). Deze
spanningssluis ligt overigens in een helling, waardoor een defecte tram die precies in het 80
meter lange stroomloze stuk stilvalt, vanzelf kan terugrollen naar het tramtraject.
Meteen nadat de tram het spoor opgereden is, verschijnt een rangeerterrein met een aantal
opgestelde Saarbahn-trams, en een enkele treinwagon. Het opstelterrein. Onderhoud vindt elders
plaats, zoals het treindeel van het Hauptbahnhof. Ook verderop in Burbach is een werkplaats,
deze wordt bereikt door de trams te slepen over een verder verlaten spoortje.
De eerste spoorhalte is Brebach. Van de acht trams die per uur op het stadstraject rijden,
keert de helft hier vlak achter het station. De andere vier rijden door. De halte is simpel.
Eilandperron, zojuist opgeknapte stationstunnel en busstationnetje.
De tram stopt als bij de andere haltes, de deuren openen als bij de andere haltes. Eigenlijk
niks bijzonders, hoewel er nu wel een treeplankje uitschuift om de grotere spleet tussen trein
en perron te overbruggen.
De tram trekt vlot op; het lijkt haast wel vlotter dan op het stadstraject, maar dit kan
natuurlijk komen omdat de bestuurder de 'gashandel' nu lekker voluit kan openzetten. En
inderdaad, de topsnelheid van de tram: 100 km/h, wordt binnen luttele seconden bereikt. Toch
een aardige snelheid, het geeft een sneller gevoel dan ik had verwacht.
De internationale verbinding tussen Saarbrücken en Sarreguemines werd vroeger gereden door
normale treinen. Waarschijnlijk was de frequentie niet al te hoog. Die treinen rijden overigens
nog steeds -zo zie ik-, het zij nu non-stop op het deel waar de Saarbahn ook rijdt. De Deutsche
Bahn en de SNCF maken nogal wat reclame voor de directe verbinding tussen Saarbrücken en
Straatsburg. Deze dienst -wel 5x/dag! 't is geweldig, niet?- wordt gereden met Franse
walvissen. Eén bak als internationale sneltrein.
Langs de lijn ligt aan de ene kant wat bebouwing in de vorm van dorpjes, en aan de andere kant
wat bossage waarachter soms de Saar te voorschijn komt. De Saar is duidelijk smaller hier. Of
moet ik de Franse naam gebruiken, de Sarre, want de rivier is de grens tussen Duitsland hier en
Frankrijk daar.
Langs de lijn is enige vorm van industriële activiteiten in de vorm van spooraftakkingen naar
duistere terreintjes en raccordementen (kleine rangeerterreinen). Er rijden goederentreinen:
kleintjes die treinspotters vaak 'de buurtsuper' noemen, maar ook lange rijen wagons voor
bulkgoederen als erts of steenkool.
De haltes langs de lijn stellen niet veel voor. De perrons zien er even schattig, begroeid en
verzakt uit als ze waarschijnlijk enige jaren geleden deden. Het past overigens prima bij de
sfeer van de hele lijn en de kleine dorpjes erlangs. Die lieflijke sfeer wordt overigens dan
wel weer verpest door de kwartierdienst van de glimmende en strakwitte Saarbahn-trams.
Halte Kleinblitterdorf. Mooie naam toch? Ook hier wordt de tramdienst uitgedund. Eén tram per
uur rijdt door naar Gare Sarreguemines, in de spits twee. Die spits duurt trouwens bijna de
hele dag, waardoor je dus elke 30 minuten een internationale tram hebt.
De snelheid gaat er weer in. Na twee haltes wordt de lijn wordt wat bochtiger. Via een
ingraving met bebouwde taluds en een kort tunneltje komen we op het emplacement van
Gare Sarreguemines.
Sarreguemines
Op het spoor voor het stationsgebouw leggen we aan en iedereen stapt uit. Over enkele minuten
vertrekt de tram weer terug naar Riegelsberg Süd. De warmte hier in het zuiden overvalt me:
blijkbaar is de tram beter geäirco't dan ik verwachtte.
