| Maarten.OVcentraal » Schoolopdracht | door Maarten Batenburg | ||
| Locatie: | Rotterdam | Datum: | 1997 |
| Vervoersmiddelen: | n.v.t. | Foto's: | ja |
Comenius ProjectEuropees Waterproject 1997/1998Maarten Batenburg 4Ha
Rotterdam:
de skyline van Rotterdam, gezien vanaf de Maas
De verkeersproblematiek rond Rotterdam door de Maas
Inhoud3..................Inleiding4..................De Maas 7..................De oeververbindingen 9..................Vervoers- en verkeersstromen- en systemen 13................Slot + conclusie
Bronnen informatie + beeldmateriaal:
- Vijftig jaar wederopbouw Rotterdam; Martin Aarts; Uitgeverij 010, Rotterdam 1995
Met dank aan: Kathinka Mets, voor het gebruik van haar gekleurde printer. Dit werkstuk bevat 13 pagina's. 21511 tekens, verwerkt in 4043 woorden. Het bestand COMENIUS.DOC is 2387968 bytes groot. Inleiding"En dan nu de verkeersinformatie. Er staan elf files. Als eerste: Op de A13 staat tussen Delft Zuid en het Kleinpolderplein een file van vier kilometer. Op de A16, langzaam rijdend en stilstaand verkeer tussen het Terbregseplein en knooppunt Ridderkerk. Ook op de A16, in de andere richting staat een file voor de Van Brienenoordbrug; drie kilometer. Verder ...". Zo zou een gemiddelde verkeersinformatie op de radio best wel eens kunnen klinken. Sterker nog, dit is precies wat er elke werkdag zo'n beetje gebeurd. Want de omgeving van Rotterdam is een knelpunt van wegen, water en spoorwegen. En dat komt door de Maas.
Rotterdam is ontstaan aan de mond van de Nieuwe Maas op de noordelijke
rechter- oever. De Nieuwe Maas is een samenvoeging van de Maas en de Rijn.
Beide zijn belangrijke rivieren naar Duitsland en België en verder. Het
ligt dus op een strategische plaats voor handel en industrie. Hierdoor
ontstond al snel een groeiende stad met een haven. Al snel lag er een
spoorbaan en ook een (inter-) nationale (snel-)weg werd aangelegd. De stad
expandeerde door en stak, voor meer bouwruimte de rivier over. Woonwijken
en havens verschenen nu ook op "Zuid". Voor het vervoer van mensen en
goederen tussen Noord en Zuid werd dus een veerpont in dienst gesteld. De Maas
De Maas is een rivier in Europa. Hij begint in Noord Frankrijk en stroomt
via België en Nederland naar de Noordzee. In die 900 kilometer (!) komt die
verschillende belangrijke industriegebieden tegen, veelal met chemische
fabrieken. In de buurt van Waalwijk, bij 's Hertogenbosch, verandert de
naam van de Maas.
Rotterdam is de tweede Nederlandse stad die, naast Maastricht, de eer heeft
om de Maasstad genoemd te worden is. Rotterdam ligt zo'n negen kilometer
voor het einde van de Maas. Juist daar, op die plek, ligt de grootste haven
van de wereld. Dichtbij zee, zonder hindernissen die de scheepvaart kunnen
hinderen. Dat is bijvoorbeeld een minpunt van Antwerpen met z'n vele
bruggen en vooral sluizen, i.v.m. het grote getijden-verschil. Daar heeft
Rotterdam (nagenoeg), geen last van. Dus kunnen de grootste schepen gebruik
maken van de haven om hun lading te lossen. Door de open verbinding naar
het achterland en naar de zee heeft Rotterdam zich dus ontwikkeld tot een
belangrijke handelsstad. De haven ontwikkelde zich vooral op de zuidoever,
waar de nog de meeste ruimte beschikbaar was. Ook op de zuidoever, maar dan
wat meer naar het oosten, ligt "Zuid". Op Zuid liggen veel woonwijken,
dikwijls arbeiderswijken. Daar wonen de arbeiders die in de haven werken in
de wat kleine woningen in een "mindere" omgeving. Enkele arbeiderswijken
zijn Charlois, Carnisse, Vreewijk en Tarwewijk. Andere wijken zijn
Pendrecht, Zuidwijk, Feijenoord, IJsselmonde, Groenenhagen, Beverwaard
Katendrecht en Bolnes. Een apart hoofdstuk is natuurlijk het Oude Haven-gebied. De Haringvliet, de Leuven-, Bier-, Rederij-, Scheepmakers-, Wijn- en Oudehaven. Vroeger (heel vroeger) was dit de haven van Rotterdam, vlakbij de monding van het riviertje Rotte, waarnaar Rotterdam is vernoemd. Nadat alle havenactiviteiten naar het westen verhuisd waren, bleef dit gebied ongebruikt over. Sinds de jaren 70 kreeg dit gebied een recreatieve functie. Terrasjes, oude gerestaureerde schepen, een scheepvaartmuseum (vrijtoegangelijk), enz.
