| Maarten.OVcentraal » Reisverslag Nederland | door Maarten Batenburg | ||
| Locatie: | DenHaag,Alkmaar,Afsluitdijk,Joure,Lelystad,Amsterdam,Zoetermeer | Datum: | 17-02-1999 |
| Vervoersmiddelen: | bus,trein | Foto's: | nee |
Rondje IJsselmeerAlkmaar - Afsluitdijk - Joure - Lelystad - AmsterdamMijn vader en ik willen naar de Afsluitdijk. In de plaatselijk bibliotheek zoeken we de bus op. Al snel groeit het oorspronkelijk heen-terug plan uit tot een rondreis. We willen vanaf Zoetermeer via Den Haag en Haarlem naar Alkmaar. Daar stappen we over op de Interliner 350. Die nemen we tot op de Afsluitdijk. Daar waaien we even uit, en nemen we de volgende naar Zurich. Dan stappen we in de Interliner 310 die ons naar Joure brengt. Ook daar nemen we een volgende Interliner, en wel 310 naar Lelystad. De trein zal ons verder via Amsterdam CS naar Den Haag brengen. Maar voordat de pret kan beginnen: De kaartjes. We (zus en moeder gaan ook mee) hebben een rondreis-kaart die ook in de Interliner geldig is nodig. Dat wordt nog leuk daar aan het loket. De vrouw voor ons heeft toevallig ook een rondreis-kaart nodig. Maar aan het gezicht van de loketist te zien is het wijs hem niet te vaak te belasten met zulke vragen. Een vrouwelijke collega geeft hem aanwijzingen met de computer. Na enige tijd is de klant voor ons klaar. De loketist haalt opgelucht adem. Z'n gezicht wordt echter al snel asgrauw als wij onze bestelling doen. Toch blijft hij vriendelijk. De vrouwelijke collega z'n plek in. "Kaartjes kopen? Dat losen we samen wel op." Na enige tijd verschijnen de geplande bestemmingen op het lichtgevende schermpje. Er is echter te weinig plek om alle via's in te vullen. De rij achter ons wordt langer. Veel mensen kiezen daarom voor een andere rij, die daardoor ook langer worden. Met een rits kaartjes verlaten we tenslotte maar snel het terrein.
Woensdag 17 februari 1999.Vandaag is het de dag. Met de vreemde kaartjes in de hand stappen we de Sprinter in. Bij de Laan van Nieuw Oost Indië stappen we over op de sneltrein naar Hoorn. Ik hang af en toe uit het raam van de trein. Dan bedoel ik dus niet zoiets als aan het raam hangen. Dat is een hele andere manier van uit het raampje hangen. Bij de Velser(trein)tunnel kan ik ver naar voren kijken, en ik zie echt de vorm van de tunnel. Gaaf ook, want de trein acceleert en het hagelt binnen in de tunnel. Zeker een sterke tocht. Bij Castricum hang ik ook uit het raam, maar dat is niet zo geslaagd. Ik hang aan de windzijde van de trein. Als ik het raampje opendoe, worden m'n haren al naar voren gezogen. Als ik dan m'n hele hoofd naar voren steek, veroorzaakt zo'n sterke tocht, dat de luchtdruk een sterke daling maakt. Ik voel de druk van m'n ogen duwen. Klinkt eng eigenlijk, als ik dit zo schrijf. Tot overmaat van ramp gaat het nog hagelen ook. De trein rijdt tegen de wind in, dus dat voel ik wel. Eindpunt van onze treinreis tot zover. Bij Alkmaar drinken we wat en stappen op de Interliner nummer 350. Een 15 meter-bus komt voorrijden. Dat is drie meter langer dan een normale stads/streekbus. Toch zitten er minder stoelen in dan een gewone streekbus (43/48). De stoelen