Sarreguemines, in het Duits gewoon Saargemünd geheten, blijkt een doods stadje te zijn. Zo ook
het station en zijn omgeving. In de stationsstraat dwars op het station huist een Kebab-zaakje,
zoals in veel Duitse en Duits-georiënteerde steden. Door de straat rijdt een autobus van de
SNCF; er rijden veel treinvervangende bussen in deze uithoek van Frankrijk. Verder is er weinig
wegverkeer.
Wat drukker is het bij de Sarre, die hier nog wat smaller is. Een drukke autoweg belemmert
enigszins het zicht op de hier rustig stromende stadsrivier. Even verderop, bij een kruispunt,
staan jongens bij het stoplicht. Meteen als 'ie op rood springt, komen ze met zeem, spons en
zeepwater op de auto's af en beginnen de ruit schoon te maken. Een agressieve verkoopmethode.
Veel automobilisten wijzen het 'voorstel' vergeefs af, maar betalen achteraf toch. Het is
trouwens opvallend hoe lang het verkeerslicht op rood staat, hoewel het een simpele kruising
is: een ideale situatie dus voor het overmatig hygiënische duo.
Ik zet een paar stappen op een mooi aangeklede de brug over de Sarre. De stad mag voor de rest
saai zijn, rond de rivier is het groen en staan een aantal mooie gebouwen.
Ik zie dat het centrum dat ik aan de overkant had verwacht zich daar niet bevindt, en loop
terug naar het station via -inderdaad- het centrum. Over de winkels aldaar is weinig te
vertellen, evenals de outillage van de straat. Ik hoop dat de foto voor zich spreekt.
Ik wil de volgende tram halen, en loop vlug richting het treinstation. Weer word ik overvallen
door de leegheid en de stilte van het station. Twee mensen, waarschijnlijk een echtpaar, staan
aan het loket; stonden ze er daarnet niet ook al? Ik gris een paar routefoldertjes mee, en
stap in de tram die al klaarstaat naast het stationsgebouw.
Een aantal jongelui heeft de fietsen mee in de tram: blijkbaar mag dat. De tram heeft duidelijk
airco. Het is lekker koel in de tram, en samen met het stralende weer en het frisse interieur
geeft het een lekker zomers gevoel.
De kleine houten haltes onderweg blijken behalve een wachtgelegenheid ook de plek van de
treindienstleiding danwel seinwachter. Blijkbaar worden seinen en wissels hier nog per station
geregeld. In Nederland is dat allang sterk gecentraliseerd, en dan nog gebeurt het meeste met
de computer ARI. De mensen achter de knoppen aan de lijn Saarbrücken - Sarreguemines kunnen
waarschijnlijk hun lol niet op. Van een matige lijn met weinig verkeer eerst, tot vier trams
per uur per richting nu.
Bij Brebach stap ik uit. Ik fotografeer wat trams en kijk op het voorplein. Een zware
goederentrein dendert voorbij. Het busstationnetje is precies wat het zou moeten zijn. Ik loop
weer terug en heb de tram van 7,5 minuut later naar het centrum. De volgende halte stap ik
alweer uit, bij het busstation Römerskastell.
Ik heb de bustijden goed onthouden sinds ik op Ludwigstrasse stond, en hoef maar een paar
minuten te wachten op de (vertraagde) bus. De chauffeur van de O405 vind mijn kaartje allang
best; de meeste instappers laten niks zien en stempelen zelf af bij de automaat.
Mijn medereizigers en ik zitten in lijnbus 12 van de 'Saarbahn und -bus' naar Dudweiler
Dudoplatz (elk half uur). Dudweiler is een dorp ten noordoosten van Saarbrücken. Wij rijden
vlot over een uitvalsweg, die op een gegeven moment langs het spoor naar Homburg en Mannheim
voert. Aan de rechterzijde is een bosrand. Ook hier in Duitsland zijn busreizigers die hun hand
niet opsteken als ze meewillen, wij rijden bijna iemand voorbij, maar vaker remmen we af bij de
halte als het juist niet nodig is. Irritant. Onderweg ergens passeren we de halte Bartenberg,
familie van mij?
