Maarten.OVcentraal » Reisverslag Nederlanddoor Maarten Batenburg
Locatie:Zoetermeer,Rijswijk,WateringenDatum:23-08-1999
Vervoersmiddelen:bus,tramFoto's:nee
Menu
Hoofdmenu
Mail
printer-versie v/d pagina
  (ook geschikt voor opslaan)

Reisverslagen Nederland
Busbaan N218 Spijkenisse - Zwartewaal
Rondje IJsselmeer
Bussen op Schiphol
HTM-lijn 4 & 23
Pijnacker onder stoom
Parkshuttle Kralingse Zoom - Rivium
HTM-lijn 17 & 56
Twee maal één
ICE & lijn 43
De LINT in de Achterhoek
Bus 60; 44 seconden
De eerste op de Hemboog Zaandam - Lelylaan
De gratis bus over de N44
Rondreis door de Hollanden, Flevoland en Utrecht
Verlenging RET-lijn 23 "IJsselmondelijn"
De plaatsing van de Nootdorpboog
De 'beruchtste' trein van Nederland
Met een boog om de Utrechtboog
De laatste Sprinter door Zoetermeer
Afscheid gele Sprinter-tweetje

Reisverslagen OV te water
Flevoferries
Flevoferries & Aquanet
Fast Flying Ferries
Fast Ferry & Waterbus
RET-Ferry Hoek van Holland

Reisverslagen buitenland
De Belgische kusttram
OV in Oostenrijk
Luxemburg: het busnet
Luxemburg: het spoorwegnet
Luxemburg - Saarbrücken
Scandinavië intro
Scandinavië naar Mora
Scandinavië Inlandsbanan 1
Scandinavië Inlandsbanan 2
Scandinavië Inlandsbanan 3
Scandinavië Mittnabotåget
Scandinavië Gråkallbanen
Scandinavië X2000

Verhalen
Eurostar 04346
Ultimate destination: Paris
Oneliner
Hansje

Schoolopdrachten
Beweging: Boom
Comenius Project (ned)
Comenius Project (eng)
Rozenburgse Sluis

Overige
Terragen
Recensie 'Lola Rennt'
Diversen

HTM-lijn 17 & 56

Zomerzwervend door regio Haaglanden
[printer-versie]

Vandaag ben ik maar eens wezen snuiven aan lijntje 17.

Ik word wakker. Het is een prachtige morgen. Zon schijnt buiten, in de verte ruist de snelweg. Vogeltjes fluiten wat. Zo’n morgen maak ik niet vaak mee. Maar ik voel me niet op me gemak. Deze morgens beleef ik vaak als het een eerste schooldag is. Blijkbaar komen zulke ochtenden meestal in eind augustus voor. En die heb ik dan helemaal geassocieerd met de eerste-schooldag-gevoel. Er is iets in die lucht, dat opwindend, spannend is. Je hart klopt wat vlugger, vol verwachtingen. Dan ben je al snel uit je slaap. Misschien komt dat ook door dat er vannacht grondvorst zou zijn, en m’n raam staat open. M’n raam staat zelfs bij vorst nog open.

Mijn eigenlijke planning was om de bus 21 van 9.54 vanaf de Bordeauxstraat te nemen. Maar omdat ik een Zomerwerfkaart wou hebben, vermoedde ik een probleem. Die Zomerzwerfkaarten zijn namelijk alleen op streekbussen te verkrijgen. Bus 21 is van streekvervoerder ConneXXion, maar rijdt een stadsdienst. De volgende bus, 56, is van de stedelijke HTM, maar rijdt een streekdienst. Goede smoes dus voor beide om geen Zomerzwerfkaarten te verkopen bij de chauffeur. Ook zijn mijn ervaringen met Zomerzwerfkaarten niet je-van-het. Vandaar dat ik om 9.25 streekbus 173 naar Centrum West nam. Gelukkig voor mij had hij er een, hetzij in z’n eigen portemonnee.

Vlot ben ik op Centrum West. Bus 21 vertrekt hier op 9.51, dus ik heb even de tijd om rond te kijken. Een vrouw loopt op haar man te vloeken dat hij te laat is voor de bus. “Je had hem toch kunnen tegenhouden!” weert hij af.

De spits is blijkbaar afgelopen. Veel bussen gaan nu leeg verder naar de Kelvinstraat. Op een ervan zie ik reclame voor Classic Fm 90.4. Klinkt raar, maar ik ben blij met deze reclame. De batterijen van m’n radio zijn losgeschoten, waardoor ik alles opnieuw moest progammeren. De enige frequentie die ik niet meer wist was die van Classic FM. Op de Afrikaweg zie ik een glimp van de HTM-fietsbus. Ik kijk even naar binnen bij een geparkeerde Zoetermeerse stadsbus. Er zit duidelijk een knop voor knielen van de bus. Toen deze bussen net nieuw waren zag je ze soms wel eens knielen.