Vaste oeververbindingen
Een water kun je kruisen met behulp van een boot; dat heet dan een veer
(of een) pont.
Rotterdam kreeg zijn eerste brug over de Maas in 1876. In dat jaar werd
de Koninginnebrug gecompleteerd, de verbinding tussen Zuid en het
Noordereiland. Twee jaar later werd de Willemsbrug opengesteld, zodat
er toen een directe verbinding was tussen Noord en Zuid, via het
Noordereiland. Al tien jaar later, in 1888, werd er in officiële
rapporten geschreven over "verstoring van het verkeer, en het verlies
van kapitaal door het wachten op dit kruispunt van trafiek, soms vier
uren per dag". Dus ook toen al waren er al files, hoewel de auto nog
niet eens ingevoerd was onder het volk! In 1980 werd de "oude"
Willemsburg vervangen door een nieuwe. Deze staat ten oosten van de
spoortunnel. Het rode gevaarte is de verbinding tussen Noord en het
Noordereiland. Hij heeft een rijbaan per richting, een rijbaan die in
beide richtingen kan worden gebruikt, twee busbanen en twee fiets- en
voetpaden. De eerste verkeerstunnel in Nederland was de Maastunnel, in Rotterdam. Begonnen met de bouw werd er in 1937, de eerste auto's mochten er pas in 1945 er door. Door de oorlog lag de bouw enkele jaren stil. De Maastunnel biedt voor voetgangers, fietsers en snelverkeer, el k met hun eigen tunnel, een oversteek van het Park naar Charlois/Carnissebuurt. Na de Willemsbrug werd de Van Brienenoordbrug gebouwd. Deze brug is de oostelijkste en de grootste brug van Rotterdam. Er staan vaak files. Daarom werd er in 1992 een tweede, indentieke brug naast gelegd. Deze twee bruggen samen hebben twee + drie rijstroken per richting, dus tien rijstroken naast elkaar. Tegenwoordig is de A16/E19 snelweg, waar de Van Brienenoord deel van uit maakt, het drukste stuk in Nederland.
De meest westelijke Noord/Zuid-verbinding is de Beneluxtunnel. Het is de
enige tunnel die buiten Rotterdams grondgebied begint en eindigt, maar er
wel onder door loopt. De A4-snelweg loopt van het Kethelplein, gaat
tussen Vlaardingen en Schiedam, duikt onder Het Scheur, langs Pernis
naar het Benelux-knooppunt. Deze verbinding wordt nu uitgebreid met een
tweede tunnel, en een metrotunnel. In totaal heeft Rotterdam maar liefst 99 tunnels of viaducten, waarbij ook de metrotunnels onder de Maas geteld zijn. Ook heeft Rotterdam 639 (!) bruggen, waarvan er 51 beweegbaar zijn. Hieronder vallen alle bruggen en tunnels, dus niet alleen die de Maas kruisen, maar ook bijvoorbeeld alle bruggetjes in het oude havengebied.
