| Maarten.OVcentraal » Schoolopdracht | door Maarten Batenburg | ||
| Locatie: | n.v.t. | Datum: | onbekend |
| Vervoersmiddelen: | n.v.t. | Foto's: | nee |
Beweging: BoomSchoolopdracht
In 4-Havo hadden we twee maanden lang een proefproject, CKV; cultureel
kunstzinnige vorming. Alleen de naam al voorspelde niet veel goeds. Thema was beweging. We
moesten onder andere een verhaal schrijven met beweging in de hoofdrol.
Het zaadje lag in de grond. Tussen de zandkorrels en andere rotzooi. Het was zojuist gevallen
van vijf meter hoogte, van z'n moeder/vader. Plotseling barstte de schil van het eikeboomzaadje
open en de prille wortels drongen naar buiten. Langzaam groeiend zochten ze de voedzame aarde op.
De wortels vertakte zich en groeven zich dieper in.
De wortels zogen de voedzame stoffen op uit de aarde en de aderen van de boom transporteerden ze
verder naar de kleine knopjes. Een knopje zette uit en verkleurde. Toen sprong het open en het
opgerolde blad vouwde zich er uit. Het was nog gekreukeld in de raarste rimpels. Langzaam droogde
het blad op en neemt het z'n normale vorm aan. Het boompje is niet alleen in het bos. Rondom staan andere bomen, van andere soorten en formaten. In sommige bomen wonen dieren. Fladderende vogels in de kruin, eekhoorntjes in de holle boomstam. Lager, in de bewegingsloze grond, krioelen ook de andere beestjes. Ook konijntjes zitten daar. Soms komen ze naar boven en zoeken ze voedsel. Jong groen is hun favo voedsel. Eentje komt nu in de buurt van ons boompje. Het komt huppelend dichterbij en knabbelt aan de frisse blaadjes. De groene schijfjes verdwenen gestaag tussen de bijtende scherpe tandjes van het beest. Hoog in de bomenkruin zit echter een onbewegelijke uil. Het beest van de wijsheid zit vast gebruik te maken van de radertjes in z'n kop. Af en toe draait 'ie z'n kop om rond te kijken. Hij ziet het nijntje. De uil zet zich af en spreidt z'n vleugels. Stilletjes zeilt die naar beneden, richting nijntje. Plotseling is de kennismaking wederzijds wanneer het ene beest het andere opmerkt. De spieren in de poten van het konijntje spannen zich en het beest spurt weg. Pech voor de uil, geluk voor zowel het nijntje als ons boompje. En verder groeit ons boompje.
De tijd verstrijkt en het is te merken ook. Ons boompje is ondertussen verpuberd tot een
behoorlijk stevige kerel en gaat zijn eerste vaste cyclus beleven, die hij nog zo'n 76 jaar
zal gaan beleven. De cyclus van levend en doods. Zonnig en bewolkt. Vol en leeg. De Herfst. Een
voor een laten de bladeren los, die zeven maanden dienst deden als bron van stil leven. Vallen.
De connectie tussen tak en blad is al een tijdje dicht, de sapstroom is al weer tot een minimum
gedaald om het leven van de boom te redden. Langzaam valt de laatste verbinding weg tussen blad
en tak. Daar valt het eerste blad al. Dwarrelend, draaiend, zwevend, vallend. En op de grond,
herfstrood op aardezwart. Nog een valt, en nog een. Meer vallen er. De aarde wordt bedekt door
duizenden bladeren van onder andere onze boom. Langzaam verdwijnen ze als ze wegrotten door de
vele krioelende bacteriën in de grond. De boom is lichter en klaar voor de winter. Schurende
stormen, vallende sneeuw en krakende vrieskou. Volgens vliegen weg en warmere oorden en de
andere dieren schuilen onder de grond. Jaren verstrijken, seizoenen komen en gaan. Onze boom zal nog vele jaren voor zich hebben. Op een gegeven moment wordt de rust in het bos verstoord door het gebrul van machines. Alle beesten vliegen, fladderen, kruipen of huppelen weg. De bladeren van naastgelegen bomen bewegen. Plotseling wordt het bladgroen verstoord door het geel van een bouwmachine. Deze baant zich een weg door het bos. Meer machines volgen. In een paar dagen hebben ze in het bos een boomvrije zone gemaakt. Andere voertuigen komen. Ze blijken een weg te bouwen. Langzaam komt een zwarte strook asfalt dichter bij onze boom. Gelukkig ontwijkt deze net ons boompje. De eerste automatisch bewegende dingen verschijnen met hoge snelheid. Groene, blauwe, rode en gele auto's razen voorbij op de kersverse snelweg. Op een van de vele dagen staat onze boom er nog steeds, op dezelfde plek. Ook de auto's rijden nog steeds waar ze horen, op de weg. Daar echter nadert er een die zich slingerend beweegt over het asfalt. Links, rechts, weer links en dan rechts. De snelle auto rijdt recht op onze stilstaande boom af. De draaiende wielen pletten de lage begroeiing in het bos. Plotseling klinkt een harde knal en verwringt het harde dode staal met het onbuigzame levende hout. De boom krijgt scheuren en uitstekende splinters. De top zwiept heen en weer terug. De autoruit versplintert in duizenden stukjes die op de grond belanden. Dan verschijnt er een grote steekvlak uit de benzinetank. De vlammen likken aan de takken en de stam. Hout droogt en begint ook te branden. Wat onze boom nog niet weet, is dat spoedig de brandweerwagen met z'n draaiende zwaailichten zal naderen en met stromend water de hitte zal verdrijven. Het autowrak zal weggesleept worden, en onze boom zal achterblijven. Gekreukeld, verbogen en gebroken. Na enkele dagen zal een man komen. Samen met een snerpende kettingzaag, die een eind zal maken aan de vaste woonplaats van Boompje. Hij zal dank zij een hijskraan door de lucht op een vrachtwagen belanden. Door het land en door de stad zal hij gaan. De rit zal eindigen bij een fabriek. Daar wordt 'ie op een lopende band gelegd en zal Boompje verdwijnen tussen de draaiende kaken van de maalmachine, die alsmaar dichterbij komen.
|