Even later als dezelfde bus 1316 voor komt rijden, vraag ik het de chauffeur. Hij vertelt dat als dingen ouder worden, het begint te slijten. Ook de uitschuifbare plank voor rolstoelers achterin werkt niet meer. Ik knik begrijpend, maar ik bedoel nee. Later bedenk ik me dat ik eigenlijk nog wil zeggen dat het collega/concurrent HTM wel prima lukt om lage-vloers-knielbussen te exploiteren. Maar de Zoetermeerse stadsbussen zijn inderdad niet veel. Het zijn logge bussen met een slechte acceleratie. Er zijn slechts 26 stoelen. Één voordeel is dat ze 100% lage-vloers zijn. De motor zit in een blok aan de zijkant, inclusief schoorsteen.

Langs de Bordeauxstraat gaat het via het zwembad. Niemand moet hier om deze tijd uit. Dan rijden we Noordhove in. Bij de Spruitkoolakker heeft de bus geen voorrang bij de nieuwe verkeerslichten, wat in strijd is met de krantenberichten.

Winkelcentrum Noordhove: De fietsbus staat al klaar. Zoals ik daarnet al kon constateren zit er aan de zijkant een mooi fietsbus 56-logo. De achterkant maakt duidelijk dat Classic FM nog steeds lichte klassieke muziek draait. Ook zit er een ‘banner’ van Di Blasi vouwfietsen. Nu begrijp ik waarom Di Blasi zo graag met HTM meewerkt. Ook het foldertje van 56 gaat voor een groot deel over de fiets, en hoe goed die welniet is.

Het is nog een half uur wachten tot het vertreksein, en ik loop een rondje door Noordhove. Vijf minuten voor tijd ben ik bij de bus. De chauffeur loopt te babbelen met een dame in het wachthokje. In de bus zit iemand, maar die wil mijn kaartje niet zien. Ook als de chauffeur is ingestapt wil hij niets van mij weten. Mijn stille hoop dat ik de allereerste reiziger van 56 ben, en daarom een gratis vouwfiets ofzo krijg, vervliegt.

Een beschrijving van het interieur: er is bij de kinderwagen-staplek een rekje gemaakt voor zeven fietsen, die dan aan een haakje hangen. Op het linker wielblok kunnen nog drie fietsen staan. Er zijn dus geen zitplaatsen verloren gegaan.

De man en de chauffeur beginnen een gesprek over de bussen. De chauffeur vertelt lyrisch over de Van Oudsten-bussen. “Laatst was er iets aan de hand met die, je weet wel, die Schiphollijn, en toen reden wij tussen Schiphol en de RAI. Nou je had ze moeten zien, die Amsterdammers, die weten niet wat ze zien.” (lees verder met mijn reisverslag of kijk op bij de Digitale Reiziger voor een versie met meer foto's. Ik beraad met mezelf of ik me kan mengen in dit gesprek. Ik zeg maar niets. Ook vertelt hij dat de Neoplannen en de Mercedessen weg gaan. Van de Neoplannen wist ik het, maar die Mercedessen kan ik me nauwelijks voorstellen. Dat zijn toch prima bussen. Kun je heerlijk de bochten door mee crossen. Daar zijn deze Van Oudsten-bussen iets te zwaar voor.

Iets vlotter dan gewoon vlot rijden we over de Aziëweg richting Europaweg. Bij de Europaweg/Zwaardslootseweg stapt uiteraard niemand in, maar de begeleider stapt uit. Dan ga ik maar voorin zitten. Het uitzicht vind ik altijd tof.

Vanaf hier werkt de VETAG, of wat is het -VECOM-, niet erg mee. Ter hoogte van de laatste halte in Zoetermeer, Viaduct Afrikaweg, vraag ik of er al veel mensen meegereisd zijn. “Weet ik niet, jongen” mompelt de bestuurder.

We draaien de snelweg op, en dan vliegen we met 85 over de busbaan. Alleen de Interliner is normaal gesproken zo gek om de busbaan te nemen. Maar ja, die moet wel, wil hij bij de halte onder de Nelson Mandelabrug komen. Andere lijnbussen gaan gewoon de snelweg op, die ligt een stuk rechter dan de busbaan, die nog op visite gaat bij een tankstation.

Maar goed, we rijden dus 85, en binnen geen-tijd zijn we bij het Forepark. Ik ken dit industrieterrein wel van uit de Sprinter, en ook ben ik wel eens met bus 42 en 44 hier geweest. Ooit was ik daar met Martijn Coenen in de stromende regen bij de spoorwegovergang. Ik deed m’n hand achter het er-kan-nog-een-trein-komen-bord, en zei “Er zit hier een knopje, dan gaan de bomen dicht.” Nu ja, je raadt het al: meteen klonk het getingel van de overweg. Toen moest Martijn het proberen. Weer werkte het, hetzij met een seconde vertraging. Daarna was de magie op.

