| Maarten.OVcentraal » Reisverslag Nederland | door Maarten Batenburg | ||
| Locatie: | Zoetermeer, Leiden, Schiphol, Almere, Utrecht, Maarssen, Alphen a/d Rijn | Datum: | 25-02-2004 |
| Vervoersmiddelen: | trein,bus | Foto's: | ja |
Rondreis door de Hollanden, Flevoland en UtrechtZomaar rondrijden met veel bus en trein
Op 25 februari 2004 ga ik met Martijn naar Almere. Hierboven zie je hoe.
Het is nog donker als ik het huis verlaat. Ik ben om 06:55 in Oosterheem, een nieuwbouwwijk van Zoetermeer. Ik heb een
brief te posten, en wil daarvoor de bus nemen vanaf de een-na-laatste halte naar de laatste. De bus wordt met de rit door de uitdijende woonwijk vol. Het is glad vandaag. We rijden rustig. Een tijd lang worden we opgehouden door een strooiwagen die met zijn zwaailicht in het donker onrustige oranje vlekken en zware schaduwen werpt. Bij een halte bij een school stappen scholieren uit. Beetje vroeg, tegen kwart over zeven ofzoiets. Vroeg komen als strafmaatregel? De rest van de inzittenden blijft ongestoord lezen. In de Spits, het blaadje dat voorin de bus gratis te grabbel ligt. We zijn bij Centrum West, het busstation. Ik zie de Sprinters ongekoppeld rijden, hoewel ze normaal gesproken met koppelstellen rijden. Ik koop vast een kaartje Leiden - Haarlem. Dat mijn reisgenoot hiervan niks weet, deert me niet. Martijn zit al in de 204 naar Leiden. Hij is opgestapt bij Zoetermeer Oost. De bus is op tijd, ondanks de spitsdrukte en de gladheid. Om deze tijd hoort de bus te vertrekken met een bijbus, een bus die meerijdt om de reizigers op te vangen die niet meer in de gewone bus passen. Met een bus kun je nou eenmaal niet 'een stelletje bijplaatsen', zoals dat bij de spoorwegen heet. Een gewone bus wordt ook niet zo makkelijk een gelede. De bijbus is echter te laat. Via de Combo (busradio, het 'autoradiofrontje' op het instrumentarium bij de chauffeur) wordt contact gehouden. De normale bus -waar wij inzitten- zal doorgeven of er versterking nodig is. De drie haltes die in Zoetermeer nog resten, zijn altijd er druk. Maar het valt mee. De chauffeur roept de bijbus op, en zegt dat hij niet nodig is. Maar de chauffeur van de bijbus was eigenwijs of de Combo was stuk, en was toch gaan rijden. Nu moeten we bij de laatste halte in Zoetermeer wachten. Detail, die halte ligt een eind voorbij een rotonde. De bijbus dumpt zijn spaarzame reizigers (blijkbaar waren er paar reizigers die net de normale bus gemist hadden) bij de rotonde; de reizigers lopen naar de gewone bus -ze mogen vervolgens staan-, en we kunnen eindelijk met voortvarendheid naar Leiden koersen. Martijn en ik zijn melig. Erg melig. Ik krijg tijdens de rit het idee dat de suffe reizigers (Spits voor de neus en ogen dicht) in de bus het gesprek meeluisteren. Ze doen maar. Ik hoop alleen dat ze zich niet ergeren op deze vroegere morgen.
Het is druk bij de geldautomaat in Leiden Centraal. Martijn pint. Ik kijk waar het toilet is. Wegens beroepsmatige
interesse vraag ik aan een zooitje conducteurs waar het invalidetoilet is. Het blijkt achter een grauwe deur in een
hoekje te zitten.
Station Heemstede-Aerdenhout is zoals altijd weer grauw en onaantrekkelijk. Op Haarlem dringen we ons met de stroom mee
door smalle trappenhuizen en de westelijke tunnel naar het voorplein. De Zuid-Tangent staat al klaar. Het aantal zones
naar Schiphol valt me vies tegen.
