| Maarten.OVcentraal » Reisverslag Nederland | door Maarten Batenburg | ||
| Locatie: | metro,bus | Datum: | 03-04-1999 |
| Vervoersmiddelen: | bus,tram | Foto's: | nee |
Busbaan N218 Spijkenisse - ZwartewaalHoge Snelheids BusbaanAlweer enige tijd geleden postte ik op BNL-OV een vraag. Ik vroeg om bijzondere busbanen. Daarop heb ik intotaal vier reacties gekregen, waarvoor ik iedereen bedank. Drie van deze gingen over één en dezelfde busbaan, namelijk die van Spijkenisse tot aan Zwartewaal. Er werden mij grootste dingen beloofd: ongelijkvloerse kruisingen, beveiligde overwegen, en zelfs "spoor"bomen. Vorige week vondt het idee om eens een kijkje te nemen weer z'n weg naar m'n actieve hersencellen. Ik verkoos Goede Vrijdag 2 April 1999 als de perfecte dag voor een wandeling langs de baan. Ik vroeg vriendelijk aan Martijn Coenen of die mee wou, en na enig aandringen stemde die dan maar toe. Begeleid door een nog wat waterig zonnetje fietsen we langs de route van de HSL 's ochtends van Zoetermeer naar Rotterdam CS. Eenmaal aangekomen stappen we in de metro naar Spijkenisse. Tussen Beurs en Leuvehaven zien we een nieuw metrostel voorbij rijden, leeg. Vlak voor Hoogvliet hebben we een mooi uitzicht op de Beneluxlijn in aanleg en het bijhorende station Tussenwater. De baan is geheel klaar, spoor ontbreekt nog.
Na Spijkenisse Centrum is de metro praktisch leeg. We stappen uit bij
het eindstation, waar stadsbus 86 al op ons staat te wachten.
Argeloos stappen we in bij de uitstaphalte. De chauffeuse is hier echter
niet van gediend, en we worden de deur gewezen. Ik wordt door
dezelfde chauffeuse gewezen dat ik een zone te veel betaald heb 5 ipv 4.
Fijn om te weten. Ik mezelf op m'n voorhoofd slaand rijden we weg,
Spijkenisse door. Op een gegeven moment draait de bus een woonerf in. Op
zich al bijzonder dat een bus op een woonerf mag, is dit nog leuker
omdat dit woonerf een busbaan is. Dat wil zeggen, alleen voor omwonenden
en de bus. De bus wordt goed gevoed. Op zich een leuke busbaan, maar
niet waar we voor gekomen zijn. De busbaan. Vlak voor de eigenlijke grote 4-splitsing, gaat er een 2-baans weg naar links. De busbaan is van alle kanten te bereiken. Weer komt er een bus aanrijden. Zonder enig gas terug te nemen, draait de bus de baan op. De fietsersoversteek bij de busbaan is beveiligd met de ozo irritante digitale bellen van de Rotterdamse sneltram. Alles is het zelfde; de bellen, de lichten, het oranje-rood stoplichten, en de negenogen. De busbaan zelf is voorzien van de normale reguliere wegopschriften: onderbroken strepen op de as, voorsorteer-vakken (!) en pijlen. We lopen verder. We komen bij een halte. De halte bestaat uit een simpel wachthokje + fietsenstalling. De halterende bussen staan op een haltestrook, dus niet op de doorgaande busweg. Iets verder op is een grote rotonde. De bus duikt er met een erg steile helling onder door, evenals het fietspad waar we gebruik van maken. Met een scherpe bocht gaan beide onder de rotonde door, waarna we aan de andere kant weer naar boven komen. We komen bij een kruising, waar weer de busbaan met een noodgang naar beneden duikt. De fietser moet het deze keer doen met een eenvoudige oversteek. Zoals bij andere busbanen, mogen ook de hulpdiensten gebruik maken van busbanen. We zullen deze dag meerdere malen ambulances zien rijden op de busbaan. Zonder sirene uiteraard, want er kan toch nergens verkeer van elders komen. Bij de volgende kruising ligt er een aftakking van de kruising (een 5-splitsing dus) naar de andere kant van de busbaan. Als de busbaan uit de tunnel is, komt de aansluiting geheel gevetagd bij de busbaan. Bij een volgende T-splitsing van de autoweg, heeft ook de busbaan een splitsing, inclusief voorsorteervakken, en weefvakken. Even verderop heeft de busbaan een afrit, zonder de "gebruikelijke" kerstlichtjes. Bij de nabij gegelegen fastfoodketen halen we wat proviand, en langs de busbaan gezeten nuttigen we het. Hier verlaat de baan, nog steeds gelegen aan de N218, de bebouwende kom. Het is eigenlijk een heel raar gezicht, een complete weg naast net zo'n complete weg. Maar op een van de beide rijdt continue een stroom auto's, op de andere geregelmatigd een bus. Een busbaan midden in de polder. Het is te merken dat het een vrije dag is. Er is veel volk op het fietspad, waar we nog steeds op lopen. Opvallend veel skaters ook. Regelmatig passeren groepen in valhelmen