Bus 56 rijdt een rondje om het Castellum. Een retour-bus 56 staat daar ook. Tot ergernis van achteropkomend verkeer gaan de twee bestuurders kletsen. Al snel zijn we weer onderweg naar Rijswijk. Zowel voor als na het beruchte Prins Clausplein moeten we van de ene naar de andere rijbaan. Nog steeds met een stevige doch stabiele 85 kilometers per grote-wijzer-rondje.

We slaan af, en we zijn in Rijswijk. In de Verrijn Stuartlaan staat de gemeente het riool leeg te pompen. De bus slingert tussen de zuigwagens door, en slaat rechtsaf de Volmerlaan in. De busbaan laat hij letterlijk en figuurlijk links liggen. We sjezen langs het station en om De Bogaard. Helemaal aan de noordkant van het winkelcomplex is pas de halte. Als ik uitstap kijk ik op m’n horloge. Het is 11.04. Aankomsttijd is volgens het boekje (oke, foldertje) 11.20. Alle Bakstenen nog-an-toe, we zijn een kwartier te vroeg.

Ik loop terug via het winkelcentrum. Ik kom uit bij de Prinses Beatrixlaan. Vanuit de bus zag ik al dat de tram geen voorrang had. Hmm, typisch. Bij station Rijswijk is het druk. Er staat een kluwen HTM’ers. Ook een berg mensen met een fiets, boodschappentas of gewoon met de hond. Blijkbaar is het nieuwe station en de nieuwe tram 17 een attractie. Ook veel fotografen. Een daarvan herken ik bijna meteen.

Frans Mensonides staat met z’n minuscule digitale cameraatje lijn 17 te knippen. Wat grappig: ik had al zo’n voorgevoel dat ik hem zou treffen. Grote kans natuurlijk dat je sowieso iemand tegenkomt van NS-D of BNL-OV op een dag als deze.
Even later ziet hij mij ook. We praten wat over de lijn, onze reisroute’s. Terwijl we staan te babbelen, rijdt bus 18 een rondje in het station. De buschauffeur zwaait naar ons. Ik kijk nog eens, maar ik kan het niet geloven. De chauffeur is een leraar van 'n school. Ik begrijp d’r helemaal niks van, maar ik krijg het voor elkaar om me weer op Frans te focussen. Wat later gaan we uit elkaar. Hij vertrekt voor een wandeling naar Lage Veld, ik voor een korte surveillance van de nieuwe lus van 23 en 18 door de wijk.

Bus 18 en 23 moeten voorlopig nog door het stof kruipen om op het busstation te komen. In de Klaroenstraat en de Admiraal Helfrichsingel zou een busbaan worden aangelegd. Er wordt veel gegraven, lijnen getrokken en klinkers verlegd. Maar een busbaan zie ik nog niet verrijzen. Een grote vrachtwagen bevat een soort oven, en verspreid een stank die ik alleen nog ken van de soldeerbout thuis. Gatver-de-gatver.

Aan het eind van de Admiraal Helfrichsingel zie ik Frans lopen op de Beatrixlaan. Ik loop terug. Bij de halte Wethouder Brederodelaan is de HTM bezig de complete haltepaal er uit te trekken, en het gat te dichten. De reizigers worden verwezen naar de halte verder op. HTM en reizigers twijfelen. In het hokje hangt nog de oude kaart (dus lijn 18 en 23 stoppen hier), met een mededeling dat vanaf 23 augustus lijn 23 verderop stopt (dus alleen lijn 18 stopt hier). Maar HTM trekt de hele paal er uit, dus weg bus halte (dus geen lijn stopt hier). Maar bus 18 stopt wel. HTM-paaltrekkers (ugh-um) belt de verkeersleiding, en wat blijkt nou: de halte is opgeheven, want bus 18 rijdt er alleen maar langs, en stopt -net als 23- bij de nieuwe halte. Nu zijn we allemaal tevreden.

Terug op station Rijswijk begint een oud mannetje tegen me te praten dat het allemaal zo verandert is. Hoe raadt hij het:)

Bus 23 keert toch niet, zoals ik de man had beloofd. Verdorie, zelfs ik begrijp het niet. “18 keert wel, 23 niet” onthoud dat nou eens, Maarten!
Ook in deze bus ligt het nieuwe blad van Radio West en de HTM: “Lijn 88.4”. Leuk verzonnen die naam. Er staat wat nieuws in over de programma’s van Radio West, en er staat wat nieuws in over de lijnen van HTM.
Ik stap uit bij de halte, waar ook lijn 15 stopt. Hij is echter net geweest, de volgende gaat over 20 minuten, dus ik loop maar een rondje door Rijswijk. Via de Willemsstraat of iets in die trant, kom ik in een soort van gezellige winkelstraat. Nooit geweten dat Rijswijk ook een hart had. Ik ken Rijswijk alleen maar van de Plaspoelpolder. In dit gedeelte van Rijswijk kom je niet met het OV.