Verkeers/Vervoers - systemen/stromenAls er een plek is in Nederland, waar ALLE vervoerssoorten bijelkaar komen, dan is het wel Rotterdam. Hoewel Utrecht altijd het knooppunt van Nederland genoemd wordt, letterlijk en figuurlijk, is Rotterdam uitgebreider. Trein, auto, tram, bus, metro, vliegtuig en natuurlijk komen bijeen in nog geen 300 vierkant kilometer. Elke soort vervoer stelt zijn eigen eisen wat betreft ruimtegebruik en manier van rivierkruising. Elk heeft ook een andere doelgroep en vervoersafstand. Het vliegtuig is natuurlijk voor de verre plaatsen, zoals Londen en Parijs. De meeste reizigers zijn (internationale) zakenmensen. Dit zal ik verder niet behandelen, omdat het vliegtuig verder niet zo veel met Rotterdam te maken heeft, en al helemaal weinig met de Maas.
De boot is vooral voor goederen. Containers, chemicaliën en bulk.
Bulk is een verzamelnaam voor goederen die onverpakt met grote
hoeveelheden vervoerd worden, zoals graan, olie, ertsen en steenkool.
Een schip leent zich uitstekend voor grote hoeveelheden goederen
die niet snel vervoerd hoeven te worden. In Rotterdam komen twee
soorten schepen bijelkaar. Zeeschepen, tot de grootste toe, van
verre bestemmingen, zoals Zuid Amerika etcetera. Die laden hun
goederen, soms al voor de haven zelf op de open zee, over op
kleinere binnenvaart schepen en kustvaarders. kustvaarders varen
naar plaatsen als Oostende en IJmuiden. Schepen zijn de enige die
direct profijt hebben met een water dwars door het land. Wel hebben
ze last van bruggen. Lage schepen kunnen overal onderdoor varen,
maar de grotere moeten wachten tot die opengaat. De bruggen in
Rotterdam doen niet zo vaak, omdat de meeste bruggen hoog genoeg
zijn. De Erasmus-brug, de grootste basculebrug ter wereld gaat
twee keer per dag open om 10 en 14 uur. In dit jaar wordt een wel heel bijzondere manier van openbaar vervoer ingesteld, een hoge-snelheids draagvleugelboot tussen Dordrecht en Leuvehaven in Rotterdam. Geen files in het water. En omdat er ook "haltes" komen bij Hendrik Ido Ambacht, en Zwijndrecht, en hij qua snelheid zelfs een concurrent wordt van de trein, een goed alternatief. Ook van af Schoonhoven en verder worden snelle pendelboten ingezet. Andere systemen hebben er alleen maar last van, zoals beschreven staat in de Inleiding. Auto's moeten altijd de brug over of de tunnel in. Autowegen heeft Rotterdam genoeg; zo als te zien is in de tabel. Op het tekeningetje zijn de snelwegen te zien. De meeste grote steden hebben een ringweg, zoals Amsterdam. Een ringweg is een snelweg rondom de stad, zodat auto's op verschillende plekken de stad inkunnen. Daarmee wordt niet alles op een plek in de stad gegooid, zoals met de Utrechtsbaan in Den Haag. Rotterdam echter heeft een ruit. Dat schijnt iets anders te zijn dan een ringweg. Na aandachtig de verschillen bekeken te hebben tussen de Ring van Amsterdam, en de Ruit van Rotterdam, zag ik het. Bij een ring komen wegen van elders uit op de ringweg. Bij een ruit vormen de doorgaande wegen zelf de ring.
Treinen moeten naast de gewonen nadelen van bruggen en tunnels ook nog
rekening houden met lange en grote op- en afritten. Een trein kan hooguit
2.5 procent aan (2.5 meter omhoog per 100 meter horizontaal). Dat geldt
niet alleen voor bruggen maar ook voor tunnels zoals de Willemstunnel.
Daar moeten de treinen richting Dordrecht al bij CS beginnen te dalen
voor de Maas, die toch nog drie kilometers verder is. Een goederentrein
(en die rijden er genoeg) mag alleen de tunnel in als er geen trein voor
hem in de tunnel is. Dit is om zeker te zijn dat de goederen-trein in een
keer de tunnel door kan, zonder te stoppen. De doorgaans zeer zware
vracht-treinen kunnen niet vanuit stilstand de overkant halen en moeten
dus een aanloopje nemen.