Als snel belanden we bij de Universität, midden in het bos. Moderne gebouwen, andere in
aanbouw. Dit is duidelijk het nieuwere deel. Inderdaad staan verderop op de campus oudere
gebouwen. Zou dit geen mooie bestemming zijn van de Saarbahn? Zo'n universiteitsterrein moet
toch veel reizigers trekken? Er komen hier acht buslijnen, waarvan zes naar de binnenstad. Van
mij mogen ze het tramplan weer boven water halen.
De vakantie heeft ook hier toegeslagen en het aantal instappers vandaag is dus laag. We rijden
langs wat wegwerkzaamheden en rijden dan onverwacht de snelweg op. Leuk, met de bus de Duitse
Autobahn op. Ook hier veel bos; de snelweg is hellingrijk en bochtig.
De pret is van korte duur, want de volgende afslag gaan we er alweer vanaf en zijn we in
Dudweiler. De halteafstanden zijn kort,
zodat we in een zucht door het dorp heen zijn. Na vijf haltes bereiken we al de Dudoplatz. Eindpunt.
De Dudoplatz blijkt niet echt een plein als zodanig. Het is een driehoekige weg rondom een
gebouw, in de hoek van een druk kruispunt. Aan alle drie de zijdes zijn bushaltes (is dat even
een mooie zin vol alliteraties!).
Ik loop door het dorp. Ik schiet wat foto's, onder andere van een blinde muur van een gebouw,
waarop een levensgrote perspectieftekening is gemaakt. In de verte staat een kerktoren: hop,
een foto. Op een rommelige parkeerplaats achter de winkelstraat bezoek ik een openbaar toilet;
gratis, onbemenst, maar schoon en volautomatisch. Bij de wasbak moet je je handen links houden
voor zeep, dan in het midden voor het water, en rechts voor de warme luchtdroger. Niks aanraken
wegens de hygiëne.
Voor de bus naar de binnenstad kan men kiezen uit de lijnen 10, 15 en 16. Er is een
gecombineerde kwartiersdienst: twee lijnen rijden elk uur, de andere elk half uur, gelovik.
Niet dat ik er veel aan heb: er valt een bus uit zodat ik alsnog twintig minuten moet wachten
op de volgende. Het is dan ook druk als we alsnog kunnen instappen. In de tussentijd bekijk ik
de aanbiedingen van het cafeetje in het Dudoplatz-gebouw: voor een spotprijs koffie met gebak.
In het gebouw huist verder een logopedist, diverse duistere artsen, een psychiater en een
revalidatie-iets. Je ziet zulke naambordjes veel meer dan in Nederland. Zou dat dan allemaal
wel te vertrouwen zijn; krijgt iedereen in Duitsland zo'n vergunning bij een braadworst? Of
valt er in Duitsland gewoon veel te genezen, en is het een florerende bezigheid?
De bus dus. Net nadat ik staand heb plaats genomen in de volle gelede O405, zie ik de volgende
binnenkomen. We rijden weg nog voordat ik kan overwegen uit te stappen.
Onderweg wordt het natuurlijk nog drukker, maar het past allemaal. Ik sta naast een zittende
oude hippie met Sinterklaasbaard. Zou me niks verbazen als hij ook nog een Harley Davidson
T-shirt aan had. Hij maakt in elk geval bedenkelijke gorgelgeluiden die als zo'n tweewielige
bolide klinken. De geur is beter, een indringende aftershave-lucht verspreidt zich door de
bus.