Ik wacht bij de halte bij de winkelstraat op 15. Als de bus eindelijk komt voorrijden blijkt de bus bestuurd te worden door een jonge vrouw. Waarom ik dit opschijf weet ik eigenlijk ook niet. De kruising vlak vóór de weg waar lijn 1 rijdt is vervelend. Onoverzichtelijk en de dus broodnodige verkeerslichten zijn letterlijk stoplichten. Eerst staan we twee minuten in de rij. Dan rijden we vijf meter, en staan we vijf minuten stil als eerste in de rij. Dit is moord op de gemiddelde snelheid, die bij HTM-tram het hoogst is van Nederland. Onze chauffeuse vindt het genoeg, en rijdt door rood, gretig gevolgd door de automobilisten.

Onze Neoplan brult over de Hoornbrug, en we rijden naar Ypenburg. Het viaduct met de A4 is nog in aanbouw, en er is een wegversmalling. Van de andere kant komt net eens zandwagen. Onze bus in de remmen, en aan de kant. Als de zandwagen langs rijdt, zie ik de dikke bestuurder lachen, op zo’n smerige manier: “Hè hè hè”. Wie de TV-kijkende vent van de clip van EminEm “My Name Is …” kent, die komt in de buurt.

De trambaan naast de weg is in aanbouw, hoewel er geen rail is te bekennen. Langs Fokker rijden we naar de Boslaan West. We gaan niet door het busstation. Misschien te verklaren omdat er niemand staat, en niemand op het knopje drukt. Een meisje -de hele bus, behalve ik dus (hehe), is vrouwelijk, waarvan er een niet mijn leeftijd is- gaat bij de deur staan, maar drukt niet op het knopje. We sjezen over de zanderige wegen naar het nieuwe eindpunt van 15 en, naar later blijkt, 60/62. Onze bestuurster doet maar Route 66-bril af, en kijkt nu lief -maar verbaasd- naar ons: “Ik ga niet verder hoor”. De meiden plus een vrouw beginnen meteen te praten. “Oh, dat wisten we niet. We dachten dat je even omreed” zegt er een spontaan verlegen. De bestuurster vertelt dat ze over 8 minuten weer terug gaat.
Echter al snel bekomen van de schrik beginnen de passagiers te kwetteren. “En, waar woon jij dan?”.

Ik zoek het wat verderop. Ik stap uit. De bus staat midden in het nergens bij een draailus. Ypenburg bestaat thans uit twee delen. Ja, ook onder en boven, maar dat bedoel ik niet. Aan de kant van Delft wordt al gewoond in een blok woningen van ca 1 bij 1 km. Het andere blok, waar we nu zijn, is even groot en nog volop in aanbouw. Daartussen is niets dan zand. De bus halteert nu dus op een plek waar echt nog niet gewoond wordt. Prima dus, ware het niet dat het oude busstation niet meer wordt aangedaan door de bus naar Delft, 60 en 62.

Op het huidige busstation loopt een man die me erg bekend voorkomt. Hij is wel vaker op plaatsen met OV. Hij vraagt de chauffeur van de ConneXXion-bus om z’n wagen naast die van HTM te planten. Zodoende kan hij een mini-‘line-up’ fotograferen.

Als we terug gaan, blijf ik zitten tot aan Holland Spoor. 15 rijdt tussen de Hoornbrug en HS een eigen route, en vangt daarmee nog heel wat reizigers.

Bij Holland Spoor is het nog steeds een zooitje. Het gehele stationsplein is nu drie-sporig. De halten liggen verschoven ten opzichte van elkaar, waarbij de halten twee-sporig zijn. Er is hier ook altijd file. Eenmaal bij de halte zie ik automobilisten achter de tram aan over de trambaan rijden. Maar even verderop ligt een er geen bestrating meer. “Nee, dat gaat niet” zeg ik in gedachten tegen de eigenwijze automobilist. Als een geslagen hond verlaten ze achteruit rijdend de trambaan.

Het duurt het niet lang voor tram 17 er is. Het is een speciaal uitgedoste rode tram, met een bos bloemen voorop. Bij bijzondere stoomritten schijn je dat wel vaker te hebben, maar daar kom ik nooit. Dit vind ik wel mooi, heeft wel iets. Ik stap in. Het plaatsje helemaal achterin is bezet. Ik vind wat in de voorste bak. De tram rijdt de nu wel bekende route via de tunnel naar Rijswijk.