In Nederland is het gelukkig heel gewoon om op de fiets te stappen. Fietsers en wandelaars hebben in de Maastunnel hun eigen tunnels. Op de andere bruggen hebben ze hun eigen paden, zodat ze verzekerd zijn van goede doorstroom naar de overkant. Bussen en trams in R'dam hebben hun eigen banen en stroken, zodat zijn gerust met 50 / 60 kilometers per uur door de stad kunnen racen. Ook hebben ze bijna overal voorrang op het overige verkeer. Daardoor krijgt het OV een aantrekkende kracht zodat (hopelijk) meer mensen instappen bij het OV. Over elke brug of door tunnel gaat een OV-lijn, zodat het (in Rotterdam) een goede optie is om voor het OV te kiezen. Als meer mensen het OV nemen, nemen minder mensen hun auto, zodat het op de wegen (voor de oever-verbindingen) wat rustig wordt, en zo de doorstroming. Om files tegen te gaan, heeft de regio Rotterdam het Fileplan Regio Rotterdam opgestart. Het Fileplan Rotterdam is een samenwerkingsproject tussen de gemeente Rotterdam, het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, en bedrijven die last hebben van de files. Immers, als de files zo erg, blijven vertrekken bedrijven naar beter berijkbare plaatsen. De schade door te laat afgeleverde producten, en stilstaande vrachtwagens + bestuurders, loopt al in de miljoenen. Bij Fileplan Rotterdam probeert men oplossingen te vinden voor de korte termijn. Carpoolen, toeritdoseringslichten, andere indelingen wegen, toeritten, en weefvakken, lagere snelheden (in de spits), inhaalverbod vrachtwagen en speciale rijstroken voor vrachtwagens en bussen. Verder dynamische reisinformatie voor interlokale reizigers, spitsbussen, verbetering (versnelling) van openbaar vervoer, promotie van de fiets, uitbreiding van fietspadden en -stallingen, huurauto-projecten, betaald parkeren en vervoers- en incidentenmanagement. Het laatste lijdt tot 30 procent snellere afwikkeling na een ongeluk op de weg. Vervoersmanagement is het overlegen met bedrijven over de manier dat hun werknemers naar het werk gaan. Er wordt dan uit gezocht of er geen betere manier is. Al deze kleine dingen helpen, zoals gebleken, want de doorstroming op de Ruit is met 10% verbeterd. Uit ervaring blijkt dat als het verkeersaanbod in de spits 10% minder is, het moment waarop congestie ontstaat wordt uitgesteld, en soms zelfs afgesteld, zodat de filezwaarte 40% afneemt. ![]()
ConclusieOver Nederland wordt altijd gezegd dat water vriend en vijand is, dat we er tegen vechten, en er om vechten. Dit zelfde geldt ook zeker voor Rotterdam. Rotterdam is onstaan door het water, en heeft er nog steeds zijn inkomsten aan te danken. Maar de laatste jaren moet de gemeente steeds meer uitgeven om de stad bereikbaar te houden. Dichtslibbende snelwegen en volle binnenwegen. Gelukkig is Rotterdam niet arm. Men kan veel investeren in de bereikbaarheid van de regio. Dat moet ook wel. De Nieuwe- en de Oude Maas blijven een drempel voor verkeer en mensen. De projecten zoals Fileplan Rotterdam zullen wel helpen om tot een betere bereikbaarheid te komen, maar dichterbij brengen van Zuid tot Noord valt te betwijfelen. Ze doen in elk geval hun best met bruggen (zolangs ze blijven staan), tunnels, metro's en ondergrondse treinen Rotterdam gebruikt z'n shore-line voor attractieve doeleinden. Dure kantoren en restaurants domineren de waterkant van de stad. Rotterdam is een mooie stad (mooi OV), waar het goed vertoeven is, maar je moet er wel kunnen komen.
![]()
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||