staan namelijk erg ruim (hoort hier zo'n reclamejingle?). Het hele gezin test de bus. Waar is dat hangertje voor, doet de airco het, enz. De deur gaat dicht, en daar gaan we. Door Alkmaar gaat het. M'n vader maakt een opmerking bij een brug. Het opschrift bij de brug is besmeurd met graffiti: "Dit is het Noord Hollands Kanaal, weet je wat ze er van gemaakt hebben, Noord Hollands Anaal". Ik krijg de slappelach. Dit vind ik, niet leuk want dan toon ik mezelf een beetje aan m'n ouders. Dat hoort niet. De bus rijdt door de kop van Noord Holland. Het valt me op dat de bus een beetje slingert. Ik vraag me af of dat komt door de harde wind, die dwars op de bus blaast, of door het electronische systeem dat de bus bestuurd. De chauffeur bedient de voorwielen niet zelf door middel van het stuur, maar bedient een computer die de bus stuurt. Een soort stuurbekrachtiging, maar dan beter. In de Wieringermeerpolder is het bekende strakke verkavelingstype te zien. Op school heb ik geleerd dat de Wierringermeerpolder vroeger een meer was. Lange stroken land, met maar een paar boerderijen. Nederland = Het lage land. De bus kroest lekker door, langs dorpjes waar ik me niet kan voorstellen dat een normaal mens daar kan overleven. Het kerkje tegenover het dorpje Nieuwe Niedorp (zo noem je je dorp toch niet?) gaat schuil achter een vlakte van asfalt. De afrit van de N242, waar we op rijden, is lekker ruimbemeten, want hier is nog ruimte zat. Het valt me op dat de bus, ook als die op constante snelheid rijdt, soms plotseling de motor laat grommen, wat overigens een erg stoer geluid is. We komen bij busstation Den Oever, aan de oever bij de Afsluitdijk. Daar na draaien we de snelweg weer op. M'n allereerste glimp van de Afsluitdijk. Het uitzicht is in een woord adembenemend. Zonnestralen vanuit de wolken waaieren uit op de grijze golven met witte koppen. Schitterend zeilweer, lijkt mij.
We gaan de sluizen over. De volgende halte stappen we uit. Dat is
Afsluitdijk Monument. Je stapt dus letterlijk op zee uit. Ik voel
me erg bekeken door de medereizigers. Dit is de meest afgelegen bushalte
ooit, want het eerst volgende huis is minstens 5 km verder. We beklimmen
de uitkijktoren. Inderdaad uitkijken daar. Want het waait daar echt
hard. Echt hard. Ik moet weer denken aan de trein en m'n ogen. Onder de
toren is een cafeetje waar we wat eten/drinken. Alleen vergeet m'n vader bij dehotdogs
die die bestelt, te zeggen dat er voor mij geen saus, of mayonaise op moet.
Gatver, wat smaakt dat vies. Op de WC zie ik dat ze geen drinkwater hebben
uit de kraan. Ik vraag me af waar ze dan die thee vanzetten. Later zie ik
aan de achterzijde van het gebouwtje zie ik een arregaat werken, ze maken
dus hun eigen stroom. Als we het winkeltje uitkomen, is er een hagelstorm
aan de gang. En een storm is op de Afsluitdijk dan ook een storm. We
schuilen in de Interlinerhalte. Aan het verroeste stalen frame van de halte
is te zien dat er wel vaker zout water en regen buien langs komen. Eeder
maakte ik de opmerking dat de bus we wel zouden kunnen zien aankomen over de
rechte lange dijk. Nu is het zicht nauwelijks 75 meter door de hagelstorm.