Bij een halte op het ‘oude’ deel van de nieuwe 17 stappen allemaal duur geklede dames en heren in. “Vast de gemeenteraad”, denk ik. Vast even trots kijken hoe ‘hun’ tram eruitziet. Terwijl Rijswijk er juist zo tegen gevochten heeft. De dames achter me beginnen en luidruchtig gesprek over porseleinen mandarijnen, of zoiets onzinnigs. De dames voor me praten tenminste over de tram. Even luisteren wat ze allemaal weten, en wat ze zich allemaal afvragen. Misschien dat ik nog een beetje kan promo’en voor mezelf. “Waar gaat hij eigenlijk heen?”. “Komen we ook langs Leidschenveen?”. “Wat is die zwarte streep op de route beschrijving?” (was dus zonegrens). AARGHH! Ik dacht dat ik dat mens zou aanvliegen. Doe me dit niet aan! Maanden, nee jaren, staan de Haagsche Courant, TV West, Tram Krant, e-mail OV-hobbyijsten, en weet ik nog wat allemaal, BOL van en over die verdomde lijn 17. Tram 17 dit, tram 17 dat. Geen krant opengedaan en er stond in dat tram 17 tussen Centraal en de nieuwe VINEX-locatie Wateringse Veld gaat rijden. En nou vraagt ze dood leuk: “Waar gaat die eigenlijk heen?” Nee hè. Wanhopig zoek ik het plaatsje achterin de tram op, waarschijnlijk ook geholpen door het feit dat dat plaatsje nu vrij is.

Terwijl m’n bloedruk weer wat daalt, geniet ik van het traject dat onder me weg rolt. De trambaan schuine streep busbaan bestaat uit een mooie plan asfalt. Niet gestoord door ander verkeer en zonder oponthoud van verkeerslichten sjezen we richting het station.

Het valt me op dat langs het hele traject mensen staan te kijken naar de tram. Hun wandeling met de hond, fietstocht, of de babbel mat de buurvrouw wordt bijna overal even onderbroken om even de tram te aanschouwen. Veel mensen maken ook foto’s, waarvan de vele er niet uitzien als hobbyisten, maar als gewone omwonenden.

Bij het station moet de gemeenteraad, of wie het ook zijn, eruit. Gelukkig. We snellen verder langs de Klaroenstraat. Voordat we linksaf de Prinses Beatrixlaan opslaan, moeten we even wachten voor het negenoog.

Over de grasbaan in de middenberm rollen we zachtjes maar snel verder naar Steenvoorde. Dit lijkt me een gevaarlijke kruising. 17 steekt hier de Prinses Beatrixlaan, een drukke 2x2 baansweg, over.

Verderop bij de basisschool is de voetgangersoversteek uitgerust met spoorbomen, die speciaal voor lijn 17 zijn aangemaakt. Maar de auto-oversteek is ongemoeid gelaten. Daarentegen heeft de rotonde verderop wel weer pas-op-tram lichtjes.

Na de begraafplaats gaat het omhoog. Dit stuk spoor is als laatste voltooid, omdat de brug nog niet klaar was. Als je bovenop de brug bent, heb je een mooi uitzicht op het einddoel, Wateringse Veld. Wat vroeger groene polder was, is nu steen en beton. Maar ook veel ijzer van de steigers, want Wateringse Veld is nog volop in aanbouw.

Bij de spectaculaire afrit van de brug staan veel mensen te kijken, maar ook te fotograferen. Dit is zeker een mooi fotopunt, met die wijk op de achtergrond. De tram snelt op de woonwijk in aanbouw af. Hier is een tijdelijke overweg gebouwd voor zandwagens.

We slaan rechtsaf, en we zijn in de wijk. De tramsporen gaan hier uit elkaar. In de middenberm zijn de bouwketen gevestigd. Bij de overwegen behoedt een stalen constructie de bovenleiding tegen aanrijdingen. HTM heeft echt overal aangedacht. Maar het is ook zeker nodig. De tram laveert hier echt tussen het bouwverkeer door. Hier waait het stof je nog echt in de ogen.

De eindhalte. Bij mijn deur stappen twee mensen uit die er niet uitzien dat ze speciaal voor de tram komen. Eentje draagt een matras bij zich. Voor haar komt die tram hier geen dag te laat, zo te zien. De tram meteen op z’n eerste dag productief gebruiken, nounou.