De rit voert wederom over een invalsweg. Ik vang tussen de huizen en bomen door soms een glimp
op van een rangeerterrein in het flauwe dal naast ons. Het is het spoor naar Neunkirchen en
Mainz. De Regional Express naar Mainz rijdt met dieselkantelbakstellen van de serie 612. De
diesels, maximum snelheid 160 km/h, gaan in de bochten schuin waardoor de snelheid op bochtige
stukken hoger kan zijn zonder dat reizigers van links naar rechts worden geslingerd.
Plotseling zijn we bij de Johanneskirche, dat zie ik aan de tramdraden. Ik schuifel naar de
deur maar dat blijkt niet nodig. De bus stroomt leeg, en ik kan in die mensenmassa meestromen,
want iedereen loopt naar de tramhalte.
Het is inmiddels zo'n tien voor vijf, over veertig minuten gaat mijn trein weg hier vandaan. Ik
wil de tram naar het station nemen, maar bedenk dan dat ik nog helemaal niet de Saar heb
gezien, en dat hier in Saarbrücken! Dat kan natuurlijk niet.
Het is spits, zoveel is duidelijk. Het is druk bij de tram, op de weg en op het voetpad. En
laat me het winkelgebied niet vergeten. Desondanks red ik het naar een Saarbrücke, en schiet
wat foto's in het rond. Zonder commentaar worden ze hier ten toongesteld. Eén opmerking dan:
die 'afgeknotte molen met vishengel' is een oude hijskraan uit de tijd er nog een haven was.
Op de terugweg wordt ik ingehaald door een zojuist uit haar auto gestapte vrouw in mantelpak.
Ze haalt al lopende een papieren zak uit haar tas en strooit daaruit een handvol spul op de
grond. Dat blijkt vogelvoer te zijn, want direct komen er van alle kanten duiven aangevlogen.
Deze bliksemactie van de vrouw lijkt niemand behalve mij te verbazen.
Bijna terug bij de halte komt er een tram aanrijden, maar het voetgangerslicht over de autoweg
dat mij nog scheidt van de trambaan staat op rood. Net op tijd groen, een sprintje en een
vriendelijke trambestuurder maken dat ik de tram nog net heb.
Terug op het hoofdstation zoek ik spoor nummer 2 op voor de Regional Express naar Metz van
17:32. Het blijkt een zogenaamd zakspoortje te zijn: een kopspoortje met aan beide zijden een
perron, waarvan er natuurlijk maar een gebruikt wordt. Het zakspoor ligt in dit geval in het
eind van een breder perron.
Op het perron zijn twee mannen aanwezig; ik loop door op het redelijk lange perron. Ik ga op de
grond zitten en kijk naar het treinverkeer op het grote station en het achterliggende
rangeerterrein. Even later komt een van de mannen naar me toe. Hij begint een -deels warrig-
gesprek. Hij heeft gediend in het Franse leger in donker Afrika en het Midden-Oosten, maar was
eigenlijk vrachtwagenchauffeur. Of zo iets. Hij was nu op weg naar Metz om op een duister
parkeerterrein een nieuwe truck te kopen. Het gesprek gaat gepaard met het aanbod voor een
sigaret, een blikje bier en een foto van mij met een trein. Alle drie sla ik af.
De trein is te laat. Dat baart me zorgen, want de overstap op Metz is niet al te ruim (18:33 /
18:46). De trein komt uiteindelijk zo'n 10 minuten na schema aan uit Frankrijk.
De RE -ik was erg benieuwd welk materieel het zou zijn- bestaat uit één enkele Walvis, in
Duitse kleuren. Het grootste deel van de reis gaat over Frans gebied, dus ik vermoed dat het
materieel in een pool wordt gerund. Dat vermoeden wordt versterkt door de Franse kleuren van de
tegenliggers die we later zullen passeren, en door de gezamenlijke treindienst Saarbrücken -
Straatsburg waar de DB en de SNCF zoveel reclame voor maken. Later zal ik in de spoorliteratuur
lezen dat ik er niet ver vanaf zat. Het zijn namelijk Franse treinen (serie X73000), waarvan
een aantal in Duitse kleuren (gelijk aan de Duitse serie 641). De Duitse deelstaat Saarland
heeft meebetaald aan twee van de Walvissen, waarschijnlijk duldde zij geen Franse kleuren op
door hun gesubsidieerd materieel. Franse treinen in Duitse kleuren: het toppunt of juist het
dieptepunt van Europese samenwerking?