en kniebeschermers verpakte meisjes ons. Het fietspad, net als de busbaan redelijk nieuw leent zich er dan ook prima voor. We beginnen enig systeem te zien in de dienstregeling. De bussen rijden in groepjes van twee per richting. Thuis gekomen kijk ik in het gebuste boekje. Er is in de spits een tien minutendienst vanaf/naar Brielle. Naar Hellevoetsluis is er een 5 minutendienst (13x per uur) in de spits. Daarbij komen in de spits ook nog een bus bij (10 minuten), nog een (20 minuten), en een paar andere (waaronder een Interliner, en een schoolbus). Oftewel: in de spits rijden er bijna 30 bussen per uur naar Spijkenisse. Da's mooi. Bij Geervliet is de oude busstrook op de gewone weg nog te zien. Dat is bij andere plekken langs de baan ook. Op de busbaan komt een gelede bus met een reusachtige snelheid aanstormen, en duikt de tunnel in. Dat is zeker geen 80 km/u meer. Verderop vinden we iets heel leuks. De busbaan kruist hier voor het eerst (en de enige maal) een gewone weg. Met spoorbomen beveiligd. Vlak voor de bus bij de overweg is, zijn de bomen dicht. Alles uiteraard op volle snelheid. De slagbomen zijn trouwens niet de echte NS-bomen, maar van die parkeerplaats dingen. Het is uitermate grappig om te zien hoe automobilisten heel voorzichtig oversteken, nadat ze zich verzekerd hebben dat er geen trein, ik bedoel bus aan komt. Even overweeg ik een brief te schrijven naar de lokale overheid, of men niet een of twee bankjes kan neerzetten, inclusief WC en snacktent, speciaal voor busfans en OV-gekken.
Even verderop is halte Heenvliet. Hier wordt aansluiting gegeven op een
of andere duistere belbus. We pauzeren even op een uitlaat van de plaatselijke rioolwaterzuivering-installatie. Zonnend luisteren we naar de meegenomen scanner. Ook zien we nu pas hoeveel ledige bussen er langs rijden. Zo'n 40% is buiten dienst. Ook rijden ze beide kanten op, dus niet in bijvoorbeeld een richting ivm spitsdiensten (om 14.00?) We besluiten de busbaan richting Hellevoetsluis maar af te lopen.De temperatuur is gestegen, en het zonnetje ook. Het is, zachtjes uitgedrukt, wat verder dan verwacht. Dat komt ook door dat ene potloodgebouw in Hellevoetsluis, dat al van heinden en ver te zien is. Gezichtsbedrog. Het kanaal is bezaaid met vissteigers, waar dan ook goed gebruik van gemaakt wordt. Sommige voelen zich gestoord door de scanner. Na heel lang lopen komen we aan bij de buitenwijken van Hellevoetsluis. Het is precies zo'n wijk als je in elke andere plaats met een nieuwbouwwijk kan vinden. Exact uitgekiende bakstenen, kleine plantsoentjes en doorsnee blije tevreden burgers. Het is tenslotte een groeikern, zo heb ik op school geleerd. Sinds de buschauffeuse hebben we niemand meer gesproken. Hier worden we gevraagd voor de opnames van een homevideo. Een vrouw op skates durft de stoep niet af. Dit alles onder hilarisch gelach van de cameraman. Even verderop wil de motor van een buggy niet starten. Na enige pogingen komt die opgang.
Eindelijk zijn we in de buurt van het potloodgebouw. We zijn naarstig op
zoek naar een halte. Dat wandelen moet echt niet langer gaan duren.
Ergens in de buurt van het overigens erg mooie
winkelcentrum moet toch wel een halte zijn?
Midden in het centrum krijg ik de neiging om gewoon keihard te gaan roepen:
"We hebben het gehaald!" Achter het centrum vinden we
een halte, met een bus die naar Spijkernisse gaat. De bus komt net
aanrijden en we stappen in. De bus rijdt lekker
door. In de stad rijdt de bus (102) als een stadbus, waarbij veel haltes
worden aangedaan. De gemiddelde snelheid zal buiten de stad toch
omhooggeschroefd worden. We stapten om 34 in, we komen aan in Spijkenisse
3 over heel. Vanaf de rand van Hellevoetsluis tot aan
Spijkenisse Centrum deed de bus 13 minunten, wat sneller is dan volgens
het gele boekje. Dat betekent dat het stadsdeel langer duurt dan de vele
kilometers tussen de twee steden. Maar toch: 13 minuten (5 zones) is heel snel. Een uitermate frusterende tijd ook. Hebben we meer dan vijf uur gelopen, ga je terug in 13 minuten. Ik noem het een tijdmachine. Vijf uur geleden is best lang geleden als je op een dag veel doet, zoals vandaag. We zien dingen waarvan we alweer vergeten waren dat we ze gezien hadden.
Voldaan stappen we in de metro, die ons zonder enig tegensputeren naar het
centrum van Rotterdam brengt. Even heerlijk niets doen. Geschreven door Maarten Batenburg. 3 & 4 April 1999. |