Ik kijk even rond in Wateringse Veld. Vorige keer dat ik hier was op de fiets dacht ik eigenlijk niet na hoelang het nog zou duren tot de tram hier ging rijden. Ik had wel verwacht dat de woningen al klaar zouden zijn. Nee hoor, nog volop in aanbouw. Van verschillende kanten wordt dit geroemd. “De tram is er voor de mensen” is het beste middel tegen de beruchte tweede auto. Maaarr… Als al die OV-freaks nu eens wat verder kijken dan hun spiegelreflexcameralens, dan zouden ze zien dat het net een Hollywood-filmstudio is. Alleen de huizen direct aan de tramlijn zijn nog in aanbouw. De zijstraten bevatten auto’s, en jawel de huizen hebben al gordijntjes.

Bij de bocht in het tracé wacht ik, leunend tegen een stapel stenen, de volgende tram op. Licht verbaasd kijk ik naar de chauffeur van een vrachtwagen die achter me een plasje tegen de banden van z’n eigen wagen. Even later komt een soort heftruck een gedeelte van de stapel stenen ophalen. Een andere shovel moet plankgas geven om niet tegen de tram te belanden.

Hier heb ik het wel gezien. Via een nog landelijk weggetje loop ik naar het industrieterrein aan het eind van de Wateringveldseweg. Het is nu tien voor, en om .53 en .23 gaat busje 27 naar Den Haag Zuidwest. Ik zie echter geen bus voorbij rijden. Zeker net geweest. Ik loop verder via het fietspad. Nu moet ik wel die bushalte vinden, de vorige is pas helemaal in Wateringen zelf. Helemaal aan het uiteinde van terrein, bij de rotonde, zie ik het bekende gele vlak van een bushalte. Er is hier geen rekening gehouden met wandelaars, de oversteekplaatsen van de weg komen in het wilde gras uit.

Hèhè bij de halte. Nu moet ik nog twintig minuten doorbrengen. Ik heb m’n oog laten vallen op het centrale gedeelte van de rotonde. Is wel spectaculair. Voor de zekerheid kijk ik nog even op de vertrektabel. Poep, er is helemaal geen .23. Ik ben een uur vroeger dan gepland, en het takt is nu .08 en .38. Dat is al bijna. Hoe sneller ik hier weg ben, hoe beter. De halte staat naast de uit- en inrit van een steenvermaler. Grote vrachtwagens met stoffige brokken muur en steen rijden af en aan. Ik voel kleine druppeltjes van de anti-stofinstallatie, wat gewoon een tuinsproeier is.

De tijd tikt rustig verder.
Hmm, het is nu 14.08, en nog geen bus te bekennen.
14.15, en nog geen bus. De volgende gaat pas om 14.53, dat is te laat. Dan mis ik precies alle aansluitingen.

Ik besluit dan maar naar Wateringen te lopen. Als ik 100 meter van de halte af ben, komt er een bus de hoek om. #)*$#@^%! Snel ren ik terug naar de halte. Dit doet me allemaal akelig veel denken aan de buurtbus van Zoeterwoude. Ik heb tot nu toe twee keer bij een afgelegen halte gestaan. Na een kwartier was die er nog niet, en fietste ik maar weg. En je raadt het al, tot twee maal toe kwam hij net aanrijden. Verdomme.

De bus, een Mercedes i.p.v. een schattige Neoplan, doet z’n deuren al rijdend open. Ik stap in, en we rijden naar Den Haag. Ook deze chauffeur gelooft m’n kaartje wel. Wellicht vertrouwen ze een Zomerzwerfkaart wel, omdat deze toch alleen maar zomers geldig is.

Uiteraard zit ik alleen in de bus, tot het eindpunt toe. In Wateringen is men bezig aan de weg, zodat m’n bus een flink stuk moet omrijden. Maar dat kan niet de reden zijn dat hij te laat aankwam op mijn halte. De weg is slechts in één richting afgesloten. Dwars door de glazen stad zoekt onze buschauffeur z’n weg. Hij heeft een vervelende manier van rijden. Met een grote bus moet je een bocht altijd ruim nemen, maar deze man overdrijft wel een beetje. Hij rijdt eerst rechtdoor, dan moet hij al remmend die bocht nemen, en dan zit hij nog een halve rijbaan verkeerd.

Maar goed, langs het eindpunt van lijn 25 rijden we naar Vrederust. Vreemd genoeg komen we wel op tijd aan. Op het eindpunt van de tram staan een paar HTM’ ers. Ook een HTM-bovenleidingwagen. Stroomstoring?
Ik gooi in een prullenbak een pakje Fristi weg, en kijk op de kaart in de abri hoe ik moet lopen naar de halte van 129. Dat is niet zo moeilijk, rechtdoor, en dan ben je er. Ik ben gelukkig niet voor een gat te vangen.

Op de trambaan staat een verrijdbare ladder. Boven op die ladder zijn twee werkmensen bezig. Vanaf Vrederust komt rustig een tram aanrijden. Blijkbaar geen stroomstoring.