We vertrekken gelukkig vlot. De man die me aansprak op het station, schiet een van de twee
conducteurs aan, en legt uit dat hij geen kaartje heeft. Of iets van die strekking. Hij praat
vlot, vrolijk en overtuigend, waardoor het geen probleem is, zo blijkt uit de lichaamstaal van
de conducteur. Ook later tijdens de reis zal de man de conducteur nog vaak raadplegen, onder
andere met de vraag of hij even kan roken in de lege eerste klas coupé niet roken. De drank
stijgt een beetje naar zijn hoofd. De oplossing zal overigens gevonden worden door een zeer
snelle rookpauze buiten bij een stationsstop.
Ik neem plaats op een redelijke afstand van de man. Ik ben moe en wil even rust. Bovendien wil
ik van de rit genieten.
De rit voert al snel naar de Franse plaats Forbach, de plek waarnaar de Saarbahn zich wil
uitbreiden mocht Lebach in het noorden niet haalbaar zijn. De treinsporen voeren eerst door een
ingravinkje, maar komen later in wat meer glooiend terrein. Veel uitgestrekte rangeerterreinen
langs de lijn, waarschijnlijk de restanten van de zware industrie in dit gebied.
Het 1-baks boemeltje dat als internationale sneltrein dienst doet, blijkt geen boemeltje. De
snelheid wordt al rap opgevoerd tot de topsnelheid van 140 km/h. Dit gaat razendsnel voor zo'n
aandoenlijk treintje. Het rijcomfort is echter heel behoorlijk.
Zo af-en-toe wordt er gestopt, maar in de laatste helft van de rit niet. Mijn indruk-en die
wordt later op de kaart bevestigd- is dat er deels op een spoorlijn wordt gereden die alleen
door deze treinverbinding wordt aangedaan. Aldaar wordt dus overal gestopt; elders rijdt deze
trein inderdaad als sneltrein zodat de Walvis met recht het predikaat Regional Express mag
voeren. Ik begin ook te begrijpen waarom er slechts één rijtuig wordt ingezet. Het aantal
reizigers overschrijdt nergens het dozijn.
De stations zijn zonder uitzondering droevig. Een langharige stationschef gebaart met een
spiegelei dat we mogen vertrekken, groet bijna saluerend de conducteur en kijkt strak naar
voren als we uiteindelijk wegrijden. Lijken wel Japanse en Chinese praktijken.
Een uur na vertrek uit Saarbrücken zouden we moeten aankomen op Metz Ville (18:33), maar dat
zal wel later worden. Toch heb ik heb het idee dat we enige reistijdswinst gemaakt hebben:
Franse machinisten schijnen financieel beloond te worden voor het inhalen van vertraging.
Het binnenrijden van Metz is nog een hele tour. Het emplacement is groot en de snelheid klein.
Enigszins ongeduldig sta ik uit de grote ramen te kijken of ik al perrons zie.
Als we er eenmaal zijn blijkt ook Metz een grauw station te zijn. Massieve overkapping. Ik
verlaat de trein, zonder verder op de nu door de drank slapende soldaat/chauffeur te letten.
Via de stationstunnel -snel een blik op de vertrekstaat- kom ik op het perron voor de 'RE' naar
Luxembourg. Het viel me zojuist bij het uitstappen op dat er bij aankomst van de trein werd
omgeroepen waar en wanneer de aansluitende treinen vertrekken. Helaas begon de vrouwenstem iets
te vroeg waardoor ik de informatie miste.
De trein uit Nancy die komt voorrijden bestaat uit een wat oude locomotief met drie of vier nog
oudere lage roestvrij-stalen rijtuigen. Voor de treinkenners: formaat Talgo, kleur Silberlinge.
Het is een trekduwformatie, de locomotief kan dus duwen of trekken. Van binnen is de inrichting
iets beter, waarschijnlijk zijn de rijtuigen een aantal jaar geleden opgeknapt. Ik neem plaats
in het warme compartiment en schuif het raam open.
Ik ben blij dat ik de trein heb gehaald. Ik blijk met de meegenomen mobiel bij geen enkele
Franse provider toegang te krijgen: als ik deze trein gemist had, kon ik mijn vriendin in
Luxembourg niet laten weten dat ik een treintje later had. En in een land als Frankrijk
betekent dat met die schaarse aanwezigheid van klokvaste verbindingen dat het nog wel eens een
latertje kon worden.
Als we gaan rijden (later dan 18:46), is het de andere rijrichting dan ik had verwacht. Ik
wissel van zitplaats zodat ik nu weer vooruit rij, en denk diep na. Blijkbaar heb ik mij
vergist in de ligging van het station. Op de reusachtige 'General Karte Rheinland-Pfalz /
Saarland / Hessen Süd' die ik bij me heb wordt een-en-ander duidelijk.
De trein rijdt vlot. Het gaat over een brug, de Moezel stroomt onder ons door. We rijden een
aantal stations voorbij. Maar we stoppen op een aantal fluthaltes waar niet of nauwelijks
iemand in- dan wel uitstapt. Zoals Walibi bij Talange. Een grote houten achtbaan staat naast
het spoor, maar wordt niet gebruikt. Valt een achtbaan trouwens ook onder de spoorhobby?
Het traject is hier viersporig. Regelmatig passeren dan ook treinen. Opvallend bij het passeren
van tegenliggers is het gebruik van de tyfoon (toeteren) van beide treinen. Vaak schrik ik
ervan, daarnet in de Walvis ook al.
Langs de baan wederom veel grote zware industrie, waar overigens geen fut meer in lijkt te
zitten.
Thionville is een grote stad, en de laatste halte voor Luxembourg. Het station is redelijk
uitgestrekt, maar veel (reizigers)activiteit is er niet. "Ici Thionville" wordt er omgeroepen.
Dan volgt de lijst met de aansluitende treinen. Handig en behulpzaam, maar helaas
onverstaanbaar.
Het tempo gaat nu omhoog. Mijn rijtuig maakt specifiek in de bogen naar links fikse
bokkensprongen. Voelt niet echt fijn en dus een beetje verontrustend. Maar de andere reizigers
kijken net zo neutraal uit hun ogen als anders en lijken zich te schikken in hun lot.
Het landschap wordt weer wat heuveliger. Halverwege staat een grote zendmast op een heuvel.
Al-met-al een mooie rit. De conducteur is een jong broekie en rent zenuwachtig door de trein.
Geen enkele conducteur heeft vandaag naar mijn Railplus-kaart gevraagd.
Ergens zijn we de Frans-Luxemburgse grens gepasseerd. We takken aan op de lijn uit Pétange en
Esch sur Alzette bij het station Bettembourg. Voordat we daar zijn passeren we echter een
reusachtig rangeerterrein dat zeker met de Kijfhoek kan wedijveren.
Na Bettembourg -vanuit Esch komt nog een Frans roestvrijstalen treinstel dat ik later niet kan
terugvinden in de dienstregeling- gaat de snelheid er meteen uit. We belanden in een soort
treinfile aangezien we van sein tot sein rijden. Overigens is deze sneltrein een uitzondering,
de meeste treinen uit Metz stoppen tussen Thionville en Bettembourg overal.
Ongeveer tien minuten te laat komen we aan op station Luxembourg. Ik stap uit, maak nog twee
foto's van de trein, en loop de stad in richting hotel waar mijn vriendin op me wacht.