Het is echter al snel over en we wagen ons over de voetgangersbrug naar de
overkant waar informatieborden staan. Het waait nog erg hard, en je kunt
bijna horizontaal in de wind blijven staan. Later als de bus er aankomt, schaam ik me bijna dat we instappen op die vreemde halte. Ik vraag me af wat de buschauffeur zou zeggen als ik zou zeggen dat dit een overstapje is. De bus rijdt verder de Afsluitdijk af. Wat een end nog. Verder op staat zelfs een woonhuis op de dijk, waarschijnelijk van een RWS-medewerker. Het huis heeft een eigen afslag van de snelweg. Luxe hoor. De mensen in de bus tonen niet veel interesse in de dijk die ons kleine land in het begin van deze eeuw in een klap op de wereldlijst zette. Men is blijkbaar niet trots op de dijk die de Zuiderzee Ijsselmeer maakte, en ons land een stuk veiliger maakt. Aan het eind van de dijk stappen we over op de volgende bus. Dit is een Interliner van gewone lengte. Hij rijdt via Bolsward, Sneek naar Joure (en verder naar Heerenveen en Drachten, maar daar hoeven we niet te zijn). Ik zit voorin de bus, en kan mee kijken bij de bestuurder. De bus rijdt constant 100 km/u. Dit landschap is typisch Fries. Zo af en toe een molentje in het verder ongelofelijk platte landschap. Veel grasland. Tussen Bolsward en Joure is een bushalte die werkelijk midden in het nergens staat. Langs de snelweg staat een paal, maar nergens een huis te bekennen. Het is overigens geen IL-halte, maar gewoon een streekbushalte (98 en 99). Het landschap is weer zonovergoten, en hoewel het waterkoud is, heb ik zin om daar buiten te zijn. In Joure stappen we uit bij halte Rotonde. Hier hebben we een half uur pauze. Even de benen streken. Ik besteed dit met m'n zusje plagen, wat overigens totaal wederzijds is. Bij de carpoolplaats is een schaakbord op de grond, waar m'n zus en ik paardespringen.
De volgende bus rijdt van Groningen naar Lelystad. Da's een best end. De bus
is van Midnet, vervoerder in oa Utrecht en Flevoland. Ik denk dat ik wel
heel raar zou staan kijken in Groningen als ik daar een Midnet bus zou zien.
In Groningen rijden dus dezelfde bussen als in Utrecht. Hoe grappig. We gaan
over de snelweg, dwars over het Tjeukemeer, dat doorsneden is door de A6. In
Lemmer nemen we een tussendoorweggetje helemaal tot Emmeloord, wat dus
parallel aan de snelweg rijden betekent. Deze bus (310) is de voorloper van
de Zuiderzeespoorlijn tussen Lelystad en Groningen. Ook in dit deel van
Nederland weer oneindige argarische gronden. Ik fantaseer hoe hier een
nachtelijke onweersbui zou zijn. Over het Ketelmeer, en langs een zooi windmolens komen we bij Lelystad. We komen Lelystad binnen via eindeloze bedrijventerreinen. De Interliner halteert op een halte waarop staat dat die halte verboden is voor bussen van het type dat ik eerder op deze bus zag staan. Daar stappen we op een oude dubbeldekker. Door bijna nergens te stoppen brengt deze trein ons vlot voorbij de files naaar Amsterdam. In A'dam missen we de aansluiting, en nemen we de volgende trein, naar Den Haag CS. Het is druk. In de Schipholtunnel blijven we staan. Laatst waren er treinen die 2,5 uur bleven staan ivm een melding van mensen in de tunnel. Jammer genoeg rijden we na vier minuten alweer door. Ten zuiden van Hoofddorp wordt het donker buiten. Heel donker. Donkere wolken stapelen zich op buiten. Blij dat het binnen droog is. In Den Haag CS missen we de aansluiting net niet. In de late avondspits gaan we terug naar Zoetermeer. In het Stadhart willen we ergens gaan eten, maar het restaurant dat m'n ouders op het oog hebben ("we hebben er wel eens gelunched, was heel leuk"), is niets. Rokerig, druk en donker. Dan maat naar het dichtst bijzijnde "alternatief", Mc Donalds. Niet dat het daar veel rustiger is. |