Bij de Beresteinlaan moet ik een kwartier wachten op lijn 129 Kijkduin-Rotterdam. De halte bevindt zich voor een “speciale school voor basisonderwijs”. Blijkbaar is de bel gegaan, want een stroom kinderen komt de school uitstormen. Taxi’s in alle vormen en maten wachten de kinderen op. Bij mij bij de halte staat een iets wat gezette vent met een leren jack. Hij wordt door een taxi chauffeur aangesproken of hij weet waar de kinderen vandaan komen, de achter- of de vooruitgang. Even later komt het bewijs in grote getale aangerend.

De bus is drie minuten te laat. “Waar maak je je druk over, Maarten?” zul je wel denken. Wel nu, de overstap 129 > 17 heb ik wat krap gekozen. Ik ben bang dat ik het niet haal. Dan heb ik een tram later, en daardoor mis ik de fietsbus. Dan kan ik niet doorrijden tot Noordhove, maar zal ik vanaf de Europaweg moeten lopen.

De vent van daarnet stapt ook in. Hij blijkt vriendjes met de chauffeur. Het blijkt een echte Hagenees thu zên. De chauffeur erg afgeleid door de man. Hij sluit de deuren te vroeg, heeft niet door dat er iemand in wil stappen. Volgens mij rijdt hij ook nog een halte te ver door als ik wil uitstappen. Gelukkig hoef ik niet ver met deze wegpiraat.

Op het Oosteinde tussen Wateringen en Rijswijk stap ik uit. De tram moet volgens mij horloge net weg zijn. Half wandelend, half snelwandelend begeef ik me naar de tramhalte. Er staat zo mogelijk nog meer fotografen dan daarnet. Op de keerlus staan maar liefst vier trams, waaronder ook de rode met de bloemetjes.

Het duurt best lang voordat een tram naar voren komt. Twee mensen bediscussiëren het aantal strippen maar de stad en het centrum. Omdat ik niet kan volgen wie nou precies wat zegt, meng ik me er maar niet in. Het staat zo raar als je juist instemmend reageert. Valt meteen het (hun) gesprek dood. “Ja, precies, dat bedoel ik”.

Het stof waait in m’n gezicht. Als die tram daar nog langer blijft staan, schiet dat blos bloemen voorop nog wortel in de zanderige bodem.
Als de tram uit Den Haag aankomt, rijdt de voorste weg. Ik stap ik, en neem plaats in de middenbak.

De mensen en fotografen bij de Eikelenburg-brug staan er nog steeds. Zouden ze wachten tot de weg parallel aan de trambaan klaar is. Wellicht is het sneller om voor een paar dagen om te rijden, dan hier nog een paar weken te wachten.

Bij de Volmerlaan stap ik uit. Ja, poep, net de bus gemist. Ik loop naar de bushalte om te kijken hoe laat de volgende gaat. Ik heb geen zin meer om met m’n vet geworden en bezwete handen het foldertje uit m’n fiets-/schoudertas te pakken. Voor de zoveelste keer vandaag kijk ik op m’n horloge, en dan op de vertrektabel.

Ik kan mezelf wel slaan. Blijkbaar moet ik opnieuw leren klokkijken. Ik heb me een heel uur vergist, in mijn voordeel. De spits-kwartierdienst moet nog beginnen. Ongelofelijk stomme fout, Maarten.

Ik kijk wat rond, en loop heen en weer tussen de Volmerlaan en de Treubstraat. Regelmatig zie ik een vrouw op een vouwfiets rijden. Het duurt even voordat ik me realiseer dat het een echte Di Blasi/HTM-vouwfiets is. Mevrouw zoekt de fietsbus-halte. Telkens als ik haar wil aanschieten om te zeggen dat het gewoon de Volmerlaan is, fietst ze weer weg. Dan niet.

Het valt me op dat de bussen richting en van Rijswijk station in konvooi rijden. Het lijkt wel Zoetermeer, daar komt ook alles in één grote bulk aanrijden.

Daar is mevrouw weer. Zij ziet ook wat ik zie in de verte: de fietsbus. Vertwijfeld rijdt ze heen en weer op de busbaan. De fietsbus, op de gewone weg, stopt voor het verkeerslicht. Mevrouw glimlacht, denkende dat hij stopt voor haar. Dan rijdt de bus weg, de vrouw overrompeld achterlatend.

De wissels bij halte Volmerlaan zijn pas weggehaald. Er ligt nog geen wegdek. Bussen richting Delft moeten hier omrijden via de gewone weg. Het paaltje met het knopje staat er nog. Ik durf er nu niet meer op te drukken. Vorige keer dat ik hier was deed ik dat wel. Het knopje is bedoelt voor achteruit rijdende trams die willen driehoeken. Dan worden aanrijdende trams uit Den Haag tegengehouden, net zolang tot de kerende tram weg is. Dus als ik als fietser op de knop druk, blijft hij erg lang wachten op een achteruitrijdende tram. Ik had bijna de dienstregeling van de HTM in de war gegooid.