Eindelijk maakt de Zuid-Tangent vaart. Véél vaart. Leuk, lekker sjezen. We zitten halverwege de achterste bak van de
enkelgelede bus. Regelmatig hoppen we omhoog dankzij de platenbaan. De tunnel naar Schiphol vanaf industrieterrein De Hoek bij Hoofddorp is eindelijk geasfalteerd. Dat bespaart veel gebonk van de voegen in de tunnelvloer (de voegen zitten ook in de wanden en het dak, maar daar heb je geen last van).
Op Schiphol trakteert Martijn me op een warme chocolademelk. Het is een reusachtige bak, maar veel te melkerig. Maar de
warmte doet me goed. Toch gaan we de kou in om te kijken naar de werkzaamheden die we zojuist vanuit de bus zagen. Een of
ander gebouw waarvan ik de naam en functie die Martijn noemde alweer vergeten ben, maakt plaats voor een diepe bouwput
waarin een aantal heistellingen hun werk doen. Het begint te sneeuwen en het is eigenlijk veel te koud. Weg hier. Via een
voetgangerstunnel bij het parkeerterrein lopen we naar de loketten in een houten keet buiten op het voorplein. Ik moet
een via-kaartje hebben, dus niks geen automaat deze keer. Een enkeltje Almere Muziekwijk via Zaandam, met korting
alstublieft.
Even een vooruit blik, al heeft de ras-hobbyist het waarschijnlijk al begrepen: We gaan met de trein naar Zaandam. We
nemen de rechtstreekse, via de Hemboog. Daarna nemen we de aloude trein naar Amsterdam Centraal. Waar we overstappen op
een trein naar Almere Muziekwijk. Het zal niet de eerste keer zijn dat ik de Hemboog neem. Nee, het is andersom. De
eerste keer, dat was ik. Lees het verslag.
De trein passeert station Sloterdijk veel dichter, dan ik in mijn herinnering had gegroefd. De kans, dat het station of
het hemboogviaduct in de tussentijd zijn verplaatst, acht ik niet zo groot. Even verderop wordt gewerkt aan het spoor, al
is het volgens mij een goederenspoor. Een graafmachine met spoorwielen rijdt over het spoor.
Tot ons en andermans ongenoegen is in de Sprinter die komt voorrijden, de verwarming kapot. We kunnen net geen wolkjes blazen, maar comfortabel is absoluut anders. Op Sloterdijk stoppen we nu wel aan het perron. Een vertraagde intercity die blijkbaar vlak achter ons zat, produceert een zwartrijder die met een ploeg conducteurs uitstapt. Maar iemand anders blijkt plotseling kwijt. Conducteurs, ook van onze trein, rennen er achter aan. Desondanks vertrekken wij zonder verder oponthoud, in tegenstelling tot de IC. Op Amsterdam -na de rotte krappe wissels aldaar ternauwernood overleefd te hebben- stappen we vlot over op de stoptrein naar Lelystad. Blijft een choas dat Amsterdam. Ik geloof er niks van dat het na de eindeloze werkzaamheden (vooral voor/door de Noord-Zuidlijn) allemaal beter wordt. De stoptrein is een dubbeldekker. Tot mijn verrassing ligt er nog een overweg in het traject tussen Amsterdam en Weesp. Vlakbij station Diemen. Aan de ene kant een hoge flat, aan de andere kant een begraafplaats. Even verderop, in Weesp, sluit de stoptrein uit Leiden (en verder) naar Hilversum en Utrecht goed aan op onze trein. En andersom.
De Hollandsebrug. Het nieuwe land. De Flevopolder. Almere. 'Station Libelle', of te wel Almere Muiderstrand.
We stappen uit bij Almere Buiten, vooralsnog het meest noordelijke station van Almere.
Ik kijk bij de busplattegrond wat er ook alweer rijdt naar de Kleurenwijk. Niks nieuws, ondanks de Maxx rijdt er geen lijn méér door de drielobbige groeimetropool. Door mijn gehannes missen we de eerstvolgende bus naar de Kleurenwijk en Zeevaarderswijk. Ik koop in de volgende bus een speciaal Dalkaartje bij de chauffeur voor de hele stadsdienst, anderhalf uur rijden voor twee euro. In de voorverkoop zijn ze nog goedkoper, gelovik. Dit hier zijn de nieuwste buitenwijken van Almere Buiten. Een aantal kilometer voorbij station Almere Buiten ligt station Almere Zeevaarders, een soort Almere Buiten-buiten. Dit is nog niet in gebruik voor reizigers, maar stoptreinen keren hier op de middensporen. De busbaan heeft bij het station alweer een aftakking voor mogelijke, nog verdere uitbereidingen. Zoals de naam al zegt, is de Kleurenbuurt een kleurige buurt. De huizen en flats zijn in diverse exotische kleuren gestoken, zonder dat het geheel gaat vloeken of afsteken.
We blijven de hele rit rond. De rit gaat (lijn 5) over in de andere lijn (1), en we rijden terug naar Centrum. Het wordt
erg druk. Bij de chauffeur komt een collega staan; waarschijnlijk een niet controlerende controleur. Hij praat met de
chauffeur over de HTM. Het gesprek kan ik niet volgen.
Voor ons zit een snotterige meid. Helemaal ingestopt in sjaal en jas praat ze zacht tegen haar vriendinnen. Ze overleggen
waar ze er uit willen. Elke wijk heeft in Almere zijn eigen bushalte, vaak met een winkelcentrumpje erbij. De
vergelijking met Zoetermeer Stadslijn gaat soms verbazingwekkend goed op. Bij nadering van station Almere Centrum, klaagt
ze over de automatische omroep. Die is inderdaad erg aanwezig. Bij het station wordt het helemaal dolletjes: "Volgende
halte: Almere centraal station. U kunt hier overstappen op de lijnen 1, 2, 3, 4, 5, 7, 9 en [xxx]." Waarbij de [xxx] een
streeklijn is. Een heel verhaal dus, dat nogal op de lachspieren werkt als je in de bus zit. De stationshal, naast het busstation, is ranzig. Er wordt gerookt door een duister figuur. Boven op de perrons wordt een zwartrijder ingerekend door een ploeg conducteurs: de Flevolijn is een van de agressielijnen.
We hebben nog een uur met mijn dalkaartje, en nemen plaats in de lijn 2. Maar de chauffeur stapt uit, en komt niet meer
terug. Deze rit vervalt blijkbaar. Grmbl! Maar na een tijdje komt de chauffeuse voor de volgende rit; zij verbaast zich
over het aantal mensen dat inmiddels in de bus zit. Ondertussen stapelen de bussen van lijn 2 zich op achter de onze. In de bus zijn een drietal eigenwijze jochies aan het klieren. "Hé chauffeur, deze jongen wil er uit!". "Nee man, rot toch zelf lekker op". Leuk, maar na een tijdje toch wel wat irritant. Bij een halte bij het industriegebied Spanningsveld (inderdaad, er zijn hoogspanningsmasten nabij) gaan ze d’r af.
Lijn 2 gaat aan het eind van het industriegebied over in lijn 4, en verlaat daarmee de corridor die door veel streeklijnen wordt bereden, met name richting Gooi en Amsterdam. Vroeger waren het meer lijnen, maar de komst van de Gooiboog (later meer) heeft daar flink in gesneden. Ook hier is alweer een aanzet gemaakt voor een verlenging naar de nieuwste woonwijken, Almere Poort. En dat terwijl de busbaan waarop we nu rijden, zelf pas enkele jaren oud is.
We stappen uit bij station Almere Muziekwijk, en hebben met de bus 5 naar het Centraal, via een boog buitenom. Achterin
zit een kudde ganzen, of te wel een meidengroep luidruchtig te wezen. De route voert langs veel winkelcentra, die elke
twee minuten opdoemen van achter de zoveelste bocht in de busbaan. Martijn en ik blijven in de bus zitten tot Parkwijk.
We passeren daarbij het Centraal nogmaals, en verlaten het centrum terwijl het natte drab begint te sneeuwen. We nemen vanaf hier de stoptrein weg uit Almere. Naar Utrecht zal het gaan, via de nieuwe rechtstreekse stoptrein via de eerder genoemde Gooiboog. Deze spoorverbinding is op 15 december 2003 in dienst gekomen, tegelijk met de Hemboog. Er komt twee keer V voorrijden; het is bepaald niet de drukste verbinding. Op het andere spoor snelt een sneltrein naar Lelystad voorbij. Eindelijk warm. Even rustig in de trein zitten is ook wel fijn, ook al zaten we daarnet ook al de hele tijd stil.
De Gooiboog ligt onderaan de helling van de brug, en na de A1/A6 gepasseerd te zijn, buig je af en rijd je met een vaartje van 80 door een open tunnelbak om de sporen te kruisen. Weinig uitzicht. We remmen af, en we stoppen. Dat hoort. Helaas. In de dienstregeling is het wachten op andere treinen uit Amsterdam ingerekend. Zo erg is deze boog in de dienstregeling gepropt. Verlichting komt waarschijnlijk pas als in 2007 een geheel nieuwe dienstregeling wordt opgesteld. Dat zal gebeuren wegens de ingebruikname van de HSL-Zuid, de Betuweroute en de viersporigheid Utrecht - Amsterdam.
Na Naarden-Bussum wordt de stoptrein plotseling een soort sneltrein, niet stoppende op Bussum-Zuid en Hilversum Noord
(vroeger Hilversum NOS). Na Hilversum, vlak bij station Sportpark passeren we een overweg waarvoor een ambulance staat te
wachten met sirenes aan. Tja, dit soort dingen voorkom je niet. De ambulance wacht niet met doorrijden op het geheel
openen van de slagbomen.
We stappen uit op Utrecht Overvecht. Velen volgen ons voorbeeld; blijkbaar heb ik dit station onderschat in zijn
belangrijkheid.
We rijden niet helemaal zoals de lijnennetkaart had beloofd. Via de Berenput (verkeersrotonde) rijden we de beruchte HOV-baan naar De Uithof op. Dwars door het universiteits- en ziekenhuisterrein slingert de busbaan zich. Wij stappen uit bij het eindpunt. Alleen streekdiensten en stadsbus 11 rijden door. We gaan direct terug, naar Utrecht Centraal. We kunnen kiezen uit de lijnen 11 en 12. 11 via de binnenstad, 12 buitenom. Beide rijden in de spits elke twee a drie minuten. En niet met gelede bussen, maar met dubbel-gelede bussen. 25 meter bus met één chauffeur. Lijn 12 staat bekend als de 'zwaarste' buslijn van Nederland. Het aantal passagiers in een piekuur is dan ook angstaanjagend hoog. We gaan natuurlijk helemaal achterin zitten om de slang voor ons te kunnen bewonderen. Ondanks het grote gewicht kan de enkele motor het toch goed aan. In het centrum zijn enkele smalle straten met bijhorend bogenwerk indrukwekkend. Een vader met zijn zoon komt ook achterin zitten. De jongen is gefascineerd van de lange bus, net als wij. Een hobbyist in spé? Of zijn wij nog zo kinderlijk?
We stappen uit bij het Vredenburg. We slenteren wat over de markt aldaar. Het is druk, erg druk. We worstelen ons door de
menigte. Een stentje maakt reclame voor een broodje Pon. Pon?
We willen de trein naar Amsterdam nemen, tot aan station Maarssen. We lopen echter naar het verkeerde perron, naar de trein naar Leiden. Foutje. Gelukkig is het niet ver lopen naar het juiste perron; de stoptreinen naar het noorden/westen halteren beide aan de hoge perronnummers van Utrecht.
We rijden over het emplacement, rijden onder de fly-overs naar Woerden door, en passeren het oude spoorrails-terrein.
Daarna gaat de Sprinter met een vlotte vaart over het Amsterdam-Rijnkanaal via de nieuwe Werkspoorbrug. Een mooi staaltje
architectuur, doch een zware stoere constructie. Maarssen dus. Dit station wordt helemaal opnieuw gebouwd, met het oog op de verdubbeling. Bijgevoegd een aantal foto’s van de avond paar maanden later. Onder aan de voetbrug is een bushalte. Daar staat de volgende stap van onze reis al klaar. Het acht-persoonsbusje naar Utrecht Terwijde, de nieuwe treinhalte in de nieuwbouwwijk/-stad Leidsche Rijn. We moeten rennen, hij vertrekt bij. De chauffeur is van het gezellige maar schuchtere type. We rijden door het centrum, de grote wegenstructuur van Maarssen, en steken de snelweg over. We zijn de enige in het busje, dat elke dag van de week tot ’s avonds laat elk half uur rijdt. Maarssen blijkt een grauwe stad te zijn, met verloederde buurten en waar de menselijke maat, vooral op de hoofdwegen, compleet weg is. Om over de voet- en fietspaden die overal plots ophouden en niet op elkaar aansluiten, nog maar te zwijgen.
Aan de overzijde van de snelweg A2 ligt Leidsche Rijn, wijk Terwijde. We rijden over een zeer modderig weggetje, het busje en de arme inzittenden slingeren alle kanten op en worden bijkans uit hun zitting gelanceerd. Een heel avontuur, kan ik u zeggen. Maar gelukkig, even verderop waar de bebouwing alweer staat begint ook de wegverharding. Vlot rijden we naar het station Terwijde aan de spoorlijn Utrecht - Woerden.
Terwijde blijkt een erg simpele halte. Er is echter wel een overkapping, wat niet van elke halte in Nederland gezegd kan
worden. Terwijde is zelfs maar een tijdelijke halte, want ook dit spoor wordt verdubbeld, waarbij een aantal nieuwe
stations langs de lijn worden geopend. Een daarvan (Leidsche Rijn Centrum) wordt de opvolger van het tijdelijke Terwijde.
ProRail had zelfs al de sloopvergunning voor dit station aangevraagd, nog vóórdat het station op 15 december 2003 in
gebruik werd genomen. Slopen is overigens een groot woord, want het bestaat geheel uit demontabel steigermateriaal. Met
name de metershoge voetbrug torent als een heus staaltje steigerwerk boven de sporen uit.
De enige treinserie die hier stopt, is de stopper tussen Utrecht en Leiden. De spitsritten stoppen er niet, alleen de 'takt'-treinen. En terecht, want we zijn de enige die instappen, en niemand stapt uit. Een vereerd gevoel maakt zich meester. Maar binnen is het druk, zoals altijd op deze verbinding. Te Woerden wordt gewerkt aan de het vernieuwen van het sporenplan. De snelheid is daarom beperkt tot heel laag. Vertragingen zijn daardoor aan de orde van de dag. Maar op een dag is Woerden net zo’n doorstroommonster als Weesp.
Via Bodengraven en een erg slingerend spoor (en dan bedoel ik niet meanderen of een riviertje volgend, nee, gewoon
baggerligging). Te Alphen hebben we even tijd. Hier gaan we de lijnbus naar Zoetermeer nemen. De stopbus, want er rijdt
ook een Interliner, maar we staan hier op het station en daar komt de Interliner niet.
De route door Alphen is een vreemde. Je wordt door het uitgestrekte industriegebied geleid, wat zich tot vervelens toe
herhaald. Bus 165 is langzaam. Het asielzoekerscentrum dat zich bij het Hoogvliet-distributiecentrum bevond en naast de
gevangenis stond, is plotseling weg. Alleen maar gras. Waar laat je zo snel een klein dorp? Tussen Hazerswoude en Benthuizen hebben we zicht op de HSL-tunnelmond. Boven het gat in de verte staat een knots van een giek-rupshijskraan. Uiteindelijk stappen we uit bij halte Zegwaardseweg, gelegen op de Zegwaartseweg. Connexxion heeft blijkbaar nog altijd niet gereageerd op mijn verzoek de schrijffout te herstellen.
Tot zo ver deze reis. En niet verder. Het was een leuke reis, door vier provincies, veel steden, een aantal bussen (groot
en klein) en een aantal spoorlijnen. Veel gezien. En kou geleden. Maar als hobbyend OV-reiziger heb je wat over voor je
passie!
Maarten Batenburg | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||