Even later heeft ze de halte gevonden. Ik voeg me bij haar, want ik ga ook met de volgende bus mee. Even later komt een andere vrouw met nog zo’n Di Blasi-fiets aanrijden. Als de bus er aankomt, moet mevrouw A haar fiets nog inklappen, het lukt haar niet erg. Mevrouw B, die er erg bazig uitziet zegt dat je “gewoon” dat zadel en de trappers moet kantelen. Waarschijnlijk heeft ze een leidinggevende baan, want erg behulpzaam is ze niet.

Met z’n allen stappen we in. De bus is niet leeg, zoals ik wel verwachtte. Een man voorin heeft z’n vouwfiets al gestald. Twee meisjes achterin zijn vouwfietsloos. Ik ga ook achterin zitten. Met mij meegeteld zijn er dus wel zes reizigers. Ik sta paf. Het is de allereerste dag dat de bus rijdt, in een vakantieperiode, en er zijn verdorie al zes reizigers.

De bus rijdt rustig de snelweg op. Geen gerace zoals op de heenweg. Maar dit is wel erg rustig, hooguit 60. Auto’s halen ons aan alle kanten in.

Weer bij het Castellum ontmoeten we onze tegenligger. Een blik in de dienstregeling leert me dat het de laatste dienst Zoetermeer-Rijswijk was. Het is nu vier uur.

Weer uitermate rustig rijden we richting Zoetermeer. Nu veroorzaken we zelfs een soort file. Voor ons is ruimte zat, maar achter ons ontstaat een lange rij langzaam rijdend verkeer. Ondanks het hier geldende verbod halen zelfs vrachtwagens ons in. Doordat de linkerrijstrook nu drukker gebruikt wordt (ritsen maar dan op de linker rijbaan), ontstaat er ook op linkerrijbaan een file.

Als we eindelijk bij afslag Zoetermeer zijn racen velen ons snel voorbij. Ik neem mezelf voor aan de chauffeur te vragen waarom hij zo langzaam rijdt.

Bovenaan de afrit zijn er drie rijstroken: twee links-, één rechtsaf. Het meeste verkeer moet linksaf, maar omdat er conflicterende situaties zijn, staat er vaak file. Onze bus moet ook linksaf, maar om de file te omzeilen zijn de verkeerslichten aangepast voor de bus. De bus kan de rechtsaf-strook gebruiken, en dan toch linksaf slaan. Waarschijnlijk leidt dit tot veel onbegrip bij autogebruikers, maar in elk geval stroomt het erg goed door.

Bij Afrikaweg gaat er een iemand uit, net als bij Europaweg. De rest moet dus net als ik bij Noordhove uitstappen. Bij het winkelcentrum staat lijn 20 op de halte, en wij wachten netjes tot het plaatsje vrij is. Ik ben te lui om te vragen of de deuren open mogen, zodat ik 20 nog kan halen. Maar het hindert niet dat hij zonder mij wegrijdt, we zijn wederom een kwartier te vroeg. De rijtijden zijn wel erg ruim opgezet, HTM!

Officieel staan we bij de verkeerde halte. De bus moet een iets andere route nemen, zodat hij op dezelfde halte staat als vanochtend. Maar ja, het is toch z’ n eindpunt, hij gaat nu leeg terug naar Rijswijk.

Een auto komt wild aanrijden en parkeert z’n auto hartstikke fout op de stoep. Wat een asociaal. Een cowboy op slippers stapt uit.

In bus 20 ga ik op de achteruit-zit-zitplaats zitten. Met m’n benen dwars richting gangpad. Ik kan niet tegen achteruit rijden. Een oude vrouw aan de overkant kijkt iets wat broeierig naar me. “Je zit op de ‘gereseveerd voor ouderen’-zitplaats, snot jong.” zie ik haar denken. Maar ik kijk haar vriendelijk glimlachend aan, en als haar tas met boodschappen omvalt, en ik meelevend “Oeps” zeg, kan er ook bij haar een glimlach af.

Bij halte Bordeauxstraat stap ik uit. Binnen twee minuten ben ik thuis, waar ik op de bank plof.

Wat een mooie dag. Veel gezien, veel gedaan. Veel slaap nu. Ik hoop dat als ik straks in slaap val, droom. Een droom waarin ik met een stoere fietsbus over de OV-baan door Rijswijk race. Zucht...

Geschreven door Maarten Batenburg. 23-26 augustus 1999


 Maarten.OVcentraal is een site van Maarten Batenburg. Bezoek ook eens OVcentraal en ZoetermeerOV. Copyright 